Eens gedoopt blijft gedoopt in de PKN
Dagblad Trouw, Religie, 24 okt. 2009

 

Wie als kind eenmaal is gedoopt in de PKN kan later niet opnieuw gedoopt worden. Een ’tastbare ervaring met water’ kan wĂ©l.

Er wordt nu al een jaar of tien over gedubt: kan iemand die in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) ooit gedoopt is dat later nog eens overdoen? Het lijkt een merkwaardige vraag, maar er zijn predikanten die hem regelmatig gesteld krijgen.

Al in 2000 schetste een groep predikanten (verenigd in het Evangelisch Werkverband) het voorbeeld van ene Jacqueline: ze heeft ’zo ongeveer alles wat God verboden heeft’ wel eens gedaan, maar inmiddels heeft ze ’een soort landing in de werkelijkheid’ gemaakt. Ze gaat weer naar de kerk, en zegt: „Dominee, ik wil gedoopt worden.” Antwoord van de predikant: „Maar je bent al gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Waarop Jacqueline zegt: „Maar, dominee, de doop is toch het teken dat je sterft aan je oude leven en opstaat in een nieuw leven? Ik wil de vuiligheid van mijn verleden afwassen. Ik verlang naar een radicaal nieuw begin.”

Ruim een jaar geleden legde het bestuur van de PKN een rapport over ’doopvernieuwing’ voor aan de synode. De kerkelijke afgevaardigden zagen weinig heil in de voorstellen. Zij wezen erop dat de kerk de doop ziet als eenmalig toegediend sacrament. Dat kan niet worden overgedaan, op welke manier dan ook.

Na het aanhoren van alle kritiek beloofde het landelijke kerkbestuur met een nieuw rapport over dopen te komen. Dat is deze week verschenen. De kern: eens gedoopt blijft gedoopt. En de boodschap aan degenen die – zoals de Jacqueline uit de brief van de predikanten – graag een nieuwe start in het geloof willen maken, luidt: „De doop wordt nooit ongeldig, zelfs niet als je twijfelt of je je afwendt van het heil. Je kunt wel een tijd lang afdwalen van wat je in je doop is geschonken, maar daardoor wordt het teken van de doop niet ongeldig.”

Wat dat teken is? „De doop is meer dan een gewoonte en meer dan een leuk ritueel”, stelt het PKN-rapport. „Het is een onteigeningsgebeuren: een kind wordt toevertrouwd aan God. Daarmee wordt gezegd dat het niet het bezit is van ouders.”

Toch blijkt met ’eens gedoopt blijft gedoopt’ het laatste woord over het onderwerp niet gesproken. De Protestantse Kerk stelt namelijk voor om ruimte te bieden aan ’een tastbare ervaring met water’. Dus wel water, maar geen doop. Maar is de doop van een kind doorgaans niet een kwestie van besprenkelen met wat druppels water? En waarin verschilt dat dan van de mogelijke ’tastbare ervaring met water’?

In het PKN-rapport wordt erkend dat hier verwarring op de loer ligt. Over de manier van dopen van kindern valt te lezen: „Bedacht kan worden of de waterhandeling met enkele druppels niet te zuinig is, waardoor de symboliek nauwelijks tot het bewustzijn door kan dringen. Ook waar water als symbool van leven wordt gezien, draagt de beperking tot enkele druppels niet erg aan de verbeelding bij.”

De opstellers van het rapport geven geen richtlijnen voor de hoeveelheid water die aan de doop te pas kan of mag komen. „Wettische regelgeving is niet aan de orde, maar ’begieten’ heeft oude papieren en het zeer spaarzaam gebruik van water kan moeilijk worden gezien als een positieve ontwikkeling.”

De synodeleden van de Protestantse Kerk in Nederland zullen half november in Lunteren discussiëren over het dooprapport.