Hoe sterk is het merk van Op Goed Gerucht?

van de webredactie: De kerk kent stromingen. Of moeten we zeggen: richtingen? De oude middenorthodoxie (term van wijlen prof. H. Berkhof) is verbleekt; gemeenten houden met moeite het hoofd boven water. Toch is die modaliteit opnieuw begonnen. Tien jaar geleden kwam de predikanten- of theologenbeweging Op Goed Gerucht van de grond. Een nogal pretentieuze start werd gemaakt: de stem van het midden. No nonsense, functioneel, zelfbewust en zonder al die historische ballast. Hoe fris en duidelijk is Op Goed gerucht? Komt het uit de verf of blijft het bij oneliners en statements?

In het tijdschrift Kontekstueel wordt de pols gevoeld. Uitkomst: vaag en breed en niet sterk van inhoud. Hoe wordt er aangekeken tegen het christelijk geloof temidden van de religies? Wat belijden we eigenlijk wel? Het is de vraag of die revitalisering van het midden ('niet confessioneel') een succes is geweest. Het Reformatorisch Dagblad van 22 jan.2010 ging op de discussie in.

OGG

dr. H.S. Benjamins, docent dogmatiek te Leiden en het theologisch gezicht van Op Goed Gerucht

Na tien jaar is het nog steeds onduidelijk waar de protestantse theologenbeweging Op Goed Gerucht (OGG) precies voor staat. Er is slechts een oeverloze vrijblijvendheid: iedereen heeft recht op zijn eigen waarheid.

Dat stelt kerkrechtdeskundige dr. P. van den Heuvel in Kontekstueel (tijdschrift voor gereformeerd belijden nú), dat vandaag verschijnt. In het blad gaat de redactie het gesprek aan met Op Goed Gerucht, de theologenbeweging in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), die een decennium bestaat.

Volgens dr. Van den Heuvel ziet Op Goed Gerucht een koerswijziging in orthodox-evangelicale richting als de grootste bedreiging van de kerk. Orthodoxe christenen zouden zich bedienen van een voorbije theologie en mensen met hun vragen en vertwijfeling in de kou laten staan. Hij bespeurt bij de theologenbeweging „geen enkele pijn” over de teruggang van de kerk. Ook van missionaire bewogenheid zou geen sprake zijn. „Waar is de passie voor het heil in Christus? Het verlangen naar de volheid van de Geest?”

Boekenlijst

Dr. Van den Heuvel reageert in Kontekstueel op een bijdrage van dr. H. S. Benjamins, universitair docent dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit in Leiden. Die kenschetst Op Goed Gerucht als een moderne en vernieuwende beweging met drie belangrijke inzichten, namelijk „dat de Bijbel een boek is dat je historisch-kritisch kunt bestuderen, dat geloofswaarheden dogma-historisch gerelativeerd kunnen worden en dat het christendom hoort bij de familie van de religies en niet als enig waar geloof tegenover de andere godsdiensten staat.”

Godsleer

Over de Godsleer leven binnen Op Goed Gerucht „waarschijnlijk” heel verschillende opvattingen, aldus de Leidse dogmaticus. „OGG hecht niet aan een exclusieve waarheid, die zegt dat God uitsluitend bekend is via één volk en één Zoon waartoe uitsluitend toegang kan worden gevonden via een afgesloten boekenlijst die is verzameld in de Bijbel. Dat wij ons op de Schriften en op Christus richten, laat open, dat er ook kennis van God kan zijn langs andere wegen en in andere godsdiensten. Evenmin ligt er bij OGG een grote nadruk op de soevereiniteit van God, die heerst en aan niemand verantwoording schuldig is, maar zijn gebod aan mensen oplegt en om gehoorzaamheid vraagt.”

Kijk op de kerk

Op het vlak van de ecclesiologie (leer van de kerk) zijn er volgens dr. Benjamins twee dingen waarvoor Op Goed Gerucht „bijna allergisch” is. „In de dogmatiek vind je vaak mooie uitwijdingen over de kenmerken van de kerk. De kerk is bijvoorbeeld één en heilig, apostolisch en dergelijke dingen meer. Die kenmerken vind je echter maar moeilijk terug in de feitelijk bestaande kerken waaraan wij verbonden zijn of waarin we werken.”

Daarnaast lijkt het erop, schrijft dr. Benjamins, dat de beleidsmakers binnen de Protestantse Kerk in Nederland deze feitelijke situatie maar moeilijk kunnen accepteren en daarom een grote nadruk leggen op missie en missionering om de kerk maar weer terug te brengen tot haar oude omvang en „vergane glorie”. „Binnen OGG willen wij de kwetsbaarheid van gemeenten en kerken onder ogen zien, zonder dat we daarvoor weglopen. Wie de werkelijkheid met een onrealistische hoop op grootschalige missionering wil veranderen, loopt er wel voor weg. Wie de kerk dogmatisch optuigt met allerlei grote kenmerken, doet dat evenzeer.”

Veelstemmigheid

Drs. W. Dekker, hoofd vorming en educatie bij de IZB (vereniging voor zending in Nederland), schrijft in Kontekstueel dat hij de veelstemmigheid van Op Goed Gerucht geen winst vindt. Het christelijk geloof staat en valt voor hem met de onmisbaarheid van Jezus Christus voor de wereld.

De scheidslijn ligt bij de vraag „of we van beneden of van boven” theologiseren, aldus drs. Dekker. „Het algemene klimaat vandaag in de theologie ervaar ik als van beneden. Daarmee bedoel ik: men neemt het uitgangspunt in de meer of minder religieuze mens, die eventueel ook met gedachten uit het christendom verder geholpen zou kunnen worden. In de grote traditie van de kerk is het echter altijd gegaan om het unieke van het evangelie van Jezus Christus, dat niet van nature aan een mens bekend is, waar hij zelfs helemaal niet op zit te wachten.”

Papieren paus

„Als ik eerlijk ben”, schrijft de christelijke gereformeerde hoogleraar dr. G. C. den Hertog, „maakt OGG op mij de indruk van een divers gezelschap dat niet veel meer deelt dan een onbestemd gevoel als „je bent jong en je wilt wat”.”

Volgens de Apeldoornse hoogleraar schetst dr. Benjamins een karikatuur van christenen die wél hechten aan een exclusieve waarheid en zeggen dat God uitsluitend bekend is via één volk en één Zoon. „Het zijn mensen die zich laten in-doctrine-ren, fundamentalisten dus. Het devies in dit soort kringen is „slikken of stikken” – en de Bijbel fungeert bij hen als een „papieren paus”. Aan wie zou Benjamins hier denken? Nu ja, ik weet wel dat er christelijke fundamentalisten zijn, maar ook die doe je geen recht door deze karikatuur van hen te maken.”

De geschiedenis van God met Israël en van Jezus Christus zegt niet dat God „eenkennig” is, aldus prof. Den Hertog. „Hij wil ons uit het donker tot het licht wil brengen, uit de onzekerheid tot blijde wetenschap. Wat een opluchting, dat de canon –Benjamins „afgesloten boekenlijst”– van de Schriften inderdaad afgesloten is! Ik moet er niet aan denken, dat het roer bij God ook nog eens om zou kunnen gaan en dat Hij een Ander zou kunnen worden of blijken te zijn dan de Vader van Jezus Christus. Als Benjamins daar niet nerveus van wordt, waar haalt hij dan z’n zekerheid omtrent God vandaan?”

Brede midden

Ds. J. Offringa, voorzitter van Op Goed Gerucht, vindt dat prof. Den Hertog te kort door de bocht gaat. „Zo’n manier van theologiseren kom ik vaker tegen in orthodoxe kring. Men stipt afwijkende visies even aan, maar gaat er niet echt mee in gesprek. In plaats daarvan wordt de eigen overtuiging nog eens herhaald, alsof de ander het niet goed gehoord of begrepen heeft. Zo’n bevestiging van het eigen gelijk wekt de indruk van een bloedeloze herhaling van zetten.”

De predikant weerspreekt het vermoeden van dr. Van den Heuvel dat er binnen Op Goed Gerucht geen pijn leeft over de teruggang van de kerk. „Dat is niet helemaal juist. Er is wel verdriet, maar dat is grotendeels verwerkt. Het speelt af en toe best even op, maar brengt ons niet meer van de wijs.”

Ds. Offringa erkent dat Op Goed Gerucht zich tegen een „eenzijdige” koers van de Protestantse Kerk verzet. Dat het „brede midden” van de kerk dor en doods zou zijn, is volgens hem echter een „vertekend beeld”. „Zeker, soms hebben gemeenten en pastores in ons deel van de kerk moeite het hoofd boven water te houden. Zij hebben echter ook waardevolle ervaringen met wat anderen nog voor de kiezen krijgen in de voortgaande secularisatie, en daarin nieuwe wegen gezocht en gevonden.”

Op Goed Gerucht: gezicht van het moderne midden

ds. J. Offringa, voorzitter van Op Goed Gerucht

Op Goed Gerucht, de theologenbeweging in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) die geen modaliteit wil zijn, bestaat dit jaar een decennium. Na een wat aarzelende start lijkt de beweging haar plaats in de Protestantse Kerk gevonden te hebben. „Wij zijn bang voor de dag dat we ergens in Nederland een bureau met een postbusnummer krijgen. Dan doen we het niet goed.”

Ds. J. Offringa, inmiddels vijf jaar voorzitter van Op Goed Gerucht (OGG), wil per se niet uitstralen dat hij de leider is van een modaliteit in de Protestantse Kerk. Lachend: „Nee, dat willen we niet. We zijn een bewéging. Het moet allemaal niet te statisch worden. We zeggen wel eens lachend tegen elkaar dat het ergste wat ons kan overkomen een hoofdkantoor is ergens in Nederland met een postbusnummer. Dan doen we het dus niet goed.”

Doel of niet: OGG is de laatste jaren uitgegroeid tot een pseudo-modaliteit die het moderne midden van de PKN een gezicht geeft. Was OGG in de beginjaren van zijn bestaan vooral een groep theologen die nogal eens antithetisch in het nieuws kwam, de laatste jaren lijkt het zich wat gesetteld te hebben. In 2009 koos de generale synode van de Protestantse Kerk, tegen de voordracht van het moderamen in, de oud-voorzitter van OGG, ds. P. Verhoeff uit Alkmaar, zelfs tot preses van de synode.

Een mooi wapenfeit voor een modaliteit die geen modaliteit wil zijn.

Ds. Offringa: „Wij zijn blij met ds. Peter Verhoeff als preses van de synode. Het is een goede preses en een man die kerkbreed denkt. Noem zijn benoeming desnoods een indirect bewijs van waardering voor onze beweging. Maar hij zit daar natuurlijk niet namens ons. Wij zoeken geen macht. OGG wil niet anders dan het moderne midden van de kerk een gezicht geven.”

Kunt u dat gezicht iets scherper uittekenen?

„Dat is niet gemakkelijk. Kijk, wij zijn geen vereniging waarvan gewone gemeenteleden lid kunnen worden. We beleggen studiedagen waarop we met elkaar over bepaalde thema’s willen nadenken. We willen niet de pretentie hebben dat we overal verstand van hebben. Dat moet de kerk als geheel ook niet willen, trouwens. Wat dat betreft vond ik het een verademing dat de synode het voorstel van het moderamen om een brief over seksualiteit aan alle gemeenten te schrijven, heeft weggestemd.”

De kerk heeft volgens u niets te zeggen over seksualiteit.

„De landelijke kerk moet daar-over geen algemene uitspraken doen. Laat dat nu toch alsjeblieft aan de plaatselijke gemeenten. Daar hoort dit onderwerp thuis. Wat dat betreft, vind ik ordinan-tie 5.4 van de kerkorde, waar geregeld wordt dat het aan de plaatselijke gemeente is te besluiten of niet-huwelijkse relaties wel of niet gezegend worden, een vondst. We weten hoe verdeeld de kerk over dit onderwerp is.”

De verdeeldheid in de PKN komt niet alleen tot uiting als het over seksualiteit gaat. Hoe kijkt u aan tegen de discussie rond ds. K. Hendrikse naar aanleiding van zijn uitlatingen over het bestaan van God?

„Je moet onderscheid maken tussen dat wat ds. Hendrikse zegt en het kerkelijk onderzoek dat er nu gaande is. Wat het eerste betreft: ik vind het verhaal van ds. Hendrikse inhoudelijk niet sterk. Maar de discussie die hij aanzwengelt rond de godsvraag is wel essentieel en moeten we niet uit de weg gaan. Tegelijk zeg ik: Een procedure zoals die nu sleept, moet je als kerk niet willen, dat levert alleen maar verliezers op.”

Zijn er voor u grenzen aan dat wat wel of niet gezegd kan worden in de kerk?

„In de PKN kan, wat ons betreft, veel. We moeten een brede volkskerk zijn met respect voor verschillende meningen.”

Wat kan volgens u níet in de Protestantse Kerk?

„Wij zetten mensen nooit de kerk uit. Mensen kunnen hoogstens zelf besluiten de kerk te verla-ten. Als kerk moeten we echter op punten wel duidelijk maken of mensen zich nog in de weg van de christelijke traditie bewegen. Als een predikant zegt: „Dood is dood”, dan zeg ik: Nu begeeft u zich buiten de christe-lijke traditie. Gelooft een predikant in reïncarnatie? Dan be-weegt hij zich niet meer in de lijn van de christelijke traditie. Maar de vragen die ds. Hendrikse stelt over het bestaan van God, naar hoe we in de kerk moeten omgaan met oude en nieuwe godsbeelden, dat zijn beslist géén onchristelijke of atheïstische vragen.”

De ideale kerk van Op Goed Gerucht is een kerk die...

„Erkent dat er onder de ”holding PKN” diverse merken hangen. Wees daar maar eerlijk over. Holding klinkt me te zakelijk in de oren, maar het is een beeld. We moeten echt stoppen met dat krampachtig met één mond willen spreken. Tegelijk ben ik trots op het feit dat de Protestantse Kerk er gekomen is. We hebben het toch maar voor elkaar gekregen om van drie kerken één kerk te maken. Dat zich vervolgens groepen van die kerk hebben afgescheiden, is hun eigen beslissing. Dat was onnodig.”

OGG belegt een studiedag over missionair gemeente-zijn. U wilt zich inzetten voor een missionaire kerk?

„Missionair gemeente-zijn is in OGG geen vies woord en we laten dat woord niet door ande-ren kapen. We doen trouwens ook mee in de landelijke beraadsgroep van de PKN. Tegelijk be-tekent missionair zijn voor ons niet dat we de zeepkist op moe-ten. We willen in gesprek met anderen en daarin ook laten zien waar we zelf voor staan. OGG wil een respectvolle dialoog met iedereen. Binnen en buiten de kerk.”