| Elke predikant begint anders aan het ambt |
|
uit: Nederlands Dagblad, 18 februari 2010, door kerknieuwsredacteur Sjoerd Mouissie  Moet je als predikant altijd klaarstaan als gemeenteleden een beroep op je doen? En mag je een strikte scheiding maken tussen werk en privéleven? Ongeveer dertig jonge predikanten, kerkelijk werkers en theologiestudenten dachten dinsdag na over deze vragen. Studiedag CV met zicht op het ambtDat gebeurde tijdens een studiedag van de Confessionele Vereniging binnen de Protestantse Kerk, die in Leiden werd gehouden. Ds. Jacques Schenderling, protestants predikant in Berkel en Rodenrijs en auteur van het boek Beroepsethiek voor pastores, hield zijn gehoor ,,ethische richtlijnen’’ voor. ,,Die maken duidelijk welke verwachtingen er rond het ambt van predikant bestaan. Ze helpen de ambtsdrager bij zijn werk, en de gemeenteleden bij het structureren en bijstellen van hun verwachtingen.’’ Persoonlijke inzet en heldere afsprakenSchenderling gaf vier regels: wees bereid te dienen, doe het werk op een betrouwbare manier, heb respect voor de keuzevrijheid van gemeenteleden en collega’s en wees eerlijk. ,,De concrete invulling van die regels verschilt van predikant tot predikant.’’ Duidelijke afspraken werken altijd goed, stelde hij. Dat geldt bijvoorbeeld ook als iemand op zaterdag of zondag een huisarts nodig heeft. ,,Door die heldere afspraken hoeft de huisarts niet na te denken; de telefoon staat immers doorgeschakeld naar de huisartsenpost. De patiënt hoeft op zijn beurt slechts het bekende nummer te bellen, omdat hij toch wel een dokter aan de lijn krijgt.’’ Drie bezoekers aan de studiedag vertellen over hun eerste werkjaren in een kerkelijke gemeente. Van de webredactie: zie het verhaal van Herco van der Wilt, Jan-Willem Korpelshoek en Marianne Karels. |