| Gezinsdoop en geloofsdoop |
Baptisten zouden de mensen van de kinderdoop een volwaardige plaats in hun gemeente moeten geven. Omgekeerd zouden de grootdopers terecht moeten kunnen in het volle leven van de kerk met protestants of gereformeerd karakter. Of ligt het toch niet zo eenvoudig? Twee interessante krantenartikelen waarin predikanten hun gedachten ontvouwen.
Geef baptisten volwaardige plaats in de kerkenDoor Jan Mudde, Opiniepagina Nederlands Dagblad, 26 juni 2009 Het pleidooi van baptistentheoloog Jelle Horjus om gemeenteleden die vasthouden aan hun kinderdoop, toch als volwaardig lid te accepteren, verdient navolging in de gereformeerde kerken. Want ook daar staan leden die anders over de doop denken op het tweede plan. Met dankbaarheid heb ik kennis genomen van het voorstel van drs. Jelle Horjus om gemeenteleden die op het standpunt van de kinderdoop staan binnen de baptistengemeenten volledig te aanvaarden ( ND 6 juni). Hij bepleit dit, zonder het eigen standpunt inzake de doop te verloochenen. Naar mijn mening doen de kerken die uitgaan van de gereformeerde confessie er goed aan een voorbeeld te nemen aan het beleid dat Horjus voorstaat. Momenteel is de situatie binnen de gereformeerde kerken en de baptistengemeenten veelal zo, dat leden die op het punt van de doop anders denken, geen volwaardig lid zijn. Binnen de gereformeerde kerken kunnen degenen die de kinderdoop niet voorstaan in verreweg de meeste gevallen geen ambt bekleden en voor de kleine kinderen die door de ouders niet gedoopt worden bestaat - binnen de kerken van de kleine oecumene althans - geen alternatief ritueel middels welke ze tot Christus gebracht en binnen de gemeente ingelijfd worden. Onlangs nog schreef een gereformeerde predikant dat baptisten binnen een gereformeerde kerk twee opties hebben: ze passen zich respectvol aan of hebben te kiezen voor een andere kerk. Zelfs komt het voor dat iemand, die zich heeft laten overdopen - ik spreek hier allicht vanuit gereformeerd standpunt - afgehouden wordt van deelname aan het heilig avondmaal. Het mag duidelijk zijn dat deze gang van zaken veel pijn en verontwaardiging bij baptisten veroorzaakt. Sterke drang Voor de baptisten kan ik niet spreken, maar als gereformeerde zou ik er - in de lijn van drs. Horjus - van harte voor willen pleiten dat ook gereformeerden een volwaardige plaats aan de voorstanders van de volwassendoop in hun midden geven, mits zij hun standpunt niet drijven en zo onrust in de gemeente veroorzaken. Net als drs. Horjus houd ik daarbij vast aan mijn eigen standpunt. Ik ben op Bijbelse gronden een overtuigd voorstander van het dopen van kleine kinderen. Naar mijn mening behoren kinderen gedoopt te worden, omdat dit in de lijn van Gods Woord ligt. Maar tegelijk heb ik nog een andere ontdekking gedaan. Die is dat baptisten, die heel anders over de doop denken, in precies dezelfde Heer en precies hetzelfde evangelie geloven. Zij verzamelen zich rond hetzelfde kruis en benadrukken - niet minder dan gereformeerden - dat zij geheel en al uit genade leven en dat het geloof een gave van God is. Hoewel gereformeerden en baptisten verschillend over de doop denken, zijn zij een in de Heer en een in geloof, hoop en liefde. Zelf leer ik hiervan dat we het aloude meningsverschil over de doop, dat tot een diepe vervreemding van elkaar en allerlei conflictstof heeft geleid, in andere, zuiverder proporties moeten gaan zien. Het is geen geloofsartikel waarmee de christelijke leer staat of valt. Niet noodzakelijk Bij de doop ligt dat anders. In Marcus 16:16 lezen we: ,,Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld.'' Hoe belangrijk de doop ook is, alleen het geloof is heilsnoodzakelijk. Zie ook de manier waarop Paulus in 1 Korinthiërs 1 de doop ter sprake brengt. Als de doop een partijpolitieke, kerkscheurende rol gaat spelen, geeft Paulus niet alleen te kennen dankbaar te zijn dat hij niemand gedoopt heeft, maar relativeert hij zelfs de doop door te zeggen dat Christus hem niet gezonden heeft om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen. Hieruit blijkt dat het evangelie van Christus en de bediening van de doop wel nauw samenhangen, maar niet samenvallen. Aanvaarding In de kerk van Jezus Christus - we hebben het niet over de vereniging tot behoud van de gereformeerde of baptistische leer - heb je elkaar te aanvaarden zoals Jezus Christus jou aanvaard heeft. In de kerk van Jezus Christus geldt ook dat het in liefde bewaren van de eenheid van het geloof de allerhoogste prioriteit heeft. Aan zowel het een als het ander schortte het de afgelopen eeuwen nogal, zowel bij de gereformeerden als bij de baptisten. Veelal door een gebrek aan liefde en onderscheidingsvermogen volgde kerkscheuring op kerkscheuring. Momenteel is er onder druk van de ontkerkelijking en door de kracht van de Geest een beweging gaande die het rechtzinnig-protestantse deel van de Nederlandse christenheid steeds dichter tot elkaar brengt. Die beweging vindt niet plaats op basis van een vrijzinnige Bijbelbeschouwing en een vrijblijvende houding tegenover de confessie, maar op basis van een steeds centraler stellen van Degene om wie het in de Schrift gaat: Jezus Christus, de gekruisigde en opgestane Heer. Het pleidooi van drs. Horjus past binnen deze beweging. Laten gereformeerden vervolgens op een passende wijze reageren op dit pleidooi en op onze beurt een volwaardige plaats geven aan de baptisten buiten en binnen onze gemeente. De eer van God en - op langere termijn - de eenheid en het behoud van de kerk in Nederland zijn daarmee gediend. Jan Mudde is predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Haarlem. Achter afwijzen kinderdoop schuilt meerDoor Ton Vos, Opiniepagina Nederlands Dagblad, 27 juni 2009 Kunnen gelovigen die de kinderdoop niet onderschrijven, ambtsdrager zijn in een gereformeerde kerk? Volgens ds. Jan Mudde wel (ND 20 juni). Niet doen, zegt Ton Vos, want vaak speelt er heel wat meer, zoals een andere visie op de toeëigening van het heil en de gemeente. Jan Mudde pleit voor een volwaardige plaats voor baptisten in een gereformeerde kerk. Ik zet daar vraagtekens bij. Overtuigd van de Bijbelse grond onder de gezinsdoop relativeer ik tegelijk met Mudde een afwijkende dooppraktijk. De doop als ritueel is niet heilsnoodzakelijk. Dat onderscheidt ons van de rooms- katholieke kerkleer. Bovendien constateer ik dat het deel van de christenheid dat de kinderdoop afwijst, niet minder deelt in de zegen van Gods Geest. Laten wij er dan ook niet zwaarder aan tillen dan de Geest ons voorhoudt. Als de kerk geen ernst meer maakt met de nieuwe gehoorzaamheid waartoe de doop verplicht, kan ik goed begrijpen waarom baptisten het accent verschuiven van de verbondsdoop, waar de doop het teken en zegel is bij wat Gods genade in ons doet, naar de geloofsdoop waar de doop de overgave van de gelovige aan die genade zichtbaar maakt. Zo mogen we de tegenbeweging van de baptisten zien als terechte kritiek op lauw kerkelijk leven. Misschien zelfs door de Geest gerechtvaardigd. Met een verwijzing naar Jeremia 35: de Rekabieten gaven geen gehoor aan de geloofsopdracht het volle leven in het beloofde land aan te nemen. Daarmee deden zij tekort aan Gods plan met zijn volk. Toch moest Jeremia hen als voorbeeld van toewijding aan Israël voorhouden. En de Here waarborgde hun ondanks hun 'theologisch' manco een plek binnen Zijn verbond. Zo heeft de Here misschien ook de baptisten een blijvende plek gegeven om ons er aan te herinneren dat wij radicaal uit het geloof en niet ,,uit gewoonte of bijgeloof'' de doop voor onze kleinen moeten verlangen. En zonder twijfel kunnen baptisten werkelijk één in geloof en beleving zijn met gereformeerden. Zoals de bekende prediker D.M. Lloyd Jones, calvinist in hart en nieren, die geen voorstander was van de kinderdoop. Bakens Waar men de bakens verzet, is kennelijk iets aan de hand. Achter het afwijzen van de kinderdoop kan een heel andere visie op het ingaan in het koninkrijk schuilgaan. Zeker, soms gaat het eigenlijk alleen om de dooppraktijk. Maar vaak speelt er meer: een andere visie op de toeëigening van het heil, de gemeente en soms op nog heel wat meer. De geloofsdoop is een bouwsteen uit een andere bouwdoos die niet zomaar even in de gereformeerde bouwdoos is in te passen. Er kunnen zelfs visies achter de geloofsdoop leven die de eenheid in het geloof opbreken en tegenstellingen creëren die de verkondiging van het koninkrijk schaden. Zoals de tegenstelling tussen de roeping van Israël en van de gemeente, waarbij Israël een aardse en de gemeente een hemelse roeping toegedacht wordt. Naïviteit Daarom vind ik het van belang dat een ambtsdrager in staat moet zijn om met innerlijke overtuiging de waarde van de verbondsdoop te leren. Want hoezeer ik ook de relativiteit van de dooppraktijk als middel tot het doel erken - het doel is de geloofsverbondenheid met de Here Jezus - toch belijd ik de verbondsdoop als de meest Bijbelse vorm die daarom onze God het meeste eert en de gemeente het beste bouwt. Daar moet je als kerk voor willen gaan! Van iemand die de kinderdoop afwijst, kun je en mag je dat niet vragen. Dat heeft niet zozeer te maken met de christelijke gelijkwaardigheid van deze broeder of zuster, als wel met de geloofwaardigheid van de keuze die je als kerkelijke gemeenschap hierin maakt. In de geestelijke verbondenheid die ik met vele geloofsdopers ervaar, verlang ik naar een manier van kerkelijk samenleven die ieders eigen plaats en waarde in Gods koninkrijk respecteert zonder dat er een gelijkheid geforceerd hoeft te worden. Dan mogen we het aan de Here overlaten om de beide bouwstijlen tot één huis samen te voegen. Ton Vos is Nederlands-gereformeerd predikant in Assen. |