Geloof staat boven hart en verstand

In verslagen van recente bijeenkomsten van het Evangelisch Werkverband en ‘Op goed gerucht’ kwam het geloof ter sprake als ervaring, respectievelijk als datgene wat botst met het verstand. Barend Weegink stelt dat geloof juist iets is wat alles verbindt.

door Barend Weegink - Nederlands Dagblad ©, 06 februari 2009

Vrijplaats

Een mens heeft niet zomaar zijn verstand en hart tot rust gebracht. Rust veronderstelt een harmonie waarin beide partijen op elkaar zijn ingespeeld. Verstand en hart worden nu maar al te vaak tegen elkaar opgezet. Voor een zinvolle geloofsbeleving zijn beide componenten nodig, de ene om het geloof begrijpelijk te houden en de andere om het geloof leefbaar te houden. Toch is alleen het geloof de baas. Maar het geloof heeft het verstand en het hart wel nodig.

In een recent verslag van de predikantenbijeenkomst ‘Op Goed Gerucht’ werd vooral ingegaan op de botsing tussen verstand en geloof. Is het wel juist dat je het verstand en het geloof als twee vergelijkbare grootheden beschouwt? Is het niet eerder zo dat het verstand aan het geloof ondergeschikt moet worden gemaakt? Daarmee zeg je niet dat het geloof iets is voor domme mensen. Wel dat het geloof een hogere plaats heeft dan het menselijk denken. Niet bij de mens, maar bij God zelf behoor je je vertrekpunt te nemen. Het roer moet om.

Moderne gelovigen beginnen bij ‘Ik denk, dus ik ben’. Je hebt je verstand gekregen om te gebruiken. Zeker mag God onderwerp van gesprek zijn. Hoe zou er anders van theologie – nadenken in woorden over God – sprake kunnen zijn? God is echter meer dan wij denken. Met het verstand speuren we naar Hem, maar verstandelijk halen we Hem niet binnen. Dat doet alleen het geloof. Het geloof maakt een mens bereid om voor God te buigen en Hem te vereren.

Ervaring

In een ander verslag (over een bijeenkomst van het ‘Evangelisch Werkverband’) gaat de geloofsontwikkeling precies de andere kant op. Er wordt vooral ingezet op de ervaring van God. Het is de snaar van het gevoel waarop stevig wordt getokkeld. Geloof geeft warmte en tinteling, het wordt haast een energieke lichamelijke ervaring. Van beide kun je iets meenemen, maar pas op voor een verkeerd uitgangspunt waarbij je koerst op het een of het ander. Niet het verstand en ook niet het hart heeft de leidsels in handen. Het geloof kiest een eigen weg, het laat zich niet klem zetten in de tegenstelling. Geloof brengt verstand en hart bij elkaar en laat ze wandelen, hand in hand. Niet bij de mens maar bij God moeten we beginnen. Hij heeft zich aan mensen geopenbaard. Op grond van Gods spreken zijn de mensen gaan denken, voelen en geloven. De stem van God kreeg zijn echo in de heilige Schrift. Mensen, door de Heilige Geest gedreven, hebben van Godswege gesproken. Wanneer wij de Bijbel lezen, komt Gods Woord nu ook tot ons. Het spreekt de totale mens aan, niet slechts een deeltje. Geloof en verstand hoef je niet tegen elkaar uit te spelen. Met het verstand kun je twijfelen, maar met hetzelfde verstand kun je ook kennis en inzicht ontvangen. Het geloof overstijgt het verstand, je geeft je gewonnen aan Hem die machtiger is dan jouw hersenpan. Geloof is een geschenk van God en vervolgens mag je het kritisch ontwikkelen, zonder te vergeten ‘dank U wel’ te zeggen.

Reformatorisch

Geloof en gevoel speel je ook niet tegen elkaar uit. Niemand kan geloven zonder zo nu en dan een intens gevoelige beleving van de vreugde die God geeft. Toch draagt het geloof je erdoorheen in perioden dat je niet zoveel voelt of beleeft. Geloof vertaalt zich in volharding en die volharding zit vast aan kennis. We doen er goed aan om de reformatorische traditie van de kerk bij de hand te houden. Traditie – het doorgeven van het geloofsgeheim – beschouwen we niet als een loden last. De traditie helpt om in het geloof thuis te raken. We kunnen de antwoorden (de vragen gaan vooraf) van de Heidelberger Catechismus te baat nemen. Dat is een nogal existentieel boek met een intellectueel niveau en een hoge graad van gevoeligheid. Zinnetjes als ‘wat betekent het voor u’ en ‘wat hebt u eraan’ maken dat het nogal op het lijf is geschreven. Het geloof wordt als volgt gedefinieerd: ,,Een echt geloof is een stellig weten of kennis van wat God ons in zijn Woord openbaart. Het is evenzeer een vast vertrouwen dat de goedheid van God ook aan mij wordt gegeven, op grond van wat Christus voor ons deed.’’ Over zo’n formule kun je nadenken. Je kunt ook een sprongetje maken, van blijdschap in de Heer.

Drs. Barend H. Weegink is algemeen secretaris van de stichting ‘Schrift en Belijden’ voor de Confessionele Vereniging (PKN) en predikant in Katwijk aan Zee.