| Samen kerk |
|
 Je zult de dingen samen moeten doen. Dat geldt in de politiek waar het je duizelt voor de ogen: rood, blauw, groen, paars, paars-plus, oranje… Zalig degenen die kleurenblind zijn. En dat geldt ook in de kerk.  door Barend Weegink, algemeen secretaris  Met elkaar zullen we het ene lichaam vormen. De Protestantse Kerk is een veelkleurig gezelschap waarin zich diverse groepen, bewegingen en modaliteiten manifesteren. Men noemt ze de vleugels van de kerk. Vleugels zijn er om mee te vliegen, op goede hoogte, door de heilige Geest. Vleugels zijn er ook om mee te landen, op vaste grond. En die vleugels moet je vooral gebruiken om bij te sturen, anders verlies je de koers. Te lang hebben we in de kerk onszelf tegen de anderen afgezet. Voor jezelf creëer je dan een negatieve identiteit en dat is niet vruchtbaar. Vroeger konden we ons de luxe van harde tegenstellingen misschien nog permitteren, vandaag niet meer. In de geestelijke strijd is het front verschoven. Vijand nummer één is de secularisatie. Wie dat niet ziet, is bezig bloed te verknoeien. Maar verschillen blijven wel bestaan. Je legt eigen accenten om de waarheid van God beter te kunnen dienen. En je moet ook niet te benauwd zijn om zo nu en dan in liefde nee te zeggen. Alleen maar tolerantie is prietpraat van een slapjas. Schrift en Belijden bestaat nog maar twee jaar, die stichting is de confessionele vernieuwingsbeweging. Al tien jaar bestaat de beweging OGG. Die afkorting staat niet voor Oud-Gereformeerde Gemeenten, maar voor Op Goed Gerucht. Ze sturen de middenorthodoxie, de naam die ooit door dr. H. Berkhof werd bedacht en scherp bekritiseerd. Pas op dat je geen mens wordt zonder eigenschappen. OGG presenteerde onlangs op Hydepark de zogenaamde Doornse Catechismus. Met een knipoog naar de oude Heidelberger kwamen 52 nieuwe antwoorden op oude vragen, als een eigentijds geloofskompas. Ze zijn sterk in oneliners, dat is de Twittertaal. Kort en niet te veel zeggen, met besef van voorlopigheid en vooral geen al te grote stelligheid. Mijn diepste troost, anders dan de enige troost, is: ‘Ik kies ervoor dat God bestaat’. Als confessionelen krijgen we voor zo’n statement niet echt de handen op elkaar. Als wij straks de Kernen van belijden uitbrengen of Spreken over God, dan zullen we, net als bij de pas gepresenteerde Doopgedachtenis, toch een andere insteek maken. Ik houd het erop dat confessionelen staan voor moderne orthodoxie. De meeste mensen snappen drommels goed dat modern orthodox nadruk legt op orthodox, en dat er een blijvend tegoed is, los van wat wij menen, kiezen of voelen. We belijden een objectieve waarheid die staat, zelfs als de mensen er niet meer voor staan. Bij het altaar van de twijfel wordt geen mens zalig. Een besef van moderne orthodoxie tref je aan bij denkers en schrijvers als Willem Otterspeer, Willem Jan Otten, Vonne van der Meer, Désanne van Brederode en Marjoleine de Vos, op rij af niet allemaal belijdende christenen. Ze zeggen: als je aan godsdienst doet, gelovig bent, dan gaat het om meer dan een eigen keuze. Je vlecht je in een Traditie en gaat mee in de mystiek der eeuwen, die je niet begrijpt maar wel aanhangt met hart en hoofd. Dat is de winst van deze afkalvende tijd: je staat ervoor omdat God bestaat. In het net verschenen zomernummer van het blad Kerkinformatie werd ds. Leen den Breejen, de confessionele voorzitter, geïnterviewd. Heel lezenswaardig wat hij erover zegt. (column Schrift en Belijden in het blad Confessioneel, zomer 2010) |