Hbo-opleiding predikant geen sluiproute

door Jan Hoek

Nederlands Dagblad, rubriek Vrijplaats, dinsdag 28 april 2009 / zie hieronder ook: Reformatorisch Dagblad, 28 april 2009

Sinds afgelopen vrijdag ligt in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) de weg open voor de intrede van de hbo-predikant. De synode nam dit besluit op basis van het rapport van de commissie-Veerman. Commissielid J. Hoek, medeopsteller van het rapport, verwerpt het idee dat er nu een sluiproute is naar het predikantschap.

Vereisten

Commissielid Jan Hoek op de synodevergadering over de sluiprouteDe beslissing van de PKN om de intrede van hbo-predikanten op bescheiden wijze mogelijk te maken is gebaseerd op het volgende besluit: ,,Kerkelijk werkers met een afgeronde hbo-opleiding theologie, die gezien de plaatselijke situatie gevraagd worden het werk te doen als van een predikant, kunnen worden toegelaten tot het ambt van predikant. Echter pas nadat een traject van geschiktheidsbeoordeling heeft plaatsgevonden en homiletische ('preekkwaliteiten', red.) en liturgische bijscholing is afgerond.

Zij werken, staande in het ambt, altijd onder supervisie van een predikant - mentor uit de werkgemeenschap. Zij worden verbonden aan de traktementsschaal voor de beginnende predikant en hebben niet de mogelijkheid een post-masteropleiding te volgen, tenzij door het behalen van de academische graad in de theologie. Deze toelating tot het ambt geldt voor het leven.''

Wissel om

Heeft de synode met dit besluit principieel een wissel omgezet? Nee. Nadrukkelijk blijft de Protestantse Kerk kiezen voor een academische vorming van de dienaren des Woords. Zij acht het niet alleen wenselijk, maar ook van groot belang dat de overgrote meerderheid van de predikanten dit niveau van opleiding heeft.

Sinds de Reformatie hebben de meeste protestantse kerken hiervoor gekozen. Daarbij kende men een uitzonderingspositie voor 'singuliere (bijzondere) gaven'. De Protestantse Kerk heeft geregeld dat belijdende leden van de kerk zonder een theologische wetenschappelijke opleiding kunnen worden toegelaten tot het ambt van predikant als op overtuigende wijze blijkt dat aan hen bijzondere gaven zijn geschonken. Daarmee wordt duidelijk dat het geen 'Bijbels principe' is dat de predikant een universitaire opleiding moet hebben genoten.

Bijbels principe is dat de predikant geroepen moet worden door de gemeente (en zo van Godswege) om uit liefde tot Christus en zijn gemeente het ambtswerk te verrichten. De beleidslijn van de kerk inzake het opleidingsniveau is een wijze, menselijke regel waarop uitzonderingen mogelijk zijn.

De beslissing van de synode betekent overigens niet dat er nu een categoriale uitbreiding gegeven wordt aan de regeling rondom de bijzondere gaven. Wie op basis van die bepaling wordt toegelaten, wordt immers niet predikant-vicaris, maar regulier predikant in volle rechten.

Sluiproute

Het grootste bezwaar dat van verschillende kanten tegen de figuur van de hbo-predikant is ingebracht, is dat hiermee een sluiproute naar het predikantschap zou worden geïntroduceerd. Mensen die predikant willen worden, zouden voor de gemakkelijkste route kiezen: hbo in plaats van universiteit. Maar niemand gaat naar het hbo met de vooropgezette bedoeling om hbo-predikant te worden. Dat is nú niet het geval, maar dat zal het ook in de toekomst niet zijn.

In principe leidt het hbo op tot goed gekwalificeerde, competente beginnende beroepsbeoefenaars.

De kerkelijk werker krijgt steeds meer een eigen profiel in het geheel van het kerkelijk werk. Hij of zij is bepaald geen tweederangsdominee. Als jeugdwerker, pastoraal werker, missionair-diaconaal werker neemt de kerkelijk werker een gewaardeerde plaats in.

De synode heeft nu erkend dat het in de praktijk in bepaalde situaties voorkomt dat de kerkelijk werker het pakket werkzaamheden verricht dat bij de predikant hoort. Daarbij staat de bediening van Woord en sacramenten centraal. Deze bediening is in gereformeerd en luthers kerkrecht verbonden aan het ambt van predikant. Dan is het ook juist de betreffende persoon in het ambt van predikant te stellen. Deze toelating is niet gebonden aan een termijn, maar wél aan een plaatselijke situatie. De predikant-vicaris kan dus niet als predikant naar een andere gemeente of werksituatie gaan zonder dat is vastgesteld dat ook in die andere situatie zich de wenselijkheid voordoet een predikant-vicaris te benoemen.

Ten slotte: waarom al deze bepalingen? Om in een situatie waarin alle hens aan dek moeten, de beschikbare krachten zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen, flexibel te zijn en ook de principiële lijnen rond het ambt van predikant te handhaven.

Prof. dr. J. Hoek is predikant van de Protestantse Kerk, docent dogmatiek aan de Christelijke Hogeschool te Ede, bijzonder hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit te Kampen en deeltijdhoogleraar systematische theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven. Hij woont in Veenendaal en is lid van de stuurgroep 'Werk in de wijngaard' (commissie-Veerman).

 

De nieuwe mogelijkheid voor een hbo-theoloog om predikant te worden in de Protestantse Kerk in Nederland is geen sluiproute naar het predikantschap, stelt prof. dr. J. Hoek.

Lees hieronder het artikel van dr. Hoek op de Opiniepagina van het Reformatorisch Dagblad, 28 april 2009

Sinds vrijdag ligt in de Protestantse Kerk in Nederland de weg open voor een bescheiden intrede van de hbo-predikant. De synode ging in meerderheid akkoord met een voorstel hiertoe op basis van het rapport van de commissie-Veerman. Graag plaats ik enkele –hopelijk verhelderende– kanttekeningen bij deze beslissing.

Heeft de synode met dit besluit principieel een wissel omgezet? Mijns inziens niet. Nadrukkelijk blijft de Protestantse Kerk kiezen voor een academische vorming van de dienaren des Woords. Zij acht het niet alleen wenselijk, maar ook van groot belang dat de overgrote meerderheid van de predikanten dit niveau van opleiding heeft.

Daarmee gaat de synode voort in de lijn van historische continuïteit. Sinds de Reformatie hebben de meeste protestantse kerken hiervoor gekozen. Daarbij kende men een uitzonderingspositie voor ”singuliere gaven”. Zo heeft bijvoorbeeld de Protestantse Kerk in Ordinantie 13-16 geregeld dat belijdende leden van de kerk zonder een theologisch-wetenschappelijke opleiding kunnen worden toegelaten tot het ambt van predikant indien op overtuigende wijze blijkt dat hun singuliere gaven zijn geschonken.

Singuliere gaven
Dit maakt duidelijk dat het geen Bijbels principe is dat de predikant een universitaire opleiding moeten hebben genoten. Bijbels principe is dat de predikant geroepen moet worden vanwege de gemeente en zo van Godswege, om uit liefde tot Christus en Zijn gemeente het ambtswerk te verrichten. De beleidslijn van de kerk inzake het opleidingsniveau is een wijze menselijke regel waarop uitzonderingen mogelijk zijn.

De beslissing van de synode betekent overigens niet dat er nu een categoriale uitbreiding gegeven wordt aan de ordinantie over de singuliere gaven. Wie op basis van die bepaling wordt toegelaten, wordt immers niet predikant-vicaris, maar regulier predikant in volle rechten. De toelating van de hbo-predikant hangt onlosmakelijk samen met een differentiëring in het predikantschap in een aantal schalen. De betrokkene komt in de laagste schaal en kan zonder academische opleiding niet doorstromen naar hogere schalen.

Het grootste bezwaar dat van verschillende kanten tegen de figuur van de ”hbo-predikant” is ingebracht, is dat hiermee een sluiproute naar het predikantschap zou worden geïntroduceerd. Mensen die predikant willen worden, zouden voor de gemakkelijkste route kiezen: hbo in plaats van universiteit.

Ik heb ter synode gezegd dat niemand naar het hbo gaat met de vooropgezette bedoeling om hbo-predikant te worden. Dat is nú niet het geval, maar zal dat ook in de toekomst niet zijn. Wel zijn er heel wat studenten die via het hbo doorstromen naar een universitair masterprogramma en zo predikant worden. Dat is een uitstekende route.

Kerkelijk werker
In principe leidt het hbo op tot goed gekwalificeerde, competente beginnende beroepsbeoefenaars. De kerkelijk werker krijgt steeds meer een eigen profiel in het geheel van het kerkelijk werk. Hij of zij is bepaald geen tweederangsdominee. Als jeugdwerker, pastoraal werker, missionair-diaconaal werker neemt de kerkelijk werker vanuit specifieke deskundigheid een gewaardeerde plaats in.

De synode heeft nu erkend dat het in de praktijk in bepaalde situaties voorkomt dat de kerkelijk werker het pakket werkzaamheden verricht dat bij het predikantschap hoort. Daarbij staat de bediening van Woord en sacramenten centraal. Deze bediening is in het gereformeerde en lutherse kerkrecht verbonden aan het ambt van predikant.

Klik hier!

Dan is het ook juist de betreffende persoon in het ambt van predikant te stellen. Deze toelating is niet gebonden aan een termijn, maar wél aan een plaatselijke situatie. De predikant-vicaris kan dus niet als predikant naar een andere gemeente of werksituatie gaan zonder dat is vastgesteld dat ook in die andere situatie zich de wenselijkheid voordoet een predikant-vicaris te benoemen.

Aanvullende opleiding
De predikant-vicaris is en blijft een hbo-predikant, ook al dient hij een aanvullende homiletische en liturgische opleiding te hebben gevolgd. We moeten hierbij dan ook niet denken aan een academische eenjarige master. Dat zou immers de onheldere situatie creëren dat er predikanten komen met een lichtere dan wel zwaardere academische opleiding. Nee, de gewone weg is en blijft dat dominees in de Protestantse Kerk aan de PThU, de Protestantse Theologische Universiteit, zijn afgestudeerd op het niveau van een driejarige predikants­master.

Ten slotte: waartoe al deze ingewikkelde bepalingen? Om in een situatie waar we alle hens aan dek nodig hebben de beschikbare krachten zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen en bij de noodzakelijke flexibiliteit in organisatievormen de principiële lijnen rond het ambt van predikant te handhaven.

De auteur is lid van de stuurgroep Werk in de wijngaard (commissie-Veerman).