|
NIJKERK – Orthodoxie is geen intolerante gelijkhebberij of een „brandweerwagen die uitrukt om elk vrijzinnig vuurtje te blussen”, aldus dr. A. J. Plaisier dinsdag op de jaarvergadering van de Confessionele Vereniging in Nijkerk. De scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, die zichzelf steeds orthodoxer ziet worden, was bij de vereniging te gast en sprak over de vitaliteit van orthodoxie. „Ik ben van mening dat de kerk in haar kern alleen overleeft in orthodoxe gestalte.”
15-04-2009 | Kerkredactie Reformatorisch Dagblad (bewerkt) Gesloten horizon De tijdgeest modernisme, tegenhanger van de orthodoxie, is niet voor alles slecht. „Daarmee zeggen we bovendien dat de hele moderniteit buiten God is om gegaan.” Wel heeft zij een „gesloten horizon” omdat zij is begrensd door haar eigen denken. Daarin kan religie hooguit een plaats krijgen als zij naar eigen inzicht is verknutseld. „Een beetje Boeddha, een beetje yoga, maar het is wel míjn spiritualiteit. Het is niet de echte ontmoeting met God, Die tot mij spreekt.”
Volgens de scriba heeft filosoof Friedrich Nietzsche de mens die gekooid is in zijn denken, willen verlossen. „Elk verlangen wil diepe, diepe eeuwigheid.” Van een mens die zich hult in gemak en comfort maar niets weet van de eeuwigheid, moest Nietzsche niets hebben. Dr. Plaisier: „En toch heeft zijn gedachte iets tragisch, want hogere doelen moet je ontvangen van hogerhand.” Orthodoxe inbrengOrthodoxie geeft „de gekooide halfgod” vrijheid. Dr. Plaisier omschrijft de orthodoxie door terug te grijpen naar de klassieke belijdenis: de drie-eenheid van God. Met het belijden van God als Schepper is de wereld geen in zichzelf gesloten systeem meer, vindt dr. Plaisier. De orthodoxie erkent verder dat de mens „geen patiënt, maar zondaar is. Hij kan wel het verkeerde woord zeggen, maar niet het goede woord raden.” Ook in de menswording van God als verlossing van de wereld, is orthodoxie „koppig vasthoudend.” Naast de verlossing is er een hoger doel. De Heilige Geest „stuwt het leven op om gelijkvormig te worden aan Christus.” Zo doorbreekt orthodoxie in het spoor van de katholiciteit „de denkdressuren van de tijd”, aldus dr. Plaisier. „Al is het geen van buiten geleerd lesje of een sjibbolet. Dan kan de orthodoxie snel aan kracht inboeten.” Dr. Plaisier gaat nog een stap verder. Waarden in de moderniteit kunnen niet op zichzelf bestaan en zoeken een inbedding, waarvoor de orthodoxie kandidaat kan zijn. Omdat God komt in het vlees, mag men niet ontsnappen aan lijf en lijfelijkheid. En juist het lichaam is een van de „kroonjuwelen van de moderne tijd.” Dr. Plaisier: „Lichamelijkheid kan haar doel voorbijschieten. Dan wordt het lichaam ontlichamelijkt als een object of machine. Of het wordt het een en al en dan geldt dat elke god zal vallen.” In beeldend proza, waarvan dr. Plaisier zich op de jaarvergadering rijk bediende: „Dan wordt het een moderniteit, die als ze loskomt van haar wortel, bloemen overhoudt die verwelken.” BrandblussenHet „vrijzinnige vuurtje” dat niet geblust mag worden door de brandweer van de orthodoxie leverde de scriba de vraag op of hij doelde op de atheïstische predikant ds. K. Hendrikse uit Middelburg. „Ik ben geneigd te zeggen dat je theologie haar gang moet laten gaan. Ik ben ervan overtuigd dat de orthodoxie weer komt bovendrijven.” Zonder zich uit te willen spreken over „kerkordelijke zaken” gaf hij aan dat „niet alles kan in de kerk.”  Dr. Plaisier reageerde ontkennend op de vraag of de theologie ooit een definitief antwoord heeft op cultuuruitingen. Het krampachtig zoeken naar een antwoord tempert volgens hem ook het enthousiasme in het bedrijven van theologie. Een kerkelijke commissie in het leven roepen voor een antwoord, raadde hij ook af. „Ik ben tegen zelfbenoemde prikkers. In de huidige crisis staan gelijk tientallen profeten in het gelid, maar niemand roept au. Ik moet bijna denken aan de pijl die toevallig werd afgeschoten en zo ook door de cultuur heen prikt.” Getuigen voor de mensenToch blijven er vragen gesteld worden hoe de gewone mens kan worden aangesproken door de orthodoxie. Ds. B. H. Weegink, secretaris van de Confessionele Vereniging: „Hij heeft geen ‘feeling’ met een Jezus Die voor een schuldige is gestorven.” Hoewel dr. Plaisier de vertaalslag een taak voor de predikant vond, beaamde hij dat „de taal van de timmerman” ook gesproken moet worden. In het verlengde daarvan vroeg dr. Jurrien Mol, bestuurslid van Schrift en Belijden, of de kerk geen tegengeluid had moeten laten horen bij billboardteksten dat er geen God is. Dr. Plaisier: „De kerk moet inderdaad aanwezig zijn in het publieke domein. Maar ik heb moeite met het idee dat de kerk iets moet doen. De kerk, dat bent u, dat ben ik. En als de landelijke kerk spreekt, is de wereld te klein.” Nader ingaand op de vraag, bekende hij niets in kretologie te zien. „Je laat je meesleuren in een beweging. Ik heb er mijn vragen bij of je met tegenleuzen het Evangelie op een adequate manier kan uitdragen.” |