|
CV-voorzitter ds. Leen den Breejen schrijft in zijn kroniek over 'Twee geloven op één kussen...'
Kroniek van de voorzitter door ds. Leen den Breejen DEZELFDE GOD? Afgelopen week werd ik gebeld door een bezorgde oma. Haar kleinzoon had bij haar gegeten en onthuld dat hij een meisje had. ‘Zij is wel moslim, en haar vader heeft gezegd dat ik er alleen inkom, als ik zélf ook moslim wordt. Anders is het over en uit!’ Oma schrok en probeerde haar kleinzoon ervan te overtuigen, dat hij zijn nieuwe relatie maar beter meteen kon beëindigen. ‘Jullie hebben toch geen toekomst! Jij bent een christen, je bent toch gedoopt!’ ‘Ja, maar, oma, we geloven toch in dezelfde God? Wat maakt het nu uit? Ik vind het een heel lief meisje en ik heb het best voor haar over om moslim te worden…’ ‘Wat moet ik hiermee?’ vroeg oma vertwijfeld. ‘Weet u niets, een boekje of zo, dat ik die jongen kan geven om hem te laten inzien dat Islam en Christendom echt niet hetzelfde zijn? Iets eenvoudigs, zodat hij het snapt!’ Ik beloofde voor haar op zoek te gaan en ging even koffiedrinken. Mijn vrouw keek juist naar ‘Netwerk’. ‘Niet te geloven, per jaar bekeren 500 mensen in Nederland zich tot de Islam.’ PRINSES IRENE Ik herinner me nog hoe schokkend het was in onze reformatorische kringen als iemand uit ons midden verkering kreeg met een Rooms-Katholieke jongen of meisje. Wie herinnert zich niet de grote opschudding toen prinses Irene met de katholieke prins Carlos trouwde en zich liet ‘overdopen.’ Tijdens huisbezoeken hoor ik ook nog steeds verhalen over ‘vroeger’. Hoe mensen door hun familie konden worden uitgestoten als zij met een partner uit een andere kerk trouwden. Ook toen zeiden de jonge geliefden ter verdediging: “Ja, maar we geloven toch in dezelfde God?” Wellicht denken we nu iets genuanceerder en we zullen als reformatorische christenen niet gauw meer zeggen, dat er geen oprechte gelovigen zijn in de RK Kerk. Maar ingrijpende verschillen in leer en cultuur zijn er natuurlijk nog steeds. Anderzijds merk ik in het pastoraat, dat tal van ouders zich in onze dagen vooral zorgen maken over het feit, dat hun kinderen ‘kennis krijgen’ aan een ongelovige partner en het geloof vaarwel zeggen. TWEE GELOVEN OP ÉÉN KUSSEN… We leven in een seculiere en ook nog eens multiculturele samenleving en onze jongeren ontmoeten op scholen en op de werkvloer andere jongeren, die ongelovig zijn, of Hindoe, Boeddhist, of Moslim. En dan kan de vonk zomaar overspringen en komt het tot een relatie. Zeker als het wat dieper gaat en het niet ‘overwaait’ zal er vroeg of laat gekozen moeten worden. Hoe stevig staan onze jongeren, van jongs af toch vertrouwd met het Evangelie van Jezus Christus, in hun ‘geloofsschoenen’? Wat hebben zij van huis uit echt meegekregen? Zijn wij zélf een ‘levende brief van Christus’ voor onze jongeren geweest? Hebben wij hen in open en eerlijke gesprekken ook voorbereid op die mogelijke situatie van ‘twee geloven op één kussen’? En wat voor consequenties het allemaal kan hebben als je zo’n situatie niet tracht te vermijden, maar de dingen gewoon laat gebeuren? We beseffen hierin absoluut onze eigen onvolkomenheid. Want wie zijn wij nu helemaal zélf! Maar toch hebben wij hierin onze verantwoordelijkheid te nemen, in afhankelijkheid van de Heilige Geest en biddend om Zijn leiding. Maar laten we niet met de mond vol tanden staan, als ons gevraagd wordt het verschil tussen Christendom en Islam nu eens eventjes uit te leggen. We kunnen ons zelf ook grondig verdiepen in de problematiek. Als opmaat kan ons nieuwe jaarthema dienen: “In gesprek met de Islam.” We kunnen elkaar helpen en bemoedigen tijdens de bijeenkomsten van de afdelingen en provinciale commissies. (column van de preses, in het blad Confessioneel) |