| Synode aanvaardt notitie ‘doopgedachtenis’ |
|
De Generale Synode van de Protestantse Kerk heeft op donderdag 12 november 2009 de notitie 'doopgedachtenis' aanvaard. Een aantal amendementen, ingebracht door de commissie van rapport en synodeleden, werd in het besluit meegenomen. Het was een vlotte, stevige en constructieve bespreking. Pastorale zaak Voor de hele kerk staat de eenmaligheid van de doop vast. Een dikke streep onder de kinderdoop. De kerk is geen service-instituut om het iedereen naar de zin te maken, er zijn grenzen. Maar als een goede moeder zorgt de kerk wel voor haar kinderen. De kerk blijft binnen de grenzen van de heilstraditie en kan tegelijk ook tegemoet komen aan het verlangen van kerkmensen. De kerk maakt nu een aantal liturgische handreikingen die behulpzaam kunnen zijn bij de doopgedachtenis. De dienstenorganisatie gaat ze ontwikkelen. Ook stelt de dienstenorganisatie een pastorale handreiking op om het gesprek te voeren met gemeenteleden die herdoop of overdoop verlangen of zich reeds opnieuw lieten dopen. Dat is het resultaat van de beraadslagingen van de synode over de notitie ‘Uitgangspunten voor doopgedachtenis’. Eenmaligheid van de doop In de notitie wordt de eenmaligheid van de doop benadrukt en ook et blijvende belang van de kinderdoop. Daarnaast spreekt de notitie over het zoeken naar vormen die de eens ontvangen doop present stellen. Daarbij kan gedacht worden aan de doopgedachtenis. Daarbij gaat het niet om een tweede doop maar om een tastbare ervaring van het heil. In de eenmaal gegeven doop is de genade van God en zijn trouw tastbaar geworden. De grote waarde daarvan staat niet ter discussie. Doopgedachtenis De doopgedachtenis heeft oude papieren. Al in de viering van de paasnacht wordt de dopeling bij het gedenken van de doop eraan herinnerd dat hij/zij in de doop mag opstaan met Christus uit de dood. De gelovige wordt steeds weer opgeroepen de doop te gedenken en uit de doop te leven. Vooral in de missionaire situatie van de kerk zal de vraag naar een ritueel om de doop te gedenken vaker gesteld worden. Voor mensen die als kind gedoopt werden en opnieuw de weg naar geloof en kerk vinden, kan -op hun verzoek- de doopgedachtenis een geëigende manier zijn om de overgang te markeren tussen een leven buiten de christelijke gemeente en een leven in die gemeente. De zorg kwam tot uitdrukking dat de doopgedachtenis toch te veel de eenmaligheid van de doop zou ontkrachten en dat te veel nadruk zou komen te liggen op het menselijk geloof in plaats van op de genade van God. Die zorg werd in de synode gedeeld. Pastoraal moet er creatieve ruimte zijn voor het beleven van de doopgedachtenis. Maar gedoopt is gedoopt, daar maak je geen ‘update’ van. De kerk tornt niet aan haar fundament. Ritueel Aan welke nieuwe rituelen we moeten denken, is nog niet geheel duidelijk. Mensen mogen ‘reiken’ naar het water dat God via de kerk eenmaal heeft gegeven in de ontvangen doop. Katholieken bijvoorbeeld kennen het wijwaterbakje. Daarmee beseffen ze hun zondige aard voor God die hen al heeft gereinigd. Zo’n handeling mag niet tot misverstanden leiden en gaan lijken op doopvernieuwing of herdoop. Een sacrament of ritueel heeft ook zijn grens, het gaat om de geestelijke betekenis en niet om magisch realisme bij (sloten) water. Schuldbelijdenis en boete doen, dat is vooral de gedachtenis voor een gelovig mens om zijn leven lang schoon schip te kunnen maken. Van belang is dat de kerk voor goed dooponderwijs zorgt. In prediking (doopdiensten, je ziet het en beleeft het mee), pastoraat en catechese gebeurt het werk van toe-eigening door de Geest. Geef een zichtbare plaats aan de doopkaart, vier jaarlijks de doopdag om die te herdenken, steek de doopkaars aan wanneer die in de gemeente werd overhandigd. Haal de doopouders eens terug voor een nazorgavond. Geef de gezinnen met jonggedoopten een kinderbijbel. De HGJB kwam daags na de synodevergadering speels met een polsbandje als ‘watermerk’ en herinnering aan de doop. De eigenlijke doopgedachtenis komt tot uiting in de belijdenis van het geloof (vaak met knielen en handoplegging) en het deelnemen aan het heilig avondmaal. Laten we die hoofdlijn van de reformatorische kerk niet vergeten.
Polsbandje herinnert aan doop12 november 2009 © Nederlands Dagblad, kerknieuws Een polsbandje als herinnering aan de doop. Dat is het idee achter de witte en blauwe elastische armbandjes met de tekst ‘Ik draag Gods watermerk’ die de protestantse jongerenorganisatie HGJB vandaag introduceert. De HGJB schaart zich daarmee in een rijke traditie van polsbandjes, zoals die van WWJD (What Would Jesus Do?, Wat zou Jezus doen?) en de gele bandjes waarmee wielrenner Lance Armstrong zich inzet tegen kanker. De jongerenorganisatie hoopt dat gemeenten de polsbandjes via jeugdwerk en catechese onder jongeren verspreiden. Volgens HGJBstafwerker Herman van Wijngaarden bieden ze voor predikanten en jeugdwerkers de mogelijkheid de doop ,,op een aansprekende manier’’ aan de orde te stellen. De polsbandjes zijn gemaakt naar aanleiding van het boekje Watermerk (Uitgeverij Jes!) van ds. Wim Markus. Het doel van het boek is bij jongeren ,,nieuwe verwondering te wekken over wie God is en wat Hij heeft toegezegd bij de doop’’, zegt Van Wijngaarden. Bij Watermerk is een polsbandje gevoegd. Ze zijn ook per tien stuks verkrijgbaar bij de HGJB. Op de site van de jongerenorganisatie www.hgjb.nl worden jongeren geholpen de waarde van het polsbandje onder woorden te brengen: ,,‘Gods watermerk’, daarmee wordt de doop bedoeld. Als kind ben ik in de kerk gedoopt. Dat is een speciaal teken waarmee God laat zien dat ik bij Hem hoor. Dat vind ik heel bijzonder, ik wil ook graag bij Hem horen. Daarom draag ik dit polsbandje. Telkens als ik het zie, weet ik: God ziet mij ook en Hij houdt van mij als Zijn kind.’’
|