200 jaar na Darwin

In 2009 is het precies 200 jaar geleden dat Charles Darwin werd geboren. Hij is de vader van de evolutietheorie. Anderhalve eeuw geleden poneerde hij zijn gedachte dat de wereld niet door schepping maar door een mechanisme is ontstaan. Dat mechanisme was niet alleen geleidelijk, het was vooral toevallig. Het is Darwins antwoord op de wording van het leven. Zijn oplossing is ook niet meer dan een hypothese die hij uit verlegenheid doet. ‘Was jij erbij toen ik de wereld schiep?’, vraagt de grote Beginner, aan de mens in de Bijbel.

Darwin kan daar niets mee. Bij hem regeert de rede en de kille rationaliteit. Hij ontkent het bestaan van de makende God en hijst de vlag voor de natuurwetenschappers. Voor Darwin is de voorzichtige filosofische zin in het openingsdeel van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (als hij die gekend zou hebben) al een brug te ver. Er staat ‘dat er is een enig en eenvoudig geestelijk wezen dat wij God noemen’. Darwin accepteert Hem niet uit ‘de schepping, onderhouding en regering van de gehele wereld’. Darwins spiritualiteit is arm. Je houdt niet veel over als je geen god of hogere macht erkent die de hand heeft gehad achter het ontstaan van de mens of welke vorm van leven dan ook. Tegenover Darwin staat het creationisme, de gedachte van ‘letterlijk in zes dagen en precies zoals het er staat’. Het klinkt nogal fundamentalistisch. Voor denkende gelovigen is niet Genesis, maar wel de simpele uitleg ervan te kort door de bocht. Ze willen God als Oorsprong en Kracht eren en tegelijkertijd de denkwinst van de geleidelijke ontwikkeling (een dag is als duizend jaar) bewaren. Geloof en wetenschap bijten elkaar niet. Dat is de pointe van het ‘Intelligent Design’, het hedendaags equivalent van het creationisme. Maria van der Hoeven, de vroegere minister van Onderwijs, wilde het ‘Slimme Ontwerp’ invoeren als lesprogramma op de scholen. Ze werd weggehoond, maar zo gek was haar geste niet. Cees Dekker, hoogleraar te Delft, schaafde dit ontwerp in zijn boek ‘Geleerd en gelovig’ wat bij door te spreken van een theïstische evolutie. Je kunt niet zomaar de structuur van de schepping ontdekken. Al met al stellen we dat Darwin niet het laatste woord heeft. Er is behoefte aan zingeving, meer dan aan de ingeving van Darwin. Het hart blijft onbevredigd wanneer alleen technische antwoorden klinken. Alom groeit het besef dat er meer is tussen hemel en aarde dan wij in ons kleine koppie kunnen bevroeden. Een mens leeft van de verwondering. Die winst levert de moderne tijd op. Waarom zijn wij er? En: als het leven is ontstaan zonder enige bedoeling, waar leven we dan voor? Het is te weinig om te stellen dat de zin ligt in het omgaan met andere mensen en dat je het goede moet doen. Doodvermoeiend, het zuigt je ziel leeg. Religie erkent ten diepste het bestaan van een schepper. Wij zeggen: het is de God van Israël en de Here van de hele aarde bij wie we onze afkomst vinden. De scheppingsweergave in de eerste hoofdstukken van de Bijbel is het meesterlijke antwoord. Zij geeft niet een technische verklaring van het hoe en wat. God laat zich niet achter de kaart kijken. Maar Genesis stelt wel dat God het gemaakt heeft. Huub Oosterhuis verwoordde het in een vers dat je nogal eens boven een rouwadvertentie leest: Want niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is, en dat van dit geheimenis God het begin en het einde is. Wij zijn niet het product van een toevallig samenzijn van een man en een vrouw die tot hun genoegen of schrik ontdekken dat zij vader en moeder worden van een kind. Onze oorsprong ligt in de genadige wil van God. Onze toekomst ligt ook in Hem. Wat verprutst is, maakt Hij in Christus tot een nieuwe schepping. Het komt goed. Dat is ons geloof in de bovennatuur. Het helpt je om het leven vol te houden en teleurstellingen te overwinnen. Laten creationisten, ID- aanhangers en theïstische evolutionisten dit geloof bewaren.

In: Confessioneel 8 januari 2009