| CHU, lijst 5 |
|
Omdat het herfst is, schrijf ik de berichten voor kerk en vaderland als uw chroniqueur. Het is een lijvig boek (370 blz.) geworden, ‘Gezag en Vrijheid, Geschiedenis van de Christelijk-Historische Unie 1908-1980’. Niet eerder verscheen in Nederland een complete historie over een politieke partij.
Marcel ten Hooven (journalist en politiek redacteur) en Ron de Jong (historicus) maakten ter gelegenheid van een eeuw christelijk-historisch gedachtegoed een keurig, wetenschappelijk werk. Pittig, maar leesbaar; weinig plaatjes, maar met een schat aan informatie. Een visitekaartje, u smelt als u het leest. In de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer op het Haagse Binnenhof vierden we met zo’n 300 aanwezigen op woensdag 8 oktober het virtuele feit dat de CHU, de eigenaardigste partij van Nederland, dit jaar een eeuw zou hebben bestaan. Het werd een typisch CH-sfeertje, een stille kracht, een unieke wijze van zijn, meer een levenshouding dan een politieke keuze. De cirkel der ervaring kwam voor ons rond. Mijn vrouw dacht terug aan de kinderjaren dat ze voor haar vader in het Heemser dorp met de keukentrap en punaises de bomen langs moest om verkiezingsaffiches op te hangen. Even later kwamen de ARP-ers en die plakten erboven en natuurlijk het liefst eroverheen, gereformeerde streken. Zelf rook ik aan mijn nestgeur. Deels was de familie CH, deels verkleurde ze in de Doorbraak met ds. Buskes voor ‘dat rode daar’. Ik werd lid van de CHJO en zat in Utrecht op de voorkamer van een grachtenpand in de jongerenclub, ook toen al met een hoog gezelligheidsgehalte. De CHU was geen partij, maar een unie. Het ging om de macht van het beginsel dat besloten ligt in het hart. Niet de majoriteit (meerderheid) maar autoriteit (het gezag van de door God ingestelde overheid). Geen dominante scherpslijperij, elkaar de maat nemen, hoogoplopende hartstocht, partijpolitieke tactiek en schreeuwerigheid, maar een vriendenkring van redelijk relativerende burgers. Het schrijven van programma's, zei oprichter Lohman (Kuypers politieke en karakterologische tegenspeler), kon men overlaten aan een ieder die meende dat hijzelf en niet God de wereld bestuurde. Ha, hier proeven we het ethisch getint individualisme dat het christelijk leven opvat als een dagelijkse dialoog tussen God en het geweten. Het komt tot persoonlijke beslissingen in de situatie van het moment. En dat ethische werd in de CHU verbonden met het confessionele: liefde voor de kerk (een herkenbare volkskerk met haar belijdenis), ontzag voor de overheid en liefde voor het Oranjehuis. Meer dan zeventig jaar lang was de Christelijk-Historische Unie een constante en vooral hervormde ‘partij’, een van de voorgangers van het in 1980 verrezen CDA.Het stempamflet uit de zeventiger jaren, ‘CHU lijst 5’, hing onderaan het spreekgestoelte. En er waren natuurlijk de oranje vlaggetjes waarmee werd gewapperd. Dat deden we staande na het krachtige ‘live’ optreden van prof. Johan van Hulst, de 97-jarige pedagoog en oud-senator, die de geschiedenis van de CH belichaamde. De zaal lag letterlijk en figuurlijk aan zijn voeten. Allerlei namen en personen van behoedzame en bedachtzame politici figureerden, ook van de freule die in dezelfde zaal ooit had gesproken dat nachtelijk vergaderen ‘gekkenwerk’ is. Een cultureel, geestelijk en mentaal rijke middag werd door voorzitter Pieter Beelaerts (er klonken veel voornamen) om klokslag zes besloten met het laten zingen van het zesde couplet van het Wilhelmus. We liepen langs een kleine expositie van documenten met natuurlijk ‘De Nederlander’, aanplakbiljetten en dunne partijprogramma’s. Het parfait werd gemaakt door een buffet in het nieuwe Kamergebouw. Egbert Knoeff, voorzitter van de jubileumcommissie, en de zijnen hadden de reünie voortreffelijk geregeld.Maar het was niet alleen maar oud vertrouwen voeden. De christelijk-historische erfenis heeft zich in het CDA uitgezaaid. Of zoals werd opgemerkt: ‘Ik heb de indruk dat het CDA van nu als een goed en comfortabel verbouwde CHU kan worden gezien, een kolom van eigen identiteit en respect voor andersdenkenden’. Een zeer toekomstgerichte opmerking werd ook gemaakt: ‘Momenteel zien we dat de meeregerende CU dezelfde moeizame ontwikkeling doormaakt; het wordt dus tijd dat CU en CDA met elkaar gaan praten en tot een zinvolle fusie komen’. Inmiddels is De Savornin Lohmanstichting overgegaan in het wetenschappelijk bureau van het CDA. Jaarlijks blijft de predikantenconferentie bestaan. Het hoeft niet gezegd dat de Confessionele Vereniging daarop natuurlijk zal inspelen… |