De synode vergaderde

van de webredactie: Drie dagen achtereen (12-14 november 2009) vergaderde in Lunteren de generale synode van de Protestantse Kerk. Er stonden maar liefst 29 punten op de agenda. Dr. J.D. Th. Wassenaar (Hellendoorn) woonde als secundus-afgevaardigde van de classis Deventer de najaarssynode bij. In zijn weergave van het gesprek over de doopgedachtenis geeft hij speciaal aandacht aan de zgn. 'herintreders'. Wassenaar maakte ook een verslag over de kerkorde. Na vijf jaar ervaring komen er aanpassingen in de kerkelijke organisatie. De synode sprak haar intentie uit: Laat de kerkordecommissie met nieuwe regels komen. Over twee jaar kan het zover zijn. Ook leest u wat de synode besprak over seksualiteit, de plaats van de kerk in de samenleving en de rol van de toekomstige predikant-vicaris.

Uitgangspunten voor doopgedachtenis

door Jan Dirk Wassenaar

Aanleiding

Vorig jaar besprak de synode de notitie ‘Doop, doopgedachtenis en doopvernieuwing’. De achtergrond daarvan was een vraag van het Evangelisch Werkverband inzake ‘herbevestiging van de doop’. In de discussie van vorig jaar stond het verschil tussen doopgedachtenis en doopvernieuwing centraal. Doopgedachtenis werd gedefinieerd als het present blijven stellen van de doop, terwijl doopvernieuwing betrekking heeft op degenen die ‘als kind gedoopt, vervreemd geraakt, toch weer terug keren naar de kerk en verlangen naar een moment zoals dat bij de volwassendoop beschikbaar is’. Een overgrote meerderheid van de sprekers keerde zich tegen doopvernieuwing, maar beklemtoonde het belang van levenslange doopgedachtenis.

Notitie

Op 12 november werd de vervolgnotitie ‘Uitgangspunten voor doopgedachtenis’ aan de orde gesteld. Daarin gaat het over het belang van levenslange doopgedachtenis. Met het oog daarop worden verschillende vormen van “present-stellen” van de doop’ genoemd. Om te beginnen het gebruik van wijwater, zoals dat in de rooms-katholieke traditie bekend is. Vervolgens de doopgedachtenis in de paasnacht. Die wordt in tal van gemeenten gepraktiseerd. Nog een vorm: de doopgedachtenis bij de belijdenis.

Herintreders

Onder ‘Doopgedachtenis bij her-intreders' wordt de mogelijkheid genoemd om door middel van water een zichtbare relatie met de doop te leggen voor mensen die – soms na jarenlange omzwervingen – weer tot de kerk terugkeren. Zij krijgen dan de mogelijkheid om het water weer te ‘voelen’ en worden zo als het ware naar de eens gegeven doop teruggevoerd. Onder het motto ‘Hierin ging ik in, dit was het waterbad, na alles wat er gebeurd is in mijn leven mag ik weten dat in dit water mijn oude leven met Christus is begraven. Ik voel het water, ik breng het aan mijn lippen, aan mijn handen, aan mijn voeten, aan mijn hart.’

Discussie

In de discussie werd de toon gezet door de Commissie van Rapport. In een tegenvoorstel verwoordde ze de zorg dat ‘Doopgedachtenis bij “her-intreders”’ toch de eenmaligheid van de doop zou ontkrachten en te veel nadruk zou leggen op het menselijke geloof ten koste van het centraal stellen van Gods genade. Die vrees werd door veel synodeleden gedeeld. Scriba dr. A.J. Plaisier verdedigde de notitie. Zijns inziens doet die recht aan enerzijds het eenmalige karakter van de doop. Aan de andere kant probeert ze aan te sluiten bij het verlangen naar ervaring, zoals daarvan vooral bij evangelisch georiënteerde christenen sprake is. Maar volgens dr. Plaisier moet het in die ervaring wel gaan om dankbare aanvaarding van de eens geschonken gave van de doop, waarin Gods initiatief zichtbaar wordt: Hij is de eerste.

Handreikingen

De synode aanvaardde de notitie. Ze staat dus een ritueel waarin water een rol speelt, toe. Die ‘handeling met water’ moet wel in het kader van doopgedachtenis staan. Op geen enkele wijze mag de indruk gewekt worden, dat de doop overgedaan wordt. Die is en blijft eenmalig. De dienstenorganisatie zal met liturgische handreikingen komen, die zich binnen de kaders van de notitie bewegen. Verder zal ze, met het oog op ‘de missionaire situatie’, een pastorale handreiking opstellen voor het gesprek met gemeenteleden die herdoop of overdoop verlangen of zich al hebben laten overdopen.
 De vraag blijft, of gelovige ‘spijtoptanten’ hier tevreden mee zijn. Er zijn er die hun doop nadrukkelijk willen vernieuwen. Daar wil de synode dus niet in meegaan. Dr. Plaisier: ‘De kerk is geen servicebedrijf. Er zijn grenzen.’ Wie daar niet mee kan leven, zal het dus – als het om doopvernieuwing gaat – buiten de Protestantse Kerk in Nederland moeten zoeken.

 

De kerkorde bij de tijd

door Jan Dirk Wassenaar

Schaarste

De synode aanvaardde een lijvig rapport van de commissie evaluatie kerkorde. Onder leiding van oud-synodepreses ds. W.B. Beekman had die onderzoek gedaan naar het functioneren van de kerkorde van de PKN. In haar rapport constateert ze, dat verreweg het grootste deel van de problemen die zich voordoen, met het kleiner worden van de kerk te maken heeft. Ze spreekt niet alleen van kwantitatieve, maar ook van kwalitatieve schaarste. Daarom zou de regelgeving aangepast moeten worden. De meeste voorstellen van de commissie werden met instemming ontvangen. Alleen over details werden opmerkingen gemaakt. Er is nu heel wat werk voor het generale college voor de kerkorde. Dat moet op basis van het rapport en van wat ter synode gezegd is, met wijzigingsvoorstellen voor de kerkode (lees: de ordinanties) komen.

Vergaderingen

De commissie stelt voor om de huidige omvang van de meerdere vergaderingen substantieel terug te brengen. Neem de synode zelf: die bestaat uit maar liefst zo’n 150 afgevaardigden. Dat vergadert lastig. Het is trouwens wel zo, dat synodeleden heel graag lijken te komen. De opkomst is altijd hoog, het aantal secundi heel gering… Overigens is de synode als gremium meer in beeld dan de algemene classicale vergadering. Bij dat instituut werden vraagtekens gezet. Is het nodig om het te handhaven? Verder stelt de commissie voor om te overwegen om voor afvaardiging naar meerdere vergaderingen en bemensing van colleges gebruik te maken van oud-ambtsdragers, waar trouwens wel bezwaren tegen geopperd werden. En: om na te gaan of het dienstig is om zittingstermijnen te verruimen.
 Specifieke problemen moet zo snel mogelijk aangepakt worden. In dat kader werden de behandeling van conflicten rond predikanten en de ‘perforatieregeling’ (het regelen van voorkeurslidmaatschap in een andere dan de geografische gemeente) expliciet genoemd.  

‘Mediation’

Ouderling dhr. A.C. van de Vliert van de classis Doetinchem diende een motie in, die ik mee heb ondertekend. Dhr. van de Vliert stelde voor om te bekijken wanneer ‘mediation’ als vorm van conflictoplossing ingezet kan worden, voorafgaand of tijdens een reeds bestaande kerkelijke procedure (van opzicht of bezwaren en geschillen). Van verschillende kanten werd opgemerkt, dat ‘mediation’ al plaatsvindt. Benadrukt werd, dat zulks wel binnen de bestaande kaders dient te gebeuren. Vooral het generale college voor de visitatie zal hier mee aan de slag gaan. Hopelijk leidt dat er toe, dat conflicten sneller dan nu vaak gebeurt, opgelost worden. Want duidelijk is wel geworden, dat lange kerkelijke procedures veel frustratie kunnen opleveren.

 

Een brief over seksualiteit?

door Jan Dirk Wassenaar

Aanleiding

Het voert te ver om de geschiedenis van de ‘Brief seksualiteit’ helemaal na te gaan. Ik noem alleen de aanleiding: die is gelegen in wat ‘het gravamen De Ronde’ is gaan heten. Dat bezwaar heeft betrekking op ordinantie 5.4. van de kerkorde over het zegenen van andere levensverbintenissen dan het huwelijk van man en vrouw.
Van belang is, dat het moderamen van de synode voorstelde om een brief aan de gemeenten te schrijven, over seksualiteit in het algemeen, dus niet toegespitst op homoseksualiteit. Dr. Plaisier voerde een pleidooi voor zo’n brief over seksualiteit. Overigens was het niet slechts de bedoeling om daarmee een bijdrage te leveren aan het ‘binnenkerkelijke’ gesprek. De opzet was ook om in het maatschappelijke debat, in de publieke ruimte ‘een verstandig woord’ over het thema te laten horen. De kerk kan op dit terrein een eigen geluid tot klinken brengen, aldus Plaisier.

Geen brief

Een tegenvoorstel van ouderling mevr.dr. S. Hiebsch en medestanders om zo’n brief niet te doen uitgaan, werd aangenomen. Daar is niet alles mee gezegd. Het moderamen kreeg de opdracht mee om het bestuur van de dienstenorganisatie te verzoeken om opdracht te geven aan het expertisecentrum om de bijbels-theologische en ethische vraagstukken rond het thema seksualiteit zoals die in de breedte van de PKN leven, nader in kaart te (doen) brengen, met gebruikmaking van reeds beschikbaar materiaal. Verder is het de bedoeling, dat een handreiking wordt geschreven die het kerkelijke gesprek over seksualiteit en relaties dient.
Om misverstand te voorkomen: het is niet de bedoeling om de discussie over het thema te beperken tot de genoemde ordinantie, en zeker niet om die opnieuw ten principale ter discussie te stellen.


De kerk en de democratische rechtsstaat – een positiebepaling

door Jan Dirk Wassenaar

Kerk en staat

Op verzoek van het moderamen van de synode schreef prof.dr. L.J. Koffeman een rapport over de verhouding kerk – staat en de rol van religie in de samenleving. De inhoud ervan is gebaseerd op conferenties met en reacties van 33 deskundige theologen, historici, juristen, politici en sociale wetenschappers.
De synode was onder de indruk van de pennenvrucht van Koffeman en aanvaardde het stuk als basis voor een gesprek in de gemeenten. In de nota zullen nog wel elementen uit de synodale beraadslaging opgenomen worden. Tevens zal nog voor een gesprekshandleiding gezorgd worden. De synode hoopt, dat gemeenten zo geholpen worden bij het gesprek over de thematiek en dat ze er iets aan hebben bij hun concrete vragen met betrekking tot hun relatie tot de lokale overheid.
 
Democratie

Op het inleidende hoofdstuk 1 volgt het historische hoofdstuk 2 over tradities in het kerkelijk denken over samenleving en overheid. Uitvoerig gaat de auteur in op de visies ten tijde van de Reformatie, alsook op de verschillen in mening tussen de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland. In hoofdstuk 3 bespreekt hij de diverse veranderingen in het publieke domein. In hoofdstuk 4 somt hij theologische motieven en overwegingen op. De kern daarvan is, dat de PKN de democratische rechtsstaat principieel aanvaardt en niet uit is op politieke macht. Ze verlangt van de overheid geen godsdienstige keuze. Veeleer is ze dankbaar, dat ze in vrijheid haar eigen kerkelijk leven mag inrichten en dat dit grondrecht ook voor andere groeperingen geldt. Immers: voor de wet is iedereen gelijk en er is scheiding tussen kerk en staat, wat trouwens iets anders is dan scheiding tussen religie en politiek. In hoofdstuk 5 komt prof. Koffeman met praktische perspectieven. Dr. Plaisier sloot daar bij aan door op te merken, dat het rapport goede diensten kan bewijzen als het gaat om het gesprek met overheden over bijvoorbeeld het bewaren van religieus erfgoed en over categoriaal pastoraat (in ziekenhuizen, gevangenissen e.d.).

Theocratie


Overigens vond een aantal afgevaardigden, dat het rapport wel erg liberaal getoonzet was en dat de daarin genoemde bijbelse waarden van vrijheid, gelijkheid, solidariteit, participatie, duurzaamheid en veiligheid erg algemeen ingevuld zijn. Iemand zei: drie ervan komen regelrecht uit de Franse Revolutie voort. Had ook niet gerechtigheid genoemd moeten worden? Meer dan wie ook vroeg dr. A.A.S. ten Kate, predikant-afgevaardigde van de classis West-Brabant, zich af wat er zo van het profetische spreken van de kerk overblijft. Uit ‘de rechterflank’ klonken nog enkele enigszins theocratische geluiden.
Koffeman vindt, dat de kerk met de overheid in gesprek moet zijn, maar niet van de overheid mag verlangen, dat ze een godsdienstige keuze maakt. In dat opzicht moet men het theocratisch ideaal loslaten, zeker in politieke zin. De kerk moet wel aan het maatschappelijke debat meedoen. Ze mag zelfs profetisch spreken, bij monde van de synode of haar moderamen. Dat ambtelijke spreken is niet kerkordelijk in te kaderen, omdat het vanuit extreme situaties moet gebeuren. De nood moet er toe dringen.


Angst voor de predikant-vicaris

door Jan Dirk Wassenaar

Implementatie

Onder de titel ‘Angst voor de predikant-vicaris’ is op www.kerknieuws.nl van de IKON over de discussie en de besluitvorming inzake het ‘Plan van Aanpak’ (‘implementatie en uitvoering van synodale besluitvorming met betrekking tot het rapport ‘Hand aan de ploeg’) te lezen. Ik baseer mij daar grotendeels op, omdat ik 14 november verhinderd was om de synodevergadering bij te wonen.
Tijdens de synode van april 2009 was de angst voor de predikant-vicaris al merkbaar. Volgens velen zou het toelaten van een HBO-er tot het predikantschap tot uitholling van het ambt leiden. Toch werd toen besloten om de mogelijkheid te openen, maar dan wel in uitzonderlijke gevallen en onder duidelijk voorwaarden.

Onderzoek

De angst voor de predikant-vicaris was op 14 november nog niet verdwenen. De Commissie van Rapport was van mening, dat in het ‘Plan van Aanpak’ onvoldoende in het oog gehouden was, dat het om uitzonderlijke gevallen moest gaan. Ik heb de discussie in april meegemaakt en ben van mening, dat de commissie hier terecht op wijst.
De synode ging uiteindelijk akkoord met uitgebreid onderzoek naar de predikant-vicaris. Dit moet er voor zorgen, dat de kwaliteit van het ambt behouden blijft en dat kerkelijk werkers alleen in duidelijk omschreven situaties tot het ambt toegelaten mogen. Het onderzoek moet criteria vaststellen waar een predikant-vicaris aan moet voldoen en er moet gekeken worden of er geen alternatieven voorhanden zijn. Daarnaast moet het aantonen hoe groot de behoefte aan predikant-vicarissen in plaatselijke gemeenten is. Ten slotte zal naar de praktijk op dit moment gekeken worden. In veel gemeenten functioneren kerkelijk werkers reeds als ‘halve dominees’.

 

 

CIP (Christelijk Informatie Platform) nieuws

CIP.nl
Christelijk Informatie Platform
  • "Meer oog voor elkaar in kleine gemeenschappen"
    In een kleinere gemeenschap leren christenen gemakkelijker het kruis op zich nemen dan in een kerk met een groot aantal leden, stelt Kees Wisserhof. Hij is één van de initiatiefnemers van een vorig jaar opgestarte huisgemeente. "In een grote gemeenschap kan ik een broeder of zuster, waar ik moeite mee heb,.....
  • "Rokers zijn slappe christenen"
    "Rokers zijn eigenlijk maar slappe christenen." Dat zegt evangelist Damsteeg in een interview met CIP. Volgens Damsteeg maken we de kerk van binnenuit kapot door het legaliseren en gedogen van zonden. Roken is er daar een van en daar gaat hij dieper op in. Damsteeg: "Laten we wel zijn: In de Bijbel kunnen.....
  • "Ambtsdragers kunnen niet alles"
    "Van een ambtsdrager wordt veel verwacht. Hij moet eigenlijk (bijna) alles kunnen. Hij legt huisbezoeken af, bezoekt zieken, geeft zo nodig catechisatie, leidt de bijbelkring en lost allerlei bestuurlijke zaken op," vertelt oud-scriba R. Verzijl in De Waarheidsvriend, het kerkblad van de Gereformeerde Bond.....