Preken in de Alle-Dag-Kerk in Amsterdam
In de Kalverstraat, hartje Amsterdam, buigt een steeg rechtsaf naar het Begijnhof. Wat een heerlijke plaats van rust. En die huizen, en die bomen. Daar staat de Engelse Hervormde Kerk, waar op woensdag de middagpauzediensten worden gehouden. Die zeer actuele bijeenkomsten zijn er al meer dan 75 jaar. Leuk om de geschiedenis te lezen, want Amsterdam evangeliseert al tijdenlang. De formule is springlevend. Voorgangers uit het hele land doen mee. Het bestuur selecteert wel een beetje… rekruten uit verschillende doelgroepen, bij de tijd, ‘gelovig’ en één in het belijden van de drie-enige God. Begaafde organisten spelen er, virtuoos. De samenzang begint om vijf voor half een en de dienst loopt -kort en krachtig- van 12.40 tot 13.00 uur. ’t Mag er iets overheen, maar niet veel. Bezoekers komen overal vandaan. Niet te weinig. Aan de deur heb je de meest bijzondere ontmoetingen. Een prachtmoment voor bezinning in een hectische tijd. Die Alledagkerk in Amsterdam moet u eens meemaken als u in de hoofdstad bent. Je loopt zo binnen en er is koffie na. Ik was er op 6 mei en sprak over Samuël die de deuren opent.

 

Samuël nu bleef liggen tot de morgen; toen opende hij de deuren van het huis des Heren. Samuël zag ertegen op Eli het gezicht mee te delen.
Alle-Dag-Kerk, 6 mei 2009, Voorganger: ds. Barend H. Weegink, Katwijk aan Zee
De deuren openen n.a.v. 1 Samuël 3: 15 (Lezing: 1 Samuël 3: 10 t/m 15)

Gemeente van Christus,

De Engelse Hervormde Kerk op het Begijnhof in Amsterdam waar op woensdag de middagpauzediensten van de Alle-Dag-Kerk plaatsvindenEr zijn in de Bijbel maar weinig geschiedenissen die echt over jongeren gaan. Hier hebben we er één: Samuël. Het is het verhaal van iemand die van volhouden weet, ook als de omstandigheden tegen zijn.
In zijn naam klinkt door dat een mens leeft van de verwondering. Zijn moeder Hanna had hem van God afgesmeekt, in diezelfde tempel in Silo waar ze hem nu had gebracht om knecht van God te zijn, proponent, kandidaat tot de heilige dienst. ‘Vader Eli, zal u goed op hem passen? Hij is nog zo teer’. En tot haar kind had ze bij het oversteken van de weg gezegd: ‘Het is voor God, jongen, wat je daar doet. Vrees God en hou respect voor de priesters, ook als je niet begrijpt wat ze doen. Ze zijn de instrumenten in de hand van God’.
Ons hart krimpt ineen wanneer we eraan denken hoe kwaad de tijdgeest was. Er klonken zelden woorden van de Heer en visioenen, ze braken niet door. ‘Waarmede zal de jongeling zijn pad, door ijdelheên omsingeld, rein bewaren?’ Samuël in opleiding kwam in gezelschap van de zonen van Eli, priesters van het slechte soort. Hofni - kleine kikker - en Pinehas - zwarte neger - hun showbizz namen, ze kenden de Here niet, lezen we. Ze deden alles wat God verboden had. Schocking en chantabel. Dat ziet die jongen die naar de groten opkijkt. Kan hij zich oriënteren? Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. 

Samuël had ook kunnen blijven liggen na die wankele nacht waarin de priester slaapt en hij de stem des Heren hoort. Verheven is God. En loodzwaar is het bericht, dat de Here niet laat aansjoemelen met het heilige. God gaat richten en mensen gaan van hun voetstuk vallen. De oude Eli in geestesschemer, ach, ach…, hij kan er niet meer tegenop. En Samuël is er nog niet tegen opgewassen. Het is alles zo vacuüm, een ontzettend interim. Wat nog is er over van het tempelinstituut? Samuël had kunnen zuchten: ik trek het niet meer, ik ben te zwak, te jong, er is hier overmacht, ik wil hier weg. Samuël zag er vreselijk tegenop om Eli te vertellen wat hij had gehoord. Als je bang bent, dan ben je meestal niet zo outgoing. Je kruipt in je schulp. Samuël had een time out kunnen nemen. Hij had zich ziek kunnen melden. Ziek van de kerk. 

De Dam met Koninklijk Paleis en Nieuwe Kerk En toch, naar de orde van de dag, opent hij de deuren van het tabernakeltje waarin de verbondsark van de God van Israël staat. Hij hangt geen bordje op met: Sorry, heden gesloten; er is vandaag geen dienst. Samuël voegt zich in het ritme van het heil. Ondanks malaise toch positief. Met innerlijke betrokkenheid verricht hij zijn kleine taak. De hulppriester moet het doen. Diep in zijn hart leeft het besef dat in een duistere tijd de lamp van God nog niet is uitgegaan. De mensen moeten komen.Basisvertrouwen hebben, dat is meer dan positief denken of peptalk doen.Om die Psalm 119 van de jongeling nog even verder te citeren: ‘Gewis, als hij het houdt naar ’t heilig blad. U zoekt mijn hart, mijn oog blijft op U staren’.

Al doende gaat Samuël zijn roeping verwerken. Hij zoekt het morgenlicht, treedt aan de dag. Het zijn de vaste wegen die je in het leven een leuning geven. Voor het geloofsleven behoef je geoefende paden. Je moet ze nieuw gaan. Wijd open zet hij de deuren. Na een nacht van schrik en ontzetting stroomt het daglicht binnen. Er is van alles mis. Maar God is aanwezig bij de mensen. En wie gelooft, die wordt bevestigd. God zegent de greep. 

Jezus -en Hij is meer dan Samuël- zegt: Ik zal jullie niet als wezen achterlaten. Hij heeft als geen ander de eenzaamheid aangevoeld. Krachtig in de Geest spreekt Hij tegen de depri gevoelens in. Hij overwon de zonde, toen Hij op de Paasmorgen door de deuren van het graf naar buiten kwam. Ik kom tot jullie en ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld. Jezus die in de glans van Gods heerlijkheid door onze dichte deuren komt. Wie het Godsvertrouwen voedt, heeft Hij een geopende deur gegeven.
Kan Hij ons helpen? Hij heeft zijn eigen toegang tot onze privacy. Wij hebben moeite met ons heiligdom, we hebben grote moeite met het openzetten van de deuren van het christendom opdat de heilige dienst kan doorgaan. Daar klemmen de deuren van het geloof in de sponningen van de toekomst. En misschien zit het wel een heel beetje vast op de deurposten van ons eigen hart.

Het geloof doet meer dan je beseft. Hou je discipline. De oefening in de godsdienst is als de plooi in de kleding die je draagt. Zonder de vouw wordt het een hobbezak. Wie naar stijl en regel traint, ziet het vergezicht. Geloofsoefening biedt troost en het versterkt de persoonlijkheid. 

De kransen van de dodenherdenking op 4 mei bij het Monument op de DamIn de missionaire opdracht van de kerk mogen we erop vertrouwen dat deuren van geloof en hoop zullen worden geopend in de moderne cultuur. Waar God opent, daar zal niemand sluiten. Ondanks grondige verlegenheid hebben we een Pinksterwoord voor de wereld. Zet open de deuren, en doe het werk van een evangelist. 

Nog geen week geleden was het Koninginnedag. Jammer, dacht ik, zo weinig functie voor de kerk. De route van het jubileumfeest in Apeldoorn voerde langs de Grote Kerk, maar niet naar binnen. Het gebouw -achter het standbeeld van koningin Wilhelmina als kerkganger- werd niet gebruikt voor een korte bijeenkomst met liederen van kerk, Oranje en vaderland. Nu zongen de koren buiten en trok de stoet voorbij. Alleen de honderdjarigen, die door koningin Beatrix werden begroet, kregen er een tijdelijk onderkomen. Hoe anders werd het ’s middags na de zwarte auto tegen de Naald, toen de klokken luiden en honderden onthutste mensen in die kerk hun opvang vonden. In de stilte sprak de eeuwigheid. En hoe goed dat de avond erna in het heiligdom een samenkomst werd georganiseerd waarin bezinning was en Gods aangezicht werd gezocht en woorden van troost werden gesproken. Dat is de rol van de godsdienst in de samenleving. De kerk doe je open, op een gelegen en vooral op een ongelegen tijd. 

Mineur genoeg en geloof gevraagd. Laat het licht binnen. Ik zie een poort wijd open staan, waardoor het licht komt stromen…
Met de sturende hand uit een gelijkenis in de Bijbel (Lucas 14: 23) zeggen we: ‘cogite intrare’, nodig iedereen met klem uit, dring ze om in te gaan. Want Gods huis moet vol worden. Zet de deuren open. Eens brengt Hij er al zijn kinderen samen, voor eeuwig, amen!

 

CIP (Christelijk Informatie Platform) nieuws

CIP.nl
Christelijk Informatie Platform
  • "Meer oog voor elkaar in kleine gemeenschappen"
    In een kleinere gemeenschap leren christenen gemakkelijker het kruis op zich nemen dan in een kerk met een groot aantal leden, stelt Kees Wisserhof. Hij is één van de initiatiefnemers van een vorig jaar opgestarte huisgemeente. "In een grote gemeenschap kan ik een broeder of zuster, waar ik moeite mee heb,.....
  • "Rokers zijn slappe christenen"
    "Rokers zijn eigenlijk maar slappe christenen." Dat zegt evangelist Damsteeg in een interview met CIP. Volgens Damsteeg maken we de kerk van binnenuit kapot door het legaliseren en gedogen van zonden. Roken is er daar een van en daar gaat hij dieper op in. Damsteeg: "Laten we wel zijn: In de Bijbel kunnen.....
  • "Ambtsdragers kunnen niet alles"
    "Van een ambtsdrager wordt veel verwacht. Hij moet eigenlijk (bijna) alles kunnen. Hij legt huisbezoeken af, bezoekt zieken, geeft zo nodig catechisatie, leidt de bijbelkring en lost allerlei bestuurlijke zaken op," vertelt oud-scriba R. Verzijl in De Waarheidsvriend, het kerkblad van de Gereformeerde Bond.....