| Rouwen of bouwen we? |
De kerk begraven?Hebben we het te bont gemaakt op de voorjaarsconferentie? ‘De kerk planten of begraven’ werd in de krant vooral: begraven. Die brave confessionelen, die nooit zulke spetterende uitspraken doen, haalden de kerkelijke voorpagina met hun ernstige visie op de toekomst. Ze konden zo aansluiten bij de Matthäus Passion van Bach: Ik wil mijn Jezus begraven. En de kerk ook. We zetten ons met tranen neder. Rust zacht. door Barend Weegink Reacties van lezers logen er niet om. Ze hadden de oordeelsprofetie van Willem Maarten Dekker gehoord en vroegen: sta je nog ergens voor? Waar blijven geloof, hoop en liefde? Dekker jr. heeft wel de waarheid gezegd. Net zoals Willem Dekker sr. dat doet in zijn boek Marginaal en missionair. Daar gaat het over een kleine theologie voor een krimpende kerk en of je nog weerwoord hebt in een godloze tijd. Het verhaal van Willem Maarten, een keurige geleerde dominee uit de polder Mastenbroek, was ingegeven door de missionaire blaattoeters en rinkelbellen van de kerk. Hij is ervoor beducht dat we met een charmeoffensief en hart en zielpakket faliekant op de klippen lopen, teveel activisme, beheersbaarheid, cijfermagie. Straks liggen we als een Elia uitgeteld onder de struik. Jij kunt de zaak niet redden. Dat moet het corpus Christi van de Kruiskoning doen. Je ziet voor eigen ogen dat het na 1400 jaar westerse cultuur gedaan is met het corpus christianum van christendom en kerk. Trouwkerkelijke mensen worden begraven en jongeren kijken anders tegen de casting van het evangelie aan. Met het instituut hebben ze niet zoveel. Ga niet voor Petrus spelen maar hou de wacht op de petra, de rots. En schuil in de ballingschap voor oordeel van God. De kerk poets je niet op. Het evangelie kun je wel verkondigen. Dat is de kernactiviteit van de kerk: predik de verlorenheid en de plaatsvervanging van de Christus aan het kruis. Daar is door Dekker niets verkeerds mee gezegd. Stefan Paas zat met zijn hoofdreferaat op dezelfde golflengte: laten we ons over de biblebelt en een rijk kerkelijk leven voor de toekomst geen enkele illusie maken. Of we te somber waren? Je kunt al te gauw oplossingsgericht voor de dag komen. We hebben geen troefkaart achter de hand. Misschien had de boodschap wat sterker mogen doorklinken. In het kruis zal ‘k eeuwig roemen. Christus die voor ons heeft gebeden dat in de kaalslag van het leven ons geloof niet zal bezwijken. Christus die de vraag stelt of Hij bij zijn wederkomst op aarde het geloof zal vinden om daarmee de mens als een brandhout uit het vuurt te rukken. Een kwaliteitsgeloof dat stil vertrouwt op de kracht van het levende Woord en het werk van de Geest. Wat als graan begraven wordt, kiemt op. Het geloofsleven leeft uit de kruisstelling, het kent de paradox: opbouw door afbraak, winst door verlies. Paul Visser uit Amsterdam zei in alle onthutsing: God is er ook nog; we kunnen Gods werk niet overzien. We zullen ons niet verstoppen in kleine succesjes. Er is hoop op God als we ons op de heilsboodschap concentreren. Achter de ballingschap daagt de uitreis naar het beloofde land. Dat zal Da Costa hebben bedoeld in zijn lied over de wegen Gods: Als de Here God in allen, en in allen alles is, zal het licht zijn, eeuwig licht zijn, licht uit licht en duisternis. Of zoals A.J.Th. Jonker, de man van het donker, zei: Het licht, dat gaan we tegemoet. |