| Vallen confessionelen genoeg op? |
|
Confessionele bewustwording is iets waaraan we moeten gaan werken. Je hoeft niet van de daken te schreeuwen. Maar zijn we wel genoeg present? Confessionelen kunnen zich rijk rekenen.Uit een onderzoek blijkt dat ze met een half miljoen aanhangers haast 30% van de Protestantse Kerk vormen. Ze zijn nummer één van de vijf stromingen. Tel je een deel van wat zich gewoon protestants (hervormd, gereformeerd) noemt erbij en ook de mensen uit het grensverkeer met aanverwante modaliteiten, dan bevolken de confessionelen het grootste compartiment. De vroegere voorzitter ds C.A. van Harten betitelde zijn achterban als ‘een schare die niemand tellen kan’. Het was een toespeling op Gods verbond en een volkskerk die per definitie grenzen overschrijdt. Tegenwoordig noemen we dat het brede confessionele midden. Je proeft de nuance, het is niet hetzelfde als de vroegere middenorthodoxie van dr H. Berkhof. De panelen verschuiven. Het nieuwe kerkelijke midden is modern orthodox, transparant, eigentijds, net hoe je dat zeggen wilt, en vooral bewust rechtzinnig. Het is een cluster waartoe mensen uit de hoek van CV, GB, CGB en EW zich voelen aangetrokken. Niet dominant maar wel significant voor de oecumene van het hart. In de kerk slaat tegenwoordig een orthodoxe meerderheid de trom. Maar met de macht van het getal ben je er niet. Het gaat om geest en overtuiging. Confessionelen lopen in de beeldvorming niet voorop. Ze doen dat mijns inziens te weinig. Ze zouden het heilig vuur wat meer mogen opstoken. Het is tijd om aan bewustwording en identiteitsprofiel te werken. Anderhalve eeuw geleden kwamen de confessionelen op als vernieuwingsbeweging. Ze riepen de kerk terug tot haar wortel: Christus belijden en leven uit het heil van verzoening en verlossing. Je hebt goud in handen van een genadig God, op wie je voor tijd en eeuwigheid je hoop vestigt. De kerk is er niet voor afbraak en ontkenning van het geloofsgetuigenis. Het is een schande wanneer ze haar eigen nest bevuilt. Als je gelooft, sta je voor de levende waarheid. We willen het evangelie van de Zaligmaker horen. Dat is de hartslag van het leven. Confessionelen kennen de belijdenis van een Petrus en ze stellen zich op als een Andreas. Ze zijn verbindingsmensen die naar de flanken kijken en veel tijd en energie steken in het kerkelijk gesprek. Ze willen de boel bij elkaar houden. Ze zijn mensen die zowel de diepte als de breedte zoeken. Zulke mensen kruipen doorgaans niet als eerste op de barricaden. Het maakt hun uitstraling degelijk, solide en betrouwbaar, maar ook een beetje tam en niet zo spetterend. Anderen slingeren soms makkelijk hun waar de wereld in, terwijl jij voorzichtig bezig bent je kostbare bagage te ontsluiten. Dat geeft een achterstandseffect. Confessionelen hebben iets te zeggen. Ze enten het spreken van nu aan de heilstraditie van de kerk. Laten we ons visitekaartje afgeven. Als Op Goed Gerucht in de Doornse catechismus de eigen religieuze keuze vooropzet, zullen confessionelen iets meer nodig hebben om uit te leggen dat God begonnen is met kiezen, waardoor we Op Goede Gronden staan. Als de VVP ‘Vrijzinnig spreken over God’ lanceert, zullen confessionelen de aandacht vestigen op hun notitie ‘Spreken over God’, waarin aan de goede volgorde wordt gehecht. De kerk belijdt dat Gods bestaan aan ons bestaan voorafgaat. Dat zit in het objectieve van het geloof dat we van Boven kregen. Subjectief wordt het aan verstand en hart gebracht. Je geloof op kwaliteit uitdragen, dat is de kracht van belijdend spreken en het lokt mensen aan. Cijfers kunnen aanstekelijk werken. (column in HW Confessioneel, door Barend Weegink) |