Het predikantenrapport op de synode
Vrijdag 24 april, met tussendoor het afscheidsfeest van oud-preses ds. Gerrit de Fijter, was een lange synodedag. Van ‘s morgens negen tot ‘s avonds over tienen duurde de behandeling van het ambtsrapport van de commissie Veerman. ‘De hand aan de ploeg’ heet de inmiddels derde versie van het domineesrapport waar de oud-landbouwminister dr. C.P. (Cees) Veerman de voortrekker van is. Hij is een slimme boer, in de edele zin van het woord, van stevig kerkelijke grond, gewend aan aanpakken en niet zeuren.

Harde grond

Maar Veerman c.s. kregen het er nog niet door. De besluitoogst aan het eind van de dag is mager te noemen. Een klein rapport met grote implicaties en vooral grote bezwaren. Niet alleen tientallen sprekers die hun zegje deden, vooral fel verzet van de commissie van rapport bij monde van de lutherse kerkhistorica ouderling dr. Sabine Hiebsch. En dat wuif je niet zomaar weg, terwijl het buiten zulk mooi weer was. Veerman is nog niet van plan een nieuw rapport te schrijven. De inspiratie is op. De synode moest in zijn ogen nu de route inzetten, de rest, het detail, komt later wel. Maar de synode trok de laarzen niet aan. 

Waarom een rapport?

De Protestantse synode in Lunteren op 24 april 2008. Prof. dr. C.P. Veerman geeft toelichting op het ambtsrapport ‘De hand aan de ploeg’.Hoe moet in grote lijnen de Protestantse Kerk in de toekomst zijn georganiseerd? Er is een dringende en dus dwingende problematiek. Het roer moet om.

De kerk wordt kleiner, gemeenten hebben moeite het hoofd boven water te houden, vanaf 2011 vallen er gemeenten weg, de financiën gaan minder, de menskracht staat droog. Wie begeert nog het ambt? En daarbij, gelet op de leeftijdsuitstroom, dominees zijn er straks te weinig. Hoe zetten we die dominees goed in het witte veld?

Predikanten moeten zich gaan specialiseren en meer gaan samenwerken in teams. Hun taken verrichten ze deels in de eigen gemeente en tevens doen ze deelwerk in regiogemeenten, ieder met zijn eigen vaardigheid.

Gemeenten moeten onderling meer solidair zijn. De bijdrage voor de interne steunkas (generale kas, zeggen sommigen nog) moet omhoog (’t werd € 7,50 afdracht per lidmaat, dus een knaak meer), om arme gemeenten te helpen.

Er komt een loopbaantraject voor predikanten, ze krijgen sturingsbegeleiding, ze worden bekeken en beoordeeld en bevorderd en soms ook niet. En de deur staat op een kier voor kerkelijk werkers, hbo-ers en gpw-ers als echte dominee, doende het werk ‘als van een predikant’ wanneer hun specifieke plaatselijke situatie preken en sacramentsbediening vereist.  

Bezwaar

Protestantse synode te Lunteren, vrijdag 24 april 2009. Foto Reformatorisch Dagblad, Henk VisscherLoopbaanontwikkeling, overlegprocedure, verantwoordingscyclus, met stringente eisen om tot salarisverhoging te komen, strookt dat wel met de roeping tot het heilig ambt? Komt er dan nog wel iets terecht van het ideaal dat we hoog op de berg hebben gezien?

Een vrij en geestelijk ambt willen de (jonge) predikanten bedienen, niet ‘in dienst van’ en verre van ambtenaarlijkheid. Niet onder het mes van de verplichte werkgemeenschap waarin wordt gekneed en gevormd door wijze ouderen en wie niet meedoet, die krijgt straf of sanctie.

Als het erop aankomt, schuwen vrijgevochten protestanten het verhaal van ‘pip’ en ‘pap’, de primus inter pares en de pastor pastorum. Dat is klerikaal, bisschoppelijk en bureaucratisch.

Vervreemden we niet als herders en leraars van de eigen kudde wanneer aan anderen uitgehuurd worden? Wordt het niet net als de avond- en weekendpost van de dokters, met vooral paracetamol verstrekking en ‘wacht u maar tot morgen’?

Trouwens, zo best in samenwerking zijn predikanten niet. In een niet zo bloeiend bedrijf tieren de rivaliteit en naijver welig. En toch is het solisme de doodsteek voor de kerk.

Wie beoordeelt straks wie als het over check-up en functionering gaat? Je moet er toch niet aan denken dat de voorzitter van de kerkenraad, ook een vrijwilliger, dat doet? Je moet elkaar maar liggen. Gaan we soms mensen behagen?

Meer handen aan de Bijbel, werd er geroepen, navenant aan de zorgkreet: meer handen aan het bed. Generalisten zijn nodig, schapen met vijf poten in het gemeentewerk.

In een brokkelkerk wordt de roeping tot het ambt alleen maar sterker en geestbewuster. De sluiproute naar het ambt voor wie er niet voor geleerd hebben, werd gevreesd.

Jan Hoek van de CHE gooide de deur bepaald niet in het slot. Zijn woorden dat ‘niemand naar het HBO gaat om predikant te worden’ apaiseerden lang niet iedereen. Bijscholing en erop volgende geschiktheidbeoordeling worden in de armzalige kerkelijke praxis al gauw een wassen neus.

Dat is het aloude probleem van de kerk met de werkers op het tweede of derde plan. Van tijd tot tijd is er iets van een generaal pardon, een collectieve input, maar de dag komt dat men vraagt wie of wat is nou de echte dominee?

Kerkmensen maken soms hun eigen keuze. De kerkelijk werker (straks heet hij de predikant-vicaris of 'vic-dominee)' doet vaak niet zo moeilijk als zij die kritisch en reflectief de academische theologie geleerd hebben. Om een parafrase op Veerman te maken: zulke boeren hebben de dikste aardappelen. En ook lang niet alle gestudeerden werken echt op het niveau waarop ze zijn afgeleverd. 

Besluit

In november komt de synode op de zaak terug. Wat nu dan wel werd besloten?

Die 7,50 euro lidmaatgeld voor hulpbehoevende gemeenten, draagt elkanders lasten, in de toekomst kan het bedrag worden verhoogd.

En voorts geen besluit maar vooral ‘onderzoek’ naar: de mogelijkheid van deeltijdwerken door predikanten en kw-ers in meerdere gemeenten, de mogelijkheid van verplichte deelname aan en begeleiding door de werkgemeenschap (de vroegere ‘ring’), de mogelijkheid van beoordelingsgesprekken door een bovendominee (regionaal adviseur of vrijgestelde zonder eigenbelang) die ook vertrouwenspersoon van de kerkenraden is.

-Lest best?- de routing voor de kerkelijk werkers op weg naar een precieze (predikants?)plek in de kerk. In theorie is de opening niet makkelijk. We zullen zien hoe nu geventileerde gedachten in praktisch kader verder worden uitgewerkt.

Winst?

Tegenwoordig zit ik achter in de zaal, in het pers- en gastenblok. Tien jaar zat ik er middenin. Nu dus geen gedraaf naar de microfoon. En misschien daardoor nu wel meer reflectie.

Had de synode die dag toch niet wat meer moeten doorpakken, de hand aan de ploeg slaan en niet het paard achter de wagen spannen? De tijd dringt. We kunnen er niet eindeloos over blijven praten.

De kerk heeft als bij SoW geen veertig jaar om er kabbelend over te doen. Zo’n machtige organisatie is de kerk niet meer. Als er gaten vallen, moet je ze wel kunnen dichten.

Veermans rapport is nog niet zo kwaad. Als de insteek maar geestelijk blijft, er wat meer spiritualiteit in wordt gebracht, er een discours over roeping en verantwoording vanuit hart en geweten komt, een persoonlijke verantwoording voor God, een antwoord aan Christus, de Heer der Kerk, op zijn vraag: wat deed u in mijn naam?

De kerk went doorgaans gauw aan nieuwe dingen, soms te gauw. Een lichte hand van sturing en stimulering bij het vertoef in de bergen der eenzaamheid is nodig.

En heel diep in hun hart, over de kloven heen, vragen de dominees -en wie met hen proponerend naar de heilige Dienst staan- dat ook. Hoe zalig in dit land is dan het ambt van predikant!

 

CIP (Christelijk Informatie Platform) nieuws

CIP.nl
Christelijk Informatie Platform
  • "Meer oog voor elkaar in kleine gemeenschappen"
    In een kleinere gemeenschap leren christenen gemakkelijker het kruis op zich nemen dan in een kerk met een groot aantal leden, stelt Kees Wisserhof. Hij is één van de initiatiefnemers van een vorig jaar opgestarte huisgemeente. "In een grote gemeenschap kan ik een broeder of zuster, waar ik moeite mee heb,.....
  • "Rokers zijn slappe christenen"
    "Rokers zijn eigenlijk maar slappe christenen." Dat zegt evangelist Damsteeg in een interview met CIP. Volgens Damsteeg maken we de kerk van binnenuit kapot door het legaliseren en gedogen van zonden. Roken is er daar een van en daar gaat hij dieper op in. Damsteeg: "Laten we wel zijn: In de Bijbel kunnen.....
  • "Ambtsdragers kunnen niet alles"
    "Van een ambtsdrager wordt veel verwacht. Hij moet eigenlijk (bijna) alles kunnen. Hij legt huisbezoeken af, bezoekt zieken, geeft zo nodig catechisatie, leidt de bijbelkring en lost allerlei bestuurlijke zaken op," vertelt oud-scriba R. Verzijl in De Waarheidsvriend, het kerkblad van de Gereformeerde Bond.....