| Uniek geloof |
|
 Iets heet tegenwoordig al gauw super, vet, cool. Over de minste dingen ratelen we in termen van fantastisch. Maar doorgaans blijft er weinig indruk over.  Uniek en weergaloosdoor Barend Weegink  De rode draad van deze editie van het confessionele blad ligt bij weergaloos. Dat woord moet je met een lampje zoeken. Nauwelijks vind je het in de bijbelvertalingen, nog minder in de liederenschat. In de oudberijmde psalm 136 gaat het over Gods macht die gadeloze wond’ren werkt. En in de hervormde gezangen onder nr. 160 over de gadeloze pijn die Christus leed en 173 over de gadelooz’ ontferming die God heeft; het liedboek heeft dat in 451 met weergalooz’ vertaald. Het hoeft er ook niet vaak te staan, groot is het wel. Weergaloos betekent: ongeëvenaard, prachtig, hoogst uniek, onvergelijkbaar.  Ik voel aan dat we met dit thema een antwoord zoeken op de verlegenheid die ons te pakken heeft. Waar word je nu nog echt gelukkig van en hoe krijgen we de mensen bij Christus? Het lukt niet om in een handomdraai een ontzielde samenleving te restaureren tot een huis van eerbied, Godvreze en geloof. Konden we die verwondering maar neerzetten. We zijn bezig met een charme offensief en upgrading van de kerk, nationale synode hier, herziene vertaling daar, pionieren. Was het maar maakbaar. De aanbidding voor God dwing je niet af. Net zo min als je missionair bent door de hele dag lof en prijs te roepen en als Alice in wonderland rond te lopen. Onder de indruk komen van God vergt dat we stilgezet zijn en groeien in de diepte. Weergaloos zijn de grote daden van God. Je kunt ze alleen begrijpen met het hart. We koesteren groot ontzag voor de Heer van de kerk, onze Verlosser. Tegen het liberale economiegeloof in roemen we de schatten van Christus. We leggen nadruk op wat Nicolaas Beets in een lied noemde: Zijn wond’ren van genaad’ alleen. De hartstocht mag er weer in, de ontdekking van het goud van het christendom. Dr. A.J.Th. Jonker drukte het als volgt uit: ‘We weten nog anders van Hem, dan van horen zeggen. Hij is ons meer dan een historische figuur. Ons geestelijk leven is gemeenschapsleven met Hem. Ons christendom is Christus: Christus boven ons, voor ons, met ons en in ons. Wij hebben niet maar Zijn leven, Zijn voorbeeld, Zijn geschiedenis, Zijn beginselen, zoals we het bijvoorbeeld van Mozes en Plato hebben; we hebben Hem zelf. En dat is nu juist het karakteristieke, het eigenaardige van het christendom. Andere godsdienststichters – en nu voel ik een gebrek in die uitdrukking, want Jezus is geen godsdienststichter, ofschoon men Hem telkens zo noemt, maar ik kan mij op ’t ogenblik niet beter uitdrukken – andere godsdienststichters stichten hun godsdienst, en treden van het toneel af. En dan blijft de door hen gestichte godsdienst zonder hen, en wordt wat hij worden zou zonder hen. Het christendom is niet slechts geworden door Christus, het christendom bestaat uit Christus, zoals brood bestaat uit meel, op zekere manier toebereid en verwerkt. Het christendom bestaat uit de invloed van Christus, die Hij uitoefent in het werk, dat Hij verricht, in de geest, die van Hem uitgaat, in het leven, dat Hij leeft, en dat niet bij wijze van beeldspraak, maar in volle, klare werkelijkheid. Er zijn mensen, die een christendom willen zonder Christus. Onzin! De geschiedenis en de ervaring leren, dat dit eenvoudig niet gaat. Hoe krijgt ge nu in vredesnaam zonnestralen zonder zon! Jezus zelf is het christendom. We kunnen ons dat niet diep genoeg inprenten. Mystiek, zo mompelt deze of gene, en hij heeft gelijk. We hebben hier te doen met een verborgenheid, een heilgeheim, dat ’t verstand niet kan ontleden, en het denken niet vermag te peilen. Er bestaat geen godzaligheid zonder mysterie’. Dat is weergaloos. Dat dit voor mij is! En dat dank ik aan Jezus, de eniggeboren Zoon van God, die mijn Broeder en Verlosser werd! (column in Confessioneel) |