Dagblad Trouw over 'Spreken over God'

In dagblad Trouw (katern Religie & Filosofie) schreef journalist Gerrit-Jan KleinJan dinsdag 9 november een impressie over ds. Klaas Hendrikse. Deze predikant gaf de synode aanleiding tot het gesprek over het geloof in het bestaan van God. KleinJan betrok ook anderen in zijn artikel...

 

 

Na afloop van de dienst in de Koorkerk  in Middelburg rookt dominee Klaas Hendrikse buiten een sigaret. De bezoekers die de kerk verlaten schudden hem de hand. „Klaas, bedankt”, zeggen ze – mannen, maar vooral vrouwen, rond de pensioengerechtigde leeftijd.

Een half uur eerder, in een dienst zonder rituele begroeting, traditioneel gebed of zegen, hield Hendrikse een korte overdenking. „God is er zolang er mensen zijn”, houdt hij zijn gehoor voor. Het had een citaat kunnen zijn uit Hendrikse’s boek ‘Geloven in een God die niet bestaat’. Het werk uit 2007 is te lezen als zijn atheïstische coming out – se predikant beweert daarin  dat God niet ’bestaat’, maar ‘gebeurt’ door contact tussen mensen. „Zonder mensen is God nergens”, staat er.

In de kerk in Middelburg is het niet te merken, maar het boek zorgt sinds de verschijning voor  tumult in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Het behoudende deel van de kerk bestempelde het boek als ’goddeloos’ en ’een aanval op de kerk’. Er werd getracht Hendrikse kerkjuridisch te vervolgen, maar een procedure liep al snel op niets uit. De vraag bleef evenwel staan: is het in de PKN toegestaan te beweren dat God niet bestaat?

Ruim drie jaar na het verschijnen van Hendrikse’s boek is dat donderdag onderwerp van discussie op het hoogste niveau in de Protestantse Kerk. De generale synode, de landelijke kerkvergadering, spreekt dan over de vraag wat er in de kerk wel en wat niet gezegd mag worden over God.

Op tafel ligt een notitie die scriba Arjan Plaisier, de secretaris-generaal van de kerk, over het onderwerp heeft geschreven. Plaisier trekt een duidelijke streep: het bestaan van God ontkennen vanaf de kansel is taboe in de PKN. „Een kerk waarin ’alles gezegd kan worden’ is een nietszeggende kerk. Ze wordt ontrouw aan haar roeping en ongeloofwaardig naar buiten”, aldus Plaisier. „God openbaart zich, daarom kunnen we op goede gronden over Hem spreken. Zonder dat is alle spreken over God een slag in de lucht.” De notitie noemt nergens de naam van Klaas Hendrikse, maar wie de voorgeschiedenis kent weet: hier wordt voortdurend aan hem gerefereerd.

In de aanloop naar de kerkvergadering van donderdag verschenen er de afgelopen weken pamfletten, artikelen en open brieven waarin voor- en tegenstanders van Hendrikse zich roerden. Ook de atheĂŻstische dominee zelf liet zich niet onbetuigd. Het was ’met héél veel tegenzin’, zei hij toen hij vorige week op eigen initiatief contact zocht met deze krant,  dat hij zich weer in de kwestie mengde. Waarop een tirade volgde tegen het synoderapport van Plaisier:  „Een dramatisch geschrift.”  Per e-mail voegde Hendrikse eraan toe: „Wie niet gelooft volgens het orthodoxe boekje, krijgt te lezen hoe het wel moet.”

Met ’het orthodoxe boekje’ doelt Hendrikse op de passage in Plaisiers nota die stelt dat in de PKN geldt dat God niet een onpersoonlijk ’iets’ is, maar een wezen dat zich door Jezus Christus aan mensen ’openbaart’. Hendrikse: „Het geheel leest als een catechisatieles uit een glorierijk verleden: u vraagt en wij draaien het oude liedje.”  

Een rondgang langs predikanten uit de verschillende stromingen in de PKN leert dat het vooral Hendrikse’s toon is die op weerstand stuit.

„Wat moeten de mensen buiten de kerk wel niet denken?”, vraagt dominee Barend Weegink van de behoudende Confessionele Vereniging zich af. „Dat wij het onderling over onze core business niet eens zijn? Dit geeft gĂȘne en schaamte.” Hendrikse’s reactie op de notitie van Arjan Plaisier noemt Weegink, predikant in Katwijk,  „zurig en voorspelbaar, totaal niet inhoudelijk. Laat ik het zo zeggen: de kerkelijke diplomatie is bij hem afwezig.”  

Wilma Hartogsveld, voorzitter van de predikantenbeweging Op Goed Gerucht– die zichzelf in het ’midden’ van de PKN plaatst –, sluit zich aan bij de kritiek op de stijl van Hendrikse. Ze noemt het ’vervelend’ dat hij ’zo dominant’ aanwezig is. „Jammer dat de persoonlijke uitingen van Hendrikse het debat in de kerk zo bepalen”, zegt ze.

Barend Weegink meent dat de PKN door de luide toon van Hendrikse als het ware spreekt met twee monden. En dat kan niet, legt hij uit. „Het bestaan van God staat in de kerk niet ter discussie. Het is toch een enorme armoe wanneer je als predikant stelt dat God niet bestaat.” Maar Hendrikse uit zijn ambt zetten, waarvoor orthodoxe PKN-leden eerder pleitten, gaat Weegink weer te ver. Hij wijst naar de oude Nederlandse Hervormde Kerk, die in 2004 in fusiekerk PKN opging. „Er is altijd ruimte geweest voor vrijzinnigheid. Maar vrijzinnigen moeten wel het bestaan van God erkennen. Ze moeten terugkeren. De eerste vrijzinnigen in de negentiende eeuw ontkenden het bestaan van God ook niet.”

Toch staat Klaas Hendrikse beslist niet alleen  n de kerk. EĂ©n op de zes predikanten, bleek een aantal jaren geleden uit onderzoek, denkt dat God niet bestaat. Weegink weet dat. „Maar het gaat ook om de manier waarĂłp Hendrikse het zegt”, vindt hij. Weegink wijst op de vrijzinnige predikanten en broers Nico en Carel ter Linden. Zij zeggen óók onomwonden dat God niet ’bestaat’  maar ’gebeurt’. Nauwelijks een haan die ernaar kraait.

Logisch, vindt Weegink. „Iemand als Nico ter Linden spreekt goed, heeft contacten met de Koninklijke familie.” Hendrikse daarentegen is volgens Weegink ’zuur’. „Zijn verpakking is niet lieflijk.”Is dan de vorm van Hendrikse’s opvattingen het probleem, en niet de inhoud? „Inderdaad”, zegt Weegink. „Het is vormkritiek.”

Onder de leden van Op Goed Gerucht is er doorgaans meer sympathie voor de atheïstische dominee. Wilma Hartogsveld: „In mijn ogen rekent Hendrikse vooral af met ouderwetse godsbeelden. Dat is goed. Let wel, hij heeft het nog wel degelijk over God.” De discussie over Hendrikse is voor Hartogsveld onnodig. „Ik moet denken aan een uitspraak van mijn dochter die op de middelbare school zit: ‘Dat gezeur of God wel of niet bestaat en hoe je erover moet spreken. Laten we eens doen wat-ie zegt’.”

In Middelburg snappen de kerkgangers de ophef over Hendrikse niet. Als Hendrikse preekt, zit de kerk altijd vol, zeggen zij. „Door Klaas kom ik weer in de kerk”, zegt kerkgangster Tanja Harpe. „Bij hem mag je wĂ©l vragen hebben.” Andere gemeenteleden zeggen ongeveer hetzelfde. Mia Elmont, die zichzelf omschrijft als een ’zeer meelevend’ lid, zegt: „Wij zien Hendrikse als een bevrijding. We hoeven het niet meer volgens het orthodoxe boekje te doen.” En de voorzitter van Hendrikse’s  kerkenraad, Bob Viveen, ziet iets positiefs aan alle kritiek op de predikant. „Anderen menen te zeggen wat wij hier in deze kerk wel en niet mogen doen. Door die aanvallen voelen we ons één hechte groep.” 

De atheïstische dominee zelf haalt zijn schouders op.  „Er zou veel meer discussie moeten zijn in de kerk”, zegt hij. Wat hij vindt van de kritiek op zijn ’provocerende toon’? „Ik zeg het allemaal wat minder gepolijst dan de Ter Lindens. Dat is waar. Maar dat zijn van die heertjes, hù? Ben ik niet.”