| Wijkgemeente De Brug in Amersfoort |
Het boek van Rein Brouwer (van 1995-2002 zelf predikant in het Overijsselde Denekamp) wordt niet goed ontvangen. In sommige ogen deugt het niet. Het is een zwartboek. Wie het leest, fronst zijn voorhoofd over Brouwer en krijgt waardering voor het reilen en zeilen van wijkgemeente De Brug, een open-confessionele gemeente in protestants Amersfoort. De predikanten Ph. Loggers, W.E. Steenbeek, L.M. Vreugdenhil en A.J. Plaisier hebben daar hun werk gedaan.Goed werk, ieder met eigen accent. En de kerkenraadsleden werk(t)en ook. Wie tussen de regels door leest ontdekt een gezonde, goed lopende gemeente. Niet een in zichzelf verstrikte en van de buurt afgeschermde club. Dr. R. (Rein) Brouwer is universitair docent praktische theologie aan de Utrechtse afdeling van de Protestantse Theologische Universiteit. Hij schreef 'Geloven in gemeenschap'. Het gaat over de relatie tussen een gemeente en de buurtomgeving, dus over de 'sociale context'. Vraag is: past een kerk nog in de buurt? Doen kerk en omgeving iets samen? Dr. ir. J. (Jan) van der Graaf, de oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond, geeft in het Reformatorisch Dagblad van 28 oktober 2009 een kritische bespreking van het boek. En daarmee een afkeurende reactie op de manier van werken van Brouwer. Hij beschadigt ook de positie van dr. Arjan Plaisier, de secretaris-generaal van de kerk... Niet aan de orde, en het hoeft ook niet. Gelukkig kent Plaisier een sterk optreden. We waarderen hem. Hij kan tegen een stootje. Tendentieus onderzoek naar Amersfoortse wijkgemeente De Brug Kort na verschijning gaf de kerkenraad van De Brug de hiervolgende verklaring af, die er niet om liegt. „De kerkenraad van De Brug heeft in 2005 ingestemd met een onderzoek, dat dr. R. Brouwer wilde doen naar het functioneren van de wijkgemeente. Hij kreeg daarbij ook toegang tot kerkenraadsvergaderingen en notulen daarvan. Als voorwaarde is toen gesteld, dat dr. Brouwer bij publicatie van de resultaten anonimiteit zou betrachten wat betreft personen. Dit is vastgelegd in de notulen van de kerkenraadsvergadering waarin de toestemming werd verleend. Nu in het door dr. Brouwer gepubliceerde boek ”Geloven in gemeenschap” blijkt dat nogal wat kerkenraads- en gemeenteleden duidelijk herkenbaar worden beschreven, betreurt de kerkenraad dit buitengewoon. In het boek lopen beschrijvingen en waardeoordelen van de onderzoeker door elkaar. Dit is pijnlijk voor degenen die zich ten tijde van het onderzoek met hart en ziel voor De Brug inzetten. Wat de kerkenraad zeer onaangenaam heeft getroffen, is de wijze waarop onze toenmalige predikant, dr. A. J. Plaisier, in het boek naar voren komt. Die doet absoluut geen recht aan de uitstekende manier waarop hij heeft gefunctioneerd en is schadelijk voor hem en voor zijn huidige functie. Bij zijn vertrek is door kerkenraad en gemeente op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt hoe node hij werd afgestaan aan de landelijke kerk. De kerkenraad wil zich van de manier waarop zijn voormalige predikant over het voetlicht wordt gebracht dan ook nadrukkelijk distantiëren.” (...) Kwetsbaar Vooropgesteld zij dat het kwetsbaar moet worden geacht wanneer een kerkenraad notulen van zeer recente datum en gespreksverslagen van beroepingswerk beschikbaar stelt aan derden. Ik geef eerst de feiten zoals de auteur ze stelt. In 1962 kwam de wijkgemeente tot stand met als predikant ds. Ph. Loggers, „een ethisch-confessionele, barthiaanse predikant.” Op 12 maart 1970 werd het kerkgebouw De Brug geopend, „een open deur, een open huis, een open hart voor heel de wijk.” God slaat een brug naar de mensen, zei Loggers. Jezus is Pontifex, bruggenbouwer. In 1981 kwam ds. W. E. Steenbeek, waarmee de gemeente „een sterker confessioneel profiel” kreeg. Met de komst van ds. L. M. Vreugdenhil in 1993 kwam er „evangelikale vernieuwing.” Na het overlijden van ds. Vreugdenhil in 2001 kwam in 2003 dr. A. J. Plaisier, hetgeen „consolidatie” betekende. In de gemeente komen allengs twee lijnen openbaar: een confessionele c.q. ook min of meer behoudende lijn, en (in minderheid) een evangelische lijn. Ten tijde van ds. Vreugdenhil heeft het evangelische gedachtegoed meer ingang gevonden. En toen kwam dr. Plaisier. Hij was „principieel en schriftuurlijk” maar hield niet van „evangelische drijverigheid” (geciteerd uit het gespreksverslag voorafgaand aan zijn beroep). „Het ging hem echter wel om betrokkenheid op Jezus Christus en beleving van binnenuit.” Van vijfjarenplannen hield hij niet: „dat houdt je van je werk af.” „Beleid maakt het geloof niet, dat doet de Geest.” Werkwijze Tot in detail heeft de auteur de gemeente doorgelicht: missionair, diaconaal, managementtechnisch, liturgisch, modalitair, pastoraal. Om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat de gemeente zich allengs uit de wijk (de buurt) heeft teruggetrokken en een mentaliteitsgemeente is geworden. De oecumene is er „verwaterd.” In De Brug „geen Kuitertdominees.” In de aanloop naar één protestantse gemeente in Amersfoort in 2009 ontpopte De Brug zich zelfs als „het meest kritisch.” En met de komst van dr. Plaisier is de balans verschoven in de richting van „behoudende” stemmen. Intussen krijgt de periode onder dr. A. J. Plaisier verreweg de meeste aandacht. Plaisier is zodoende breed in beeld, maar wel onder vooroordeel van de schrijver. Niet alleen zijn communicatie en leiding worden (kritisch) doorgelicht, ook zijn prediking, tot en met zijn houding en zijn gebaren. Het zint me niet hier voorbeelden te geven. Het verhaal over De Brug staat intussen ingeklemd tussen twee wetenschappelijk bedoelde delen, namelijk twee algemeen theologische hoofdstukken over ”koinonia” (gemeenschap) en ”sociaal kapitaal” in de kerk enerzijds, en specialistische slothoofdstukken over praktische theologie anderzijds. In het laatste deel ervan komen hedendaagse praktische theologen voor het voetlicht, onder wie prof. dr. F. G. Immink, rector van de PThU, aangeduid en daarmee ingeperkt als „reformatorisch”, „specifieker nog” als „calvinistisch of gereformeerd.” Hoe het verhaal over De Brug daartussen past is dubieus, want in hoge mate tendentieus, en daarom wetenschappelijk onder de maat. De auteur heeft veel waargenomen, en daar zal veel waars inzitten, maar heeft er tegelijkertijd zijn eigen lamp op gezet, hetzij in ondertoon, hetzij in waardeoordelen, hetzij in eigen positiekeuzen, hetzij in wat hij zegt te missen. Hij merkt op wel tot de wijkgemeente te behoren maar er niet in mee te leven. Hij is dus buitenstaander. Duidelijk is dat zijn (theologische) sympathie ligt bij de eerste voorganger, ds. Ph. Loggers. Die stond namelijk midden in de buurt. Later is de gemeente confessioneler, evangelischer, orthodoxer, minder open, geïsoleerder geworden, meer zelfs onder invloed van „de Veluwe.” Eigenlijk zou de gemeente moeten zijn zoals de auteur wil dat ze is. Afwijzing van het homohuwelijk bijvoorbeeld valt bij hem onder „discriminerend standpunt.” Het eigene van deze wijkgemeente in een gemengde stadsgemeente wordt onvoldoende gerespecteerd. Het boek bevat ook aperte onjuistheden. De bonders in Amersfoort zouden (slechts) ’s morgens in de Joriskerk kerken en de VBOK zou gelieerd zijn aan de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Kortom, wat de beschrijving van De Brug betreft een ondermaats boek en daarom wat mij betreft een afrader. Ik kan de verstoordheid van de kerkenraad begrijpen. Vertrouwen is beschaamd en mensen, al dan niet bij name genoemd, zijn beschadigd. N.a.v. ”Geloven in gemeenschap”, door Rein Brouwer; uitg. Kok, Kampen, 2009; ISBN 978 90 435 1666 2; 544 blz.; € 37,50. |