| Niet voor de centen |
|
Wie werkt in de kerk, die heeft een ideaal. Voor de centen alleen doe je het niet. Liefdedienst  door Barend Weegink ÂWe hoeven er niet zo hard over te schreeuwen dat het tarief voor het leiden van een kerkdienst onlangs werd verhoogd. Uit preken gaan is geen liefdedienst oud papier. Je levert energie, tijd, creativiteit en kwaliteit. Wat je pro Deo doet mag door de mensen worden gewaardeerd; geld is een manier om dat uit te drukken. De bijbelse lijnen zijn duidelijk: een arbeider is zijn loon waard, een dorsende os mag je niet muilbanden. En wie voor het evangelie werkt, die mag er ook van leven. Dat geldt zelfs voor de simpele bijverdienste uit een extra preekbeurt. ÂDe kerkelijke rekenmeester hanteert voor uit en thuis zo’n vier, wie knijpt drie uur, daarin zit ook een stukje voorbereiding. Je moet weer even in je tekst komen die doorgaans eerder werd doorgespit. Die tijd steel je niet van je eigen gemeente. Daar heb je een taaknorm van 46 of 45 weken à 40 uur en menige dominee gaat er al gauw 50% of meer overheen.  Het bedrag van 118 euro voor een gastbeurt is niet veel als ik het vergelijk met de loodgieter die me net voor hetzelfde aantal uren meer declareerde. En dat terwijl een predikant toch ook het dak op moet en in de onderste krochten duikt.  Domineeskinderen als Gaaikema en De Jonge lachen erom, voor hen is die vergoeding nauwelijks koffiegeld. Maar wij nestblijvers doen het ervoor. Rijk aan aards slijk word je niet in de kerk. Dan had je maar een vak moeten leren, zei de notaris. ÂToch pakt die verhoging ietwat ongelukkig uit. In sommige gemeenten moeten de eindjes aan elkaar worden geknoopt. Het tarief is officieel niet onderhandelbaar, maar we weten dat in de praktijk gewoon verschillende bedragen worden uitgekeerd. Een beetje herder en leraar wil dan geen geldwolf zijn. ÂLaten de voorgangers op hun zondagsreizen vooral dienstverlenend zijn en laten de kerkrentmeesters duidelijk maken wat ze er tegenover stellen.  Als de gemeente de financiële last van de vrije beurten echt niet voor 100% kan opbrengen, dan zullen confessionele dominees de laatste zijn die haar het vel over de oren willen halen. Onder de kruisvlag van Christus hebben ze liefde voor de kerk, de verkondiging van het evangelie en de belijdenis. En, om het 'politiculeuze' woord maar eens te gebruiken, ze voelen compassie met de kerk in haar huidige gestalte. Ze kennen haar kwetsbaarheid en nood. Er is gevoel nodig om kerken binnen te stappen waar de molen moeizaam draait. Ook dat hoort bij het bruid zijn van Christus, zolang het grote feest nog niet is begonnen. De voorsmaak van de heerlijkheid komt al meer tot uiting in het lijden aan de kerk. ÂDe erediensten moeten doorgaan, ’s morgens, ook ’s middags of ’s avonds, voor veel of weinig volk. Het aanbod mag niet om de centen worden ingekrompen. De kerk heeft behoefte aan continuïteit en kwaliteit. Met een coulante opstelling van geschoolde, erkende en bekwame dienaren van het Woord kan ze een hele poos verder. ÂZet het uitdelen van de genade van God op de eerste plaats. Door Zijn armoe maakt Christus onze armoe rijk. Dat is vandaag de bezielende en overtuigende bijdrage van de predikers in dorpen en in steden.  Er zit meer muziek in de kerk dan we bij tijd en wijle (laten) horen. Om de titel boven dit stukje met een oude psalmregel parfait te maken: Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten...(column in Confessioneel) |