| Jurrien Mol |
|
Laat ik mijzelf voorstellen. Mijn naam is Jurrien Mol, geboren op 29 november 1962 in Bergen (Limburg) en getogen in de rest van Nederland met een zwaartepunt in de provincie Groningen. Na twee kleuterscholen en drie lagere scholen ben ik tenslotte aanbeland op de Rijksscholengemeenschap te Ter Apel, waar ik mijn VWO-diploma behaald heb. Daarna ben ik naar het midden van het land vertrokken om de vooropleiding Grieks en Latijn te volgen aan de Rijksuniversiteit Utrecht, op grond waarvan ik in 1982 begonnen ben aan mijn studie Godgeleerdheid. Tijdens de studie ben ik in 1986 getrouwd met Loes Boonstra, met wie ik twee zonen heb: Matthijs (1992) en Thomas (1994). Na het doctoraalexamen in 1988 volgde in 1990 het kerkelijke examen. Enkele maanden later – september 1990 – werd ik bevestigd in mijn eerste gemeente: de Hervormde gemeente te Tzum; sinds mei 1998 dien ik mijn tweede gemeente: de Hervormde gemeente te Opeinde – Nijega - De Tike. Naast het ambtelijk werk in de gemeente heb ik gehoor gegeven aan de opdracht om ook de wetenschap te blijven beoefenen. Een en ander resulteerde in een proefschrift over collectieve en individuele verantwoordelijkheid in Ezechiël 18 en 20, waarop ik in december 2002 gepromoveerd ben aan de Universiteit van Utrecht.
Mijn voornaamste beweegreden om zitting te nemen in het bestuur van S&B is de enorme vergrijzing van de Confessionele Vereniging. Toen ik in 1990 als predikant de vergaderingen van de CV in Friesland ging bezoeken, was ik meestal de jongste en dat is nu nog het geval. De vergrijzing en inkrimping, die dit tot gevolg heeft, ondermijnen de levendigheid van een vereniging die de kerk zoveel goeds heeft te bieden. De stichting S&B is opgericht om nieuw elan op het confessionele erf te brengen; een erf dat naar mijn stellige overtuiging veel breder is dan de Vereniging. Naar ik hoop vertaalt zich dit elan ook in een versterking van de Vereniging zodat het geen kwestie wordt van overleven maar juist van een levendige aanwezigheid binnen de kerk. Deze levendigheid is voor mij een kenmerk van confessioneel zijn: ruim met de genade van het nieuwe verbond, zonder dat een ieder maar zijn eigen (gedachte)gang gaat. Kaders, waarbinnen we één zijn, zijn onmisbaar: Schrift en belijden reiken deze kaders aan. Niet om elkaar eraan af te meten, maar om elkaar ermee te helpen, als woorden waarmee het geloof vorm en stem krijgt. Zulke kaders horen bij het geloof. Men mag weten waarop ik aan te spreken ben. In zijn eenvoud is de belijdenis van Petrus mij op het lijf geschreven: U bent de Messias, de Zoon van de levende God.
Jurrien Mol |
Sinds mijn studententijd ben ik betrokken bij de Confessionele Vereniging. Als student-lid van de Provinciale Commissie Utrecht – ’t Gooi mocht ik meedenken over de studiemiddagen voor studenten in Utrecht. Na mijn verhuizing naar Friesland ben ik bestuurslid van de Provinciale Commissie in Friesland geworden en dat is heden ten dage nog. Het bestuurslidmaatschap van de stichting Schrift en Belijden is uit deze betrokkenheid voortgevloeid.