|
Dinsdag 16 februari 2010, weer winters en wit was de dag. In hartje Leiden trokken zo'n dertig personen samen op in de Lokhorstkerk aan de Pieterskerkstraat. Een vrijzinnige locatie voor een orthodox gezelschap. Modern orthodox wel te verstaan. Dat wil zeggen: de klassieke kerkelijke traditie van christelijk geloof en belijden verstaanbaar en vruchtbaar gemaakt voor vandaag. De Confessionele Vereniging, samen met de stichting Schrift en Belijden, organiseerde een studiedag voor studenten, beginnende predikanten en kerkelijk werkers. Onderwerp: ambt en persoon.
Van de webredactie: Naast het verslag van de alg. secr. is er ook in de pers te lezen over de studiedag. In het Reformatorisch Dagblad van 17 febr. verscheen een weergave. Jan van Reenen maakte het verslag. In het Nederlands Dagblad van 18 febr. gaf Sjoerd Mouissie een impressie van de bijeenkomst. Hij interviewde enkele jonge deelnemers. Een erkelijk werker, predikant en student vertellen hun visie en ervaring. Hoe liep het programma? Dagvoorzitter Anne Verbaan opende en leidde de bijeenkomst. Spirituele momenten waren loflied en gebed. Verbaan, Piet de Graaf en Gert de Klerk hadden het draaiboek gemaakt. CV, studiefonds en leerstoelenfonds stonden garant voor een gratis deelname. Maar dan moet de vonk erin en dat lukte. Jacques Schenderling hield n.a.v. zijn boek Beroepsethiek voor pastores een helder refereraat. Hij schetste de historie en gaf aandachtspunten die een voorzet vormden voor de middagdiscussie in kleine groepen. Schrift en Belijden zet confessionele route uitAan het eind van de morgen gaven Herbert Wevers (voorzitter) en Barend Weegink (algemeen secretaris) smoel aan de jonge stichting Schrift en Belijden. Dat is de vooruitgeschoven post van de CV die beleid voor de toekomst wil maken. Ook Jurrien Mol en Egbert Knoeff waren aanwezig. Hoe is S&B ontstaan, waar is ze mee bezig, hoe vertalen we het confessionele gedachtegoed voor de komende generatie van voorgangers, ambtsdragers en kerkleden, wat is eigenlijk confessioneel? Een half uur bleek te kort voor dit onderdeel. De stemmen kwamen in beweging toen de modalitaire positiebepaling aan de orde was. Waarin onderscheidt confessioneel zich van bonds, evangelisch, op goed gerucht en vrijzinnig? Juist deze maanden laten al die stromingen van zich horen in een protestantse kerk die volop in beweging is. Dan moet je goed aan je wortels voelen en in Twittertaal zeggen waarop wordt gestoeld. Nieuw talent uit studenten en predikanten liet zich horen in de discussie, kapitaal voor de toekomst. We kunnen hen gaan benaderen en dat is winst bij de voortgaan van studie en praktijk in de kerk. StadsbezoekNa de lunch leidde De Klerk, voormalig chef monumenten van de Leidse binnenstad, het gezelschap een uur lang langs levende historie. Hij wist de stenen te laten spreken! Groepswerk In de workshops van 's middags werden vier items voor pastores behandeld. Een casus gaf een oefenschool voor soepel, inhoudelijk en verantwoordelijk omgaan met het (toekomstig) predikantschap. Al gauw werd het boek van Schenderling erbij gehaald, wat adviseert hij? Kun je dit maken of moet het anders? EvaluatieTussen half tien en half vier werd die dinsdag stevig gebrainstormd. En bij de evaluatie rolden er zo al vier thema's voor komende studiedagen over de tafel. Schrift en Belijden heeft goed geluisterd. Binnenkort zal ze de vervolgroute uitzetten. Er komen meer van zulke dagen. Ook voor predikanten en kerkelijk werkers die al langer op de werkvloer staan. (Barend Weegink) ReferaatSchenderling gaf een digitale versie van zijn hand-out op de dag. Die vindt u hieronder. Tussen de regels door ziet u een fotoimpressie van de geslaagde dag. Wat het ambt met je doet, wat het ambt van je vraagt Lezing Confessionele Vereniging, Leiden, 16 feb. 2010 Dr. Jacques Schenderling, Berkel en Rodenrijs .Literatuur: Jacques Schenderling, Beroepsethiek voor pastores, Budel: Damon, 2008. ISBN 978-90-5573-8519. Gebonden, 238 blz.; prijs: € 22,90. 1) Inleiding Casus: Ds. De Vries heeft in de zomer vier weken vakantie. Nadat hij drie weken in het buitenland is geweest, keert hij terug naar huis. Tijdens zijn laatste vakantieweek krijgt hij een telefoontje van een collega, dat een terminaal zieke pastorant uit de gemeente van De Vries naar hem gevraagd heeft. De collega meldt dat de zieke dringend om hem gevraagd heeft en dat hij daarom belt, maar dat hij uiteraard bereid is de pastorale zorg voor de zieke op zich te nemen zolang De Vries met vakantie is. Spanningen die samenhangen met het ambt: - moet je altijd klaarstaan,als gemeenteleden een beroep op je doen? - mag je een rigoureuze scheiding maken tussen werk en privéleven (vakantie)? - is het collegiaal om af te wijken van de vervangingsregeling? 2) Hoe is het ambt ontstaan?Om deze spanningen te kunnen begrijpen, moeten we reconstrueren hoe het ambt is ontstaan. * Eerste generatie, ca. 30-60 na Chr. (p. 66-67) - iedere gelovige is geroepen, velen hebben bijzondere gaven (charismata), functies komen spontaan uit de gemeente op (1Kor. 12) - bediening van het evangelie is nog geen beroep, met vrijstelling van ander werk; Paulus laat zich niet betalen (2 Kor. 11), maar werkt als tentenmaker ‘U herinnert u, broeders en zusters, hoe we ons hebben ingezet en ingespannen, hoe we dag en nacht hebben gewerkt om niemand van u tot last te zijn. Op die manier hebben we u het evangelie van God verkondigd.’ (1 Thess. 2:9) - inhoudelijk: • roeping (aangeraakt zijn door de Geest) gaat vooraf aan vervullen van een functie * Vanaf de derde generatie, Pastorale brieven, ca. 90-120 na Chr. (p. 68, 70, 83) - bepaalde functies worden toegewezen ‘Dit is een betrouwbaar woord: indien iemand staat naar het opzienersambt, dan begeert hij een voortreffelijke taak.’ (1 Tim. 3:1) - en voor het uitoefenen van deze functies ontvangt men geld; direct bewijs: ‘Oudsten die goed leiding geven moeten dubbel worden beloond, vooral degenen die zich veel moeite geven voor de prediking en het onderricht. De Schrift zegt immers: ‘U mag een dorsend rund niet muilkorven’ en ‘De arbeider is zijn loon waard.’ (1 Tim. 5:17-18). indirect bewijs: een opziener ‘moet vredelievend en vriendelijk zijn, en niet geldzuchtig.’ (1 Tim. 3:3); een diaken moet ‘niet hebzuchtig zijn’ (1 Tim. 3:8); en het is verkeerd te ‘denken dat het geloof geldelijk gewin brengt’ (1 Tim. 6:5). - inhoudelijk: • de gemeenten zijn zo groot en het werk is zo complex geworden, dat er mensen vrijgesteld moeten worden om het gemeentewerk te doen; • de gemeenteleden brengen vrijwillig gaven bijeen om in het levensonderhoud van de gemeenteleiders (oudsten, diakenen) te kunnen voorzien; • er worden (steeds hogere) eisen gesteld aan de deskundigheid én aan de persoonlijke levensstijl van de voorgangers.` 
* Vroege kerk, tijd van Augustinus, ca. 400 na Chr. (p. 126, 138) - territoriale spreiding: het grondgebied van elk land in opgedeeld in kerkelijke eenheden (bisdommen, parochies); daardoor is gegarandeerd dat in iedere regio de sacramenten bediend worden, prediking en catechese kunnen plaatsvinden, en pastorale ondersteuning op afroep beschikbaar is; - van priesters en diakenen wordt verwacht dat ze in hun eigen territorium aanwezig én beschikbaar zijn; = ‘residentie en presentieplicht’; ter illustratie: het concilie van Hippo besloot in 393 na Chr. (in aanwezigheid van de jonge, onbekende priester Augustinus): ‘(Men heeft besloten) dat bisschoppen, priesters en diakenen hun levensonderhoud niet mogen verwerven door activiteiten, waardoor ze moeten reizen of waardoor ze van hun kerkelijke verplichtingen worden afgehouden.’ - inhoudelijk: • pastores moeten aanwezig en beschikbaar zijn voor de eredienst en voor pastorale noodgevallen; • grotere afstand tussen geestelijke stand en ‘leken’ * Hoge Middeleeuwen, ca. 800-1250 na Chr. (p. 191) - celibaat wordt verplicht gesteld voor priesters (1139 na Chr., Tweede Lateraans Concilie) - inkomstenbronnen voor geestelijken verschuiven van vrijwillige gaven naar: grondbezit (kloosters), vaste toelagen (fondsen), bijdragen gelovigen voor ambtshandelingen (mis lezen, begrafenis, huwelijk, aflaat); - bestrijding van simonie (= tegen betaling verwerven van geestelijk ambt met het oog op de inkomsten, politieke of militaire macht) - inhoudelijk: • pogingen privéleven van geestelijken strenger te reguleren; • spanning tussen de spirituele opdracht en het feitelijke handelen van de geestelijkheid * Vanaf de Reformatie, 16e-18e eeuw (p. 39, 122) - theologisch verschuift het accent naar het ‘ambt aller gelovigen’ (Luther: ook ouders, onderwijzers en overheid moeten het evangelie uitdragen, d.w.z. zij delen in het predikambt) - vaste kerkelijke inkomsten vallen weg; gevolg: de kerk wordt financieel afhankelijk van de burgerlijke overheid; de overheid benoemt vaak de geestelijken (voorbeeld: de strijd tussen Danaeus en het Leidse stadsbestuur in 1581); en: grote armoede in pastorieën; - de kerk probeert het niveau en het gedrag van geestelijken te bewaken (via classes en visitatie), vaak met tussenkomst van de burgerlijke overheid; - voorbeeld: In 1538 werd Luther op de hoogte gesteld van een zaak in Sausedlitz. De predikant daar had zich zeer ‘onbehoorlijk en ergerlijk gedragen’: hij had met een buks rondgelopen en daarmee ook binnen de bebouwde kom geschoten; hij had zijn vrouw mishandeld; hij had een kroeg bezocht en zich daar liederlijk gedragen; hij was verdacht vaak gesignaleerd in het huis van een weduwe; en hij had een aantal keren de zondagse eredienst verzuimd. Dat was volgens Luther al met al voldoende reden voor ontslag, maar hij drong er bij de keurvorst op aan de man nog een tweede kans te geven. Hij moest uit Sausedlitz verwijderd worden, maar er kon misschien een andere standplaats voor hem gevonden worden omdat hij ‘drie arme kleine kinderen en een zieke vrouw’ had en hij bovendien aardig goed kon preken (‘zu predigen ziemlich geschickt (ist)’). - inhoudelijk: • geestelijke karakter van het ambt weer op de voorgrond; • verwachtingen t.a.v. levensstijl blijven hoog (predikant als ‘voorbeeld’ voor de hele gemeente) * Recente ontwikkelingen, 20e-21e eeuw (p. 42, 123) - financiële band (‘gouden koord’) met staat wordt doorgesneden (standplaatstoelages en portvrijdom van de kerk worden beëindigd); - strijd om een redelijk traktement en pensioen (Noordmans, oprichting Bond van Nederlandse Predikanten); - vanaf de jaren ’60 liberalisering van de levensstijl van predikanten; - voorbeeld: In de kerkorde van veel Duitse landskerken was in de jaren ’40 en ’50 vaak een bepaling opgenomen, dat men een predikant bij echtscheiding disciplinaire maatregelen kon opleggen. Deze bepaling bleek in de jaren ’70 en ’80 echter onhoudbaar, omdat ook onder predikanten echtscheidingen steeds vaker voorkwamen. Echtscheiding wordt niet meer gezien als een vergrijp waarop disciplinaire maatregelen moeten volgen, maar eerder als een persoonlijke tegenslag. - er is sprake van een proces van professionalisering: de eisen wat betreft opleiding en bekwaamheid (KPV-training) worden opgeschroefd; - door de ontkerkelijking neemt het aantal predikantsplaatsen af en worden veel plaatsen teruggebracht naar een parttime dienstverband; - inhoudelijk: • verwachtingen t.a.v. het ambt worden opgeschroefd, maar tegelijk diffuser; 3) Het ambt aan het begin van de 21e eeuw Positief resultaat van de historische ontwikkeling: 1. het ambt stelt enkele mensen in de gemeente vrij van andere arbeid, zodat zij zich kunnen wijden aan studie ‘Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.’ (2 Tim. 3:16-17); 2. het ambt stelt hen in staat om mensen op cruciale momenten bij te staan (aanwezigheid en beschikbaarheid), bijvoorbeeld bij geboorte en huwelijk, ziekte en overlijden; Fricties rond het ambt als gevolg van de historische ontwikkeling: 1. er bestaat spanning tussen het religieuze ideaal (het ambt stelt je in staat met geestelijke zaken bezig te zijn, je te wijden aan studie en gebed, aan goede gesprekken en inspirerende diensten), en de dagelijkse praktijk (veel vergaderen, te hoge werkdruk, onduidelijke verwachtingen, conflicten binnen de gemeente); 2. het accent op aanwezigheid en beschikbaarheid kan leiden tot een grote werkbelasting (‘het werk is nooit af’); het is bij een parttime aanstelling moeilijk te realiseren; het is moeilijk om een scheiding aan te brengen tussen de werk- en de privésfeer; (p. 125) 3. gemeenteleden projecteren nog steeds hun eigen idealen t.a.v. het geloof op de voorganger; hij/zij moet het goede voorbeeld geven, ‘voorleven’ wat het geloof betekent; Josuttis ‘Der Pfarrer ist anders’; (p. 33, 115) 4) Ethische richtlijnen bij de uitoefening van het ambt Ethische regels expliciteren de verwachtingen die er rond een maatschappelijke rol (in dit geval: het ambt van predikant) bestaan. Ze helpen de ambtsdrager bij het uitoefenen van zijn werk, en de gemeenteleden bij het structureren (eventueel: bijstellen) van hun verwachtingen. De volgende vier kernwaarden zijn kenmerkend voor het beroep van pastor: (a) de bereidheid te dienen (p. 88, en 91 v) - dienen = zich richten op het belang van de Ander (God) / de ander (de medemens); - Paulus beschrijft zijn ambt als apostel enerzijds als een dienen van God en Christus (Rom. 15:16; 1 Kor. 4:1); en anderzijds als een dienen van de gemeente (2 Kor. 4:5; Kol 1:25); het gaat dus steeds om een dubbele dienende relatie; - dienen betekent altijd: de eigen doelen op de tweede plaats zetten; iets van jezelf opofferen; bijvoorbeeld door in je ‘vrije tijd’ een extra bezoekje te brengen aan een ernstig zieke; Er kan spanning optreden rond de bereidheid van de pastor om te dienen. Voorbeelden: - als de pastorant het contact met de pastor afwijst of na een tijdje verbreekt; maar de pastorant heeft het recht daartoe op grond van zijn/haar autonomie [vgl. blz. 100] - als een predikant part-time is aangesteld; kan hij/zij weigeren een begrafenis te leiden of een zieke te bezoeken op zijn/haar vrije dag? - als de collegiale samenwerking niet goed loopt; in dat geval moet de predikant ervoor waken dat hij/zij niet teveel taken naar zich toetrekt. Casus 1. Ongeveer twee jaar na haar vertrek krijgt een predikant een telefoontje uit haar vorige gemeente. Eén van haar vroegere ouderlingen vertelt dat haar man is overleden. Ze wil graag dat de oud-predikant de begrafenis leidt. De predikant vraagt op haar beurt of haar opvolger niet beschikbaar is. De weduwe vertelt dat zij tijdens de ziekte van haar man een nare ervaring met deze predikant gehad heeft en dat zij hem niet wil vragen de begrafenis te leiden. Als de oud-predikant weigert, zal de begrafenis in stilte plaatsvinden. (b) betrouwbaarheid (p. 89, en 95 v) - betrouwbaarheid = de wil om het vertrouwen dat anderen in je stellen te bevestigen of bevorderen; - betrouwbaarheid wordt o.a. zichtbaar in het stipt nakomen van toezeggingen en het loyaal uitvoeren van besluiten van de kerkenraad; - het ambt is gebaseerd op vertrouwen; daardoor durven mensen tijdens pastorale gesprekken vrijuit te spreken; daardoor vertrouwen ze predikanten een deel van de leiding in de gemeente toe, enz.; - wie tot het ambt toetreedt, krijgt bij voorbaat een bepaald ‘krediet’ aan vertrouwen op grond van het beeld dat mensen van het ambt hebben (‘een pastor kun je vertrouwen; hij/zij heeft een ambtsgeheim; hij/zij kan goede adviezen geven’, enz.); - het vertrouwen blijft gelijk als een ambtsdrager aan de verwachtingen voldoet (‘gewoon’ zijn/haar werk doet); het vertrouwen zal pas groeien, als de ambtsdrager soms iets doet dat de verwachting te boven gaat (bijvoorbeeld door midden in de nacht een zieke te bezoeken; onverwacht bij een jeugdclub te verschijnen, enz.); - verlies van vertrouwen treedt op door een ‘symptomatische’ fout te maken (= een fout die ‘aantoont’ dat de pastor als persoon niet betrouwbaar is); dat gebeurt bijvoorbeeld als de pastor het ambtsgeheim schendt door feiten uit een vertrouwelijk gesprek te delen met een ander; Casus 2. Tijdens een gesprekskring werd de deelnemers gevraagd een ervaring met de kerk te noemen die zij niet snel zouden vergeten. Een vrouw vertelde dat ze een negatieve ervaring had gehad, die ze niet snel zou vergeten. In haar vroegere gemeente had ze eens een gesprek gehad met haar pastor over haar persoonlijke problemen. Enkele weken later bracht de pastor hetzelfde type probleem ter sprake in de preek. Hij citeerde ook een uitspraak van iemand uit de gemeente over het probleem. De vrouw had sterk de indruk dat hij zich daarbij baseerde op het gesprek met haarzelf. Hoewel haar naam niet genoemd was, had ze het idee dat sommige gemeenteleden haar situatie herkend hadden. - als de kerkenraad de pastor op alle gebieden wil controleren, getuigt dat van een gebrek aan vertrouwen, niet van gezonde belangstelling; het getuigt van vertrouwen als je ervan uitgaat dat een professional zelfstandig zijn werk doet, zonder minutieuze aansturing of controle; - daarom is het een teken van afnemend vertrouwen als men tijdschrijven of functioneringsgesprekken invoert om de predikant te kunnen controleren [vgl. blz. 98]; de grondslag van het ambt (vertrouwen) is dan al aan het eroderen; Er kunnen spanningen optreden rond de wil van de predikant om vertrouwen te verwerven: - sommige predikanten willen zichzelf teveel ‘bewijzen’ om zo het vertrouwen kunstmatig te vergroten; het gevaar bestaat dat zij daardoor gaan concurreren met of zich afzetten tegen collega’s; dat ze voortdurend hun eigen grenzen verleggen; en dat ze vastlopen doordat ze te hoge verwachtingen wekken bij de gemeente; - gemeenteleden geven steeds minder ‘automatisch’ hun vertrouwen; het respect voor het ambt neemt af; pastores moeten zich eerst ‘bewezen hebben’ voordat mensen hun vertrouwen schenken; sommige kerkenraden benaderen hun pastores als gewone ‘werknemers’ die beoordeeld worden op hun prestaties; (c) respect voor autonomie (p. 90, en 100 v) - respect voor autonomie = respecteren van de keuzevrijheid van gemeenteleden, collega’s, enz.; - respect voor autonomie is een standaardregel in hulpverlening; in de gezondheidszorg is de toestemming van de patiënt vereist bij iedere medische handeling; binnen de kerk neigt men soms nog naar paternalisme (= voor de ander beslissen wat goed voor hem/haar is); - respect voor autonomie is theologisch te herleiden op het ‘beeld Gods’-zijn van de mens (Gen. 1:26-27); voor God als Schepper is iedere mens gelijk, en heeft iedere mens het recht zelf te beslissen over zijn/haar levensinvulling; daarom mag een ander hem/haar niet dwingen of overheersen, ook al doet hij dat met de beste bedoelingen; - voorbeelden: men moet voorzichtig omgaan met het verzamelen en verspreiden van informatie over personen [vgl. blz. 145 v]; er is toestemming nodig voordat men persoonlijke informatie publiceert in het kerkblad; bij twijfel daarover moet men contact opnemen met de betreffende persoon; - doorverwijzen naar een andere hulpverlener, bijvoorbeeld een psycholoog, kan alleen op vrijwillige basis, niet omdat de pastor dat het beste vindt [vgl. blz. 206 v]; Rond het respect voor autonomie kunnen spanningen optreden, bijvoorbeeld: - mag men een gemeentelid met gezondheidsklachten afraden om een alternatieve genezer te bezoeken? Ook als men reden heeft om aan te nemen dat de alternatieve genezer een fraudeur is? Wanneer moet een pastor interveniëren bij ernstige (psychische) problemen? Casus 3. Een pastor met ruime ervaring in het onderwijs begint te vermoeden dat een catechisante lijdt aan anorexia nervosa. Het meisje zelf wil daarover pertinent niet met hem spreken. De pastor overweegt of hij de moeder van het meisje, een gescheiden vrouw met drie kinderen, hierover zal aanspreken. - mag de kerk weigeren om mee te werken aan een uitvaart, als men bezwaren heeft tegen de toepassing van euthanasie? Mag de kerk haar morele oordeel op deze wijze kenbaar maken? [vgl. blz. 103] (d) waarachtigheid of eerlijkheid (p. 91; en 106 v) - waarachtigheid = de informatie die doorgegeven wordt, moet juist zijn; - dat betekent dat er correspondentie moet zijn tussen wat iemand voor waar houdt, en wat hij/zij zegt; de persoonlijke opvattingen en de publieke uitspraken moeten met elkaar overeenkomen; - deze waarde kan men alleen goed in praktijk brengen, als men daarvoor een bepaalde inspanning wil verrichten; - zo kan men alleen aan de voorwaarde van zorgvuldigheid voldoen, als men bereid is feiten te controleren, uit te zoeken wat er werkelijk gezegd is, enz.; - voorbeelden: bij het publiceren van informatie in het kerkblad moet men nagaan of de informatie juist is, en of de betrokkene toestemming geeft voor publicatie (denk aan de opname van een gemeentelid in een psychiatrisch ziekenhuis); - bij besluiten van de kerkenraad is transparantie een vereiste; de gemeente als democratisch lichaam heeft recht op openheid en inspraak; en als besluiten persoonlijk consequenties hebben, moeten de betrokkenen daarover vooraf worden geïnformeerd [vgl. blz. 149 v]. Rond de kernwaarde van de waarachtigheid kunnen spanningen optreden, bijvoorbeeld: - soms kan de pastor bepaalde informatie niet delen met anderen op grond van het ambtsgeheim; bij de voordracht van ambtsdragers kan het gebeuren, dat een pastor bezwaar aantekent tegen een kandidaat zonder dat hij/zij kan toelichten wat de reden daarvan is; Casus 4. In de kerkenraad is een vacature voor het ambt van ouderling. Tijdens de vergadering noemt één van de kerkenraadsleden een naam. De predikante schrikt als ze de naam van de man hoort. Ze heeft namelijk contact met het gezin en weet dat het huwelijk op springen staat. De vrouw beschuldigt de man ervan dat hij een buitenechtelijke relatie heeft. - het controleren van de feiten kost soms onevenredig veel tijd en inspanning, waardoor men daarvan moet afzien; - als men de gemeente intensief betrekt bij de besluitvorming, kan dat leiden tot vertraging in de besluitvorming; ook heeft de kerkenraad dan minder greep op de uiteindelijke beslissing; er is in de christelijke gemeente echter geen alternatief voor een open, democratische wijze van beslissen. |