| Ethisch: per du of perdu |
|
In het blad Confessioneel (30 juli 2009) schreef ik over het ethisch tegoed. Alleen een persoonlijke geloofsbeleving geeft mensen kracht in een onzekere tijd. A.J.Th. Jonker en M. van Rhijn komen naar voren in een scriptie van drs. J. van de Weerd. Door de zeef‘Wat niet per du gaat, dat is perdu’, schreef ooit Aart Jan Theodorus Jonker. Het is een Duits-Franse woordspeling waarmee hij precies het ethisch geloofsbesef aangeeft. Niet zomaar grote woorden over God spreken, maar gevoelig, dicht bij het hart. Het geloof gaat door de zeef van de menselijke persoonlijkheid heen. Beleefd geloof, ervaren geloof, bevindelijk geloof, zo u wilt. Per du betekent: door jou heen, niet: buiten jou om. De Bijbel en de belijdenis kunnen we niet gebruiken als een koud arsenaal van bewijsplaatsen waarmee we zelf wezenlijk geen band onderhouden. Dan is het perdu, verloren, dood. Met zijn Woord spreekt God de mens in het diepst van zijn leven aan. Door zijn Woord en Geest beweegt Hij de mens tot antwoord. Alleen wie zelf door het evangelie geraakt is, kan de woorden van God spreken. Want ieder blijven Gods woorden vreemd, zolang hij ze niet van God zelf verneemt. Ethische gestalteAan Jonkers uitspraak moest ik denken toen ik het werkstuk van drs. J. van de Weerd uit Scherpenzeel las. Hij is als historicus en stafmedewerker actief op het Ministerie van Landbouw. Opmerkelijk wanneer een niet-theoloog zich begeeft op het gladde ijs van de kerkgeschiedenis. Van de Weerd publiceerde in febr. 2009 een scriptie over ‘De ethische gestalte van Maarten van Rhijn (1888-1966)’. Uit zijn inleiding: ‘Een hoogleraar die meer bij zijn voornaam dan als professor bekend stond. Hij wenste geen eik te zijn die op een bepaalde tijd zijn eikels zou laten vallen, zonder zich te bekommeren om het lot van de studenten doe onder hem snuffelden. Maarten van Rhijn was niet alleen pastor, maar ook theoloog en kerkhistoricus behorend tot één van de laatste grote vertegenwoordigers van de inmiddels uitgestorven ethische richting’. Inspirator Zijn vader C.H. van Rhijn was hoogleraar in Groningen. Maarten werd zelf hoogleraar in Utrecht, eerst kerkelijk hoogleraar en daarna professor in de kerkgeschiedenis. Een halve eeuw geleden nam hij afscheid. De oudere generatie theologen en predikanten spreekt nog met groot ontzag over hem. Dat doet ook de jongere generatie die vandaag zijn boeken leest. M. van Rhijn bleek in staat te zijn studenten persoonlijk op te leiden tot predikant. Hij had Ãmpact’, zeggen we nu. Laagdrempelig in de omgang en makkelijk in het contact. De persoonlijke relatie met Jezus vormde voor hem de basis voor de ontmoeting met andere mensen. Van Rhijn was een erudiete, lieve en vrome man. Als studiesecretaris van de Nederlandsche Christen-Studenten Vereeniging (NCSV) had hij al laten zien dat hij geschikt was om met jongeren om te gaan, hen te verstaan en hen te overtuigen. Tutor en vooral motivator was hij. Daarom koos de synode hem boven andere professorabele kandidaten. M. van Rhijn was de mentor van de in 2005 overleden dr. Willem Aalders, wiens 100e geboortedag we in mei 2009 herdachten. Auke Beckeringh van RhijnIk kreeg Van de Weerds scriptie door vriendelijke bemiddeling van de heer Auke A. Beckeringh van Rhijn, oud-burgemeester van een aantal Noord-Nederlandse gemeenten en thans wonend in Amersfoort. Het is me aangenaam om van tijd tot tijd met dhr. Beckeringh van Rhijn in gesprek te zijn. Van hem ontving ik ook het gastenboek van de familie C.H. van Rhijn uit de Groningse jaren. Auke is oomzegger van Maarten van Rhijn, een broer van zijn vader. Maarten van Rhijn is de eerste biograaf van A.J.Th. Jonker. In 1929, een jaar na de dood van Jonker, wijdde Maarten van Rhijn een boeiende levensgeschiedenis aan diens leven en werk. Al in zijn jeugd ontmoette hij Jonker tijdens de zondagavonden in 1905-1909. Prof. Jonker was huisvriend van zijn ouders. Na de geestelijke gesprekken speelden ze graag een balletje biljart. Gegrepen‘Gepakt’ worden door het evangelie van de verlossing, daadwerkelijke overgave aan Jezus Christus, leven met God, verdiept in de ontvangen genade, geestelijke vernieuwing, denken vanuit de liefde, dat zit achter die twee woorden ‘per du’. Wie voor zichzelf een authentieke christelijke overtuiging verwerft, kan ook respect voor anderen opbrengen. Het denken in vijandsbeelden wordt doorbroken. De christelijke apologetiek treedt aan het licht. Persoonlijk zullen we verantwoording afleggen van de hoop die in ons is. Het geloof ‘verdedigen’ we door een oprecht getuigenis te geven. Mensen mogen weer iets zien van de heerlijkheid van Christus. Dat is de opdracht voor vandaag. Instituut Niet langer draagt het instituut de mensen, dat is ‘perdu’, voorbij. We zijn het zelf die in de moderne tijd gestalte moeten geven aan kerk en institutioneel christendom. Het ‘per du’, een gevormde, christelijke persoonlijkheid is nodig om anderen te bereiken. De boodschap trekt door onze eigen verwerking en verwerving heen en komt dan naar buiten. Geloof en ervaringGeloof is daarmee niet hetzelfde geworden als ervaring. Geloof reikt verder dan ons zien en ons gewaarworden. Het geloof leeft ook wanneer het ons duister is. Een christen voelt niet dat Jezus is opgestaan; het is Gods Woord dat het hem zegt. Alleen het getuigenis van de heilige Geest wekt in ons het geloof. Maar hoe is dan de verhouding tussen geloof en ervaring? ‘Voor 90% gelooft een mens en voor 10% ervaart hij het’. Onze overtuiging is niet op het gevoel, maar wel op het verstand en het hart gebaseerd. Precies dit is bedoeld met het ‘per du’. Moderne orthodoxieWe willen in de confessionele beweging staan voor een moderne orthodoxie: een onbekrompen evangeliegeloof dat op heilsgebeurtenissen is gefundeerd en dat in gesprek gaat met de cultuur en de wetenschap van deze tijd zonder het verlossende woord te verliezen. We doen er goed aan het ethisch-orthodoxe tegoed te baat te nemen. Om Jonkeriaans te eindigen: ‘Een gemakkelijk christendom is een christendom zonder kruis, en dus een verloren christendom. Wij willen het zaligheid achten, dat Hij er ons voor bewaart. Vrucht komt enkel uit de diepte'. |