| Confessionelen en evangelischen kunnen van elkaar leren |
|
Ds. Weegink op avond confessionelen in Zeist Van een verslaggever  Zeist- Ds. B.H. Weegink, algemeen secretaris van de confessionele stichting Schrift en Belijden in de Protestantse Kerk, verzorgde op 8 oktober jl. een lezing voor de Utrechtse afdeling van de Confessionele Vereniging. Hij ging in op het jaarthema ‘Evangelisch/confessioneel: een gesprek onderweg’. Onderweg zijn is van elkaar leren Evangelische en confessionele kerkleden kunnen van elkaar leren. Onderweg naar Gods Koninkrijk hebben ze de opdracht elkaar te versterken vanuit de rijkdom van de Schrift. ‘Wanneer we eerbiedig luisteren worden we bepaald bij het unieke werk van de Christus der Schriften. In het geloofsleven kunnen we ons niet op eigen keuze of gevoel concentreren. De verlossing is buiten de mens om volbracht. Zekerheid wordt gevonden in het vertrouwen op Gods beloften. Gods verkiezing en verzoening gaan aan elk menselijk besef vooraf’.  Milde vorm Door Woord en Geest leren we ootmoedig te wandelen met de heilige God, aan wie we worden toegewijd, stelde de predikant, die het Evangelisch Werkverband – ‘130 jaar jonger dan de confessionele stroming in de kerk’ – een milde vorm van evangelicalisme noemde. ‘Andere, soms extreme vormen vinden we in de vrije groepen die zich aan de traditie en het instituut kerk weinig of niets gelegen laten liggen. Anabaptisme (wederdoop) en chiliasme (vooruitgrijpen op het Godsrijk) zijn altijd als een smalspoor in het protestantisme meegelopen’.  Evangelische achterdeur Ds. Weegink maakte in zijn referaat gebruik van de onderzoeksresultaten uit het onlangs verschenen boek ‘Ooit evangelisch. De achterdeur van evangelische gemeenten’. Hij temperde het evangelische succes en de groei waarop kerkmensen zich zo nu en dan blindstaren. ‘Ook evangelischen spreken tegenwoordig over snoeien, wil er van echte vrucht sprake kunnen zijn. Kerkverlating, of het nu het weglekken uit een evangelische groep is of de gestage uittocht uit de traditionele kerk, toont in beide gevallen een droevig verlies aan de geest van de wereld’.  Vrijmoedigheid en verdieping Ds. Weegink stelde dat reformatorische christenen kunnen leren van de vrijmoedigheid, het getuigenis en het missionair bewustzijn van de evangelische beweging. Omgekeerd is er vanuit de gevestigde kerk de notie van het verbond waarmee evangelicale gelovigen hun winst kunnen doen.  ‘Gods ontferming gaat uit naar de schare. Die is niet vreemd aan roeping en heilsbelofte. Christelijke groepen kunnen niet achter gesloten deuren gaan zitten, omdat ze het zo fijn met elkaar hebben. Ze moeten zich kwetsbaar opstellen in het publieke domein, anders versimpelen ze de opdracht die Christus aan Zijn volgelingen geeft’.  Ook benadrukte de spreker het goed bijbels recht van de kinderdoop. ‘Bij het zoeken naar alternatieve vormen van zegening en opdragen zetten we eerst een uitroepteken achter de verbondsdoop van kinderen. God heeft het eerste woord en wij komen er achteraan. Zet niet alles op de kaart van het individualisme en de menselijke beslissing’.  Ideale kerk De predikant uit Katwijk aan Zee wees op het einddoel. ‘Op de dag van Christus’ wederkomst is er de volmaakte kerk waarnaar we samen hunkeren. Een tempel of groep is in het nieuw Jeruzalem niet meer nodig. Dan zal het zijn: God in ons en wij in Hem. Zolang we nog onderweg zijn, is luisteren naar God en naar elkaar het belangrijkste gebod’. |