| Preken in de Alle-Dag-Kerk in Amsterdam |
|
In de Kalverstraat, hartje Amsterdam, buigt een steeg rechtsaf naar het Begijnhof. Wat een heerlijke plaats van rust. En die huizen, en die bomen. Daar staat de Engelse Hervormde Kerk, waar op woensdag de middagpauzediensten worden gehouden. Die zeer actuele bijeenkomsten zijn er al meer dan 75 jaar. Leuk om de geschiedenis te lezen, want Amsterdam evangeliseert al tijdenlang. De formule is springlevend. Voorgangers uit het hele land doen mee. Het bestuur selecteert wel een beetje… rekruten uit verschillende doelgroepen, bij de tijd, ‘gelovig’ en één in het belijden van de drie-enige God. Begaafde organisten spelen er, virtuoos. De samenzang begint om vijf voor half een en de dienst loopt -kort en krachtig- van 12.40 tot 13.00 uur. ’t Mag er iets overheen, maar niet veel. Bezoekers komen overal vandaan. Niet te weinig. Aan de deur heb je de meest bijzondere ontmoetingen. Een prachtmoment voor bezinning in een hectische tijd. Die Alledagkerk in Amsterdam moet u eens meemaken als u in de hoofdstad bent. Je loopt zo binnen en er is koffie na. Ik was er op 6 mei en sprak over Samuël die de deuren opent.
Samuël nu bleef liggen tot de morgen; toen opende hij de deuren van het huis des Heren. Samuël zag ertegen op Eli het gezicht mee te delen. Gemeente van Christus,
Samuël had ook kunnen blijven liggen na die wankele nacht waarin de priester slaapt en hij de stem des Heren hoort. Verheven is God. En loodzwaar is het bericht, dat de Here niet laat aansjoemelen met het heilige. God gaat richten en mensen gaan van hun voetstuk vallen. De oude Eli in geestesschemer, ach, ach…, hij kan er niet meer tegenop. En Samuël is er nog niet tegen opgewassen. Het is alles zo vacuüm, een ontzettend interim. Wat nog is er over van het tempelinstituut? Samuël had kunnen zuchten: ik trek het niet meer, ik ben te zwak, te jong, er is hier overmacht, ik wil hier weg. Samuël zag er vreselijk tegenop om Eli te vertellen wat hij had gehoord. Als je bang bent, dan ben je meestal niet zo outgoing. Je kruipt in je schulp. Samuël had een time out kunnen nemen. Hij had zich ziek kunnen melden. Ziek van de kerk.
Al doende gaat Samuël zijn roeping verwerken. Hij zoekt het morgenlicht, treedt aan de dag. Het zijn de vaste wegen die je in het leven een leuning geven. Voor het geloofsleven behoef je geoefende paden. Je moet ze nieuw gaan. Wijd open zet hij de deuren. Na een nacht van schrik en ontzetting stroomt het daglicht binnen. Er is van alles mis. Maar God is aanwezig bij de mensen. En wie gelooft, die wordt bevestigd. God zegent de greep. Jezus -en Hij is meer dan Samuël- zegt: Ik zal jullie niet als wezen achterlaten. Hij heeft als geen ander de eenzaamheid aangevoeld. Krachtig in de Geest spreekt Hij tegen de depri gevoelens in. Hij overwon de zonde, toen Hij op de Paasmorgen door de deuren van het graf naar buiten kwam. Ik kom tot jullie en ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld. Jezus die in de glans van Gods heerlijkheid door onze dichte deuren komt. Wie het Godsvertrouwen voedt, heeft Hij een geopende deur gegeven. Het geloof doet meer dan je beseft. Hou je discipline. De oefening in de godsdienst is als de plooi in de kleding die je draagt. Zonder de vouw wordt het een hobbezak. Wie naar stijl en regel traint, ziet het vergezicht. Geloofsoefening biedt troost en het versterkt de persoonlijkheid.
Nog geen week geleden was het Koninginnedag. Jammer, dacht ik, zo weinig functie voor de kerk. De route van het jubileumfeest in Apeldoorn voerde langs de Grote Kerk, maar niet naar binnen. Het gebouw -achter het standbeeld van koningin Wilhelmina als kerkganger- werd niet gebruikt voor een korte bijeenkomst met liederen van kerk, Oranje en vaderland. Nu zongen de koren buiten en trok de stoet voorbij. Alleen de honderdjarigen, die door koningin Beatrix werden begroet, kregen er een tijdelijk onderkomen. Hoe anders werd het ’s middags na de zwarte auto tegen de Naald, toen de klokken luiden en honderden onthutste mensen in die kerk hun opvang vonden. In de stilte sprak de eeuwigheid. En hoe goed dat de avond erna in het heiligdom een samenkomst werd georganiseerd waarin bezinning was en Gods aangezicht werd gezocht en woorden van troost werden gesproken. Dat is de rol van de godsdienst in de samenleving. De kerk doe je open, op een gelegen en vooral op een ongelegen tijd. Mineur genoeg en geloof gevraagd. Laat het licht binnen. Ik zie een poort wijd open staan, waardoor het licht komt stromen… |