| Ziel |
|
Wat is dat en waar zit die dan? Algemeen secretaris Barend Weegink schrijft erover in zijn column in Confessioneel.
 door Barend Weegink Ooit heeft men een mens vlak voor en na zijn sterven gewogen, om aan het gewichtsverlies de zwaarte van de verhuisde ziel te kunnen bepalen. Maar de ziel is niet meetbaar volgens de wetten van rede en natuur. Ziel is de mens zelf, in zijn onvervreemdbare persoonlijkheid. Ziel is ons diepste wezen waarmee we verantwoording zullen afleggen voor God. Een onsterfelijke ziel en ook een gevaar die ziel voor de eeuwigheid te verliezen. Bij sommigen springen nu alle seinen op rood: ze verafschuwen een valse Griekse geest die de Hebreeuwse, bijbelse bodem zou hebben bedorven. Maar zo is het niet. We laten ons leiden door het groene licht van Jezus’ woorden: Je kunt de hele wereld winnen en ondertussen schade lijden aan je ziel. Zelfs onherstelbare schade doordat de ziel verloren gaat in de hel. We hebben onze ziel te stofferen. Die ziel hecht aan de waarheid die tot ons komt door de openbaring van God, door de Schrift waarin Hij spreekt en door de ervaring die een mens van Hem krijgt. De ziel is de innerlijke landingsplaats voor het evangelie van zonde en genade en de belijdenis van Christus. Van beslissende betekenis is de verhouding waarin wij staan tot de Christus die zegt: ‘Ik ben de waarheid’. Het christelijk geloof is een levende, rechtstreekse betrekking op Hem. De ethische vaderen spraken graag over de consciëntie, het geweten als de seismograaf van de ziel. Ze volgden Blaise Pascal die de ziel 'le coeur profond' noemde, het diepe hart, waar een mens zijn bestaan heeft te gronden in een zee van oneindigheid en waar de 'misère et grandeur' van de mens elkaar treffen. Hier wordt het godsdienstig besef ingeschapen. Intuïtief leert de mens zijn eeuwige Schepper en Meester kennen. In het hart valt de geloofsbeslissing. Alexandre Vinet sprak van 'la conscience' als een zeker iets dat de stem van God verstaat en antwoord geeft. Het geweten is de ambassadeur van God in ons binnenste. Voor de zondeval was er een sterk bewustzijn van eigen bestaan in harmonie met God. Na de zondeval is het weerspiegelen van de eer van God gebroken. Maar niet alles is verloren. Er is een lichtpunt dat de ontaarde mens eraan herinnert dat hij van goeden huize is. Minister-president Jan-Peter Balkenende wilde met de discussie over waarden en normen de rol van het geweten weer wat aanscherpen. Laten we niet te gauw zeggen dat het met de val van zijn regering allemaal weer voorbij is. In confessionele kring was het Cornelis Bezemer die op de gewetenstheologie van Vinet promoveerde. Hij wees erop dat een meereizend overblijfsel niet zomaar is uit te wissen. Con-sciëntie betekent ook samen-weten, samen met God. Het geweten zal blijven protesteren tegen de door de zonde verkeerd gerichte wil in de mens, opdat die zich gaat onderwerpen aan de wil van God. Vergeet maar niet dat dit 'actieve principe' wordt gevoed en gestuurd door de Heilige Geest die boven ons leven is en bij ons wonen wil. Het brengt ons tot God die de mens oneindig liefheeft en hem Zijn teerste liefde schenkt in Christus, de gekruisigde voor ons en in ons. We zijn zielig wanneer we in een afgestompte cultuur dit besef van geloofsgemeenschap niet meer kennen. En zielsgelukkig wanneer we met anderen het eeuwig gewicht van heerlijkheid kunnen delen. (Column in Confessioneel) |