|
Predikantenbijeenkomst met minister over godsdienst |
|
Op uitnodiging van het bestuur van de Stichting A.F. de Savornin Lohman sprak dr. E.M.H. Hirsch Ballin, minister van Justitie, maandagmiddag 29 september over de betekenis van de religie voor de Nederlandse samenleving.
De Lohmanstichting, die het christelijk-historische gedachtegoed binnen het CDA behartigt, organiseert jaarlijks een predikantenbijeenkomst in de fractiekamer van het CDA in het gebouw van de Tweede Kamer aan het Plein te Den Haag. Ongeveer veertig personen, onder wie confessionele voorgangers, waren bijeen. Zij werden zeker geprikkeld door het thema dat niet alleen de religie maar ook de grenzen van de vrijheid van meningsuiting raakt. Hirsch Ballin haakte in op de vraag of er in Nederland wel van een vaststaande identiteit kan worden gesproken. Hij riep het gevleugelde woord van prinses Máxima (‘Nederland is: één koekje bij de thee’) in herinnering. Bij de presentatie van het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, nu een jaar geleden, sprak zij dat ze ‘de’ Nederlandse identiteit als zodanig nog niet had ontdekt. Een identificatie met Nederland is ook niet zonder meer te maken. In zijn referaat stelde de minister dat het christendom bij uitstek bepalend is geweest voor de wording van de Nederlandse staat. Het huidige integratievraagstuk, een politiek gevoelig liggend onderwerp, is vooral een kwestie van identiteit. Van nieuwkomers mag worden gevraagd dat ze samen met de autochtone bevolking een nieuwe gezamenlijke identiteit ontwikkelen en omhelzen. Daarbij moet over en weer sprake zijn van een bereidwillige openheid en vooral van respect voor ieders persoonlijke waardigheid. Identiteit wordt niet gevonden wanneer er wordt afgezet tegen wat anderen inbrengen. Er groeit geen positieve grondhouding wanneer we ons vastbijten in negatieve beoordelingen van de ander. De kunst van samenleven is het leggen van verbindingen zonder daarbij het eigen karakter te verliezen. Op de vraag of er gesproken kan worden van een grondleggende religieuze Nederlandse identiteit antwoordde de minister dat het besef van schepsel zijn voldoende basis is voor een groeimodel. Christenen zouden meer openheid kunnen bieden wanneer ze zichzelf sterker bewust zijn van hun eigen kernwaarden. ‘Wij moeten met onze eigen identiteit de diepte in, willen we in het publieke debat authentieke gesprekspartners zijn’. |