Confessionele liturgie eredienst

  

Mededeling van de Protestantse Kerk:

Er zijn twee Dienstboeken verschenen:

  • deel I: Schrift – Maaltijd – Gebed (Dienstboek – een proeve, 1998)
  • deel II: Leven – Zegen – Gemeenschap (Dienstboek - een proeve, 2004).

De synode gaf deze dienstboeken vrij voor beproeving. In 2014 wil zij een besluit nemen over het in gebruik nemen. Tot die tijd wordt ermee geëxperimenteerd en kan erover gediscussieerd worden.

Het beproeven kan op diverse manieren:

  • gebruik de orden en teksten die het Dienstboek aanreikt;
  • bewerk liturgische elementen en/of teksten uit het Dienstboek voor gebruik in de eigen situatie (vergelijk Dienstboek, deel I, blz. 851);
  • gebruik materiaal uit het Dienstboek als model voor eigen teksten.

Het gaat om een creatieve omgang met het aangeboden materiaal. Daadwerkelijke beproeving bevordert de eenheid en de herkenbaarheid van onze gemeenten (vergelijk Dienstboek, deel I, blz. V).

Bevindingen
Kerkenraden kunnen hun ervaringen delen op de regionale vergadering van hun kerk (classisvergadering).
Er komt geen speciale handreiking voor de beproeving van Dienstboek II. Wel kan de Werkgroep Eredienst zorgen dat een redactielid van Dienstboek II bij de bespreking op een classisvergadering aanwezig is. U kunt zich daarvoor aanmelden via Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Aanvullingen vanuit de Commissie Gereformeerde Liturgie

Eind augustus 2009 verscheen ‘Aanvullingen op het Dienstboek van de commissie gereformeerde liturgie’, een uitgave van de Werkgroep Eredienst van de Protestantse Kerk in Nederland. De uitgave is ook digitaal beschikbaar op de site www.dienstboek.nl. Daarnaast is kosteloos een papieren versie beschikbaar, te bestellen via Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. (max. vijf exemplaren per bestelling).

Toelichting

Na de verschijning van de beide delen van het Dienstboek heeft de Werkgroep Eredienst van de Protestantse Kerk in Nederland zich mede op grond van reacties afgevraagd welke groepen in de Kerk zich niet of onvoldoende in het nieuwe Dienstboek herkennen.

De Werkgroep heeft vervolgens contact gezocht met onder meer de hoofdbesturen van de Confessionele Vereniging en het Confessioneel Gereformeerd Beraad. Na overleg met deze besturen heeft de Werkgroep Eredienst besloten liturgisch materiaal te ontwikkelen voor de Protestantse Kerk in Nederland, waarin de verbondenheid met het gereformeerde confessionele erfgoed tot uiting komt. Met gereformeerd is hier bedoeld: gereformeerd in de brede zin, in lijn met de gereformeerde belijdenisgeschriften. Liturgisch diende het uitgangspunt te liggen in de beide delen van het Dienstboek. Van daaruit zou gekeken moeten worden wat wijziging, aanvulling of vernieuwing behoeft met het oog op de taak.

Voor de uitvoering van de taak heeft de Werkgroep Eredienst een commissie gereformeerde liturgie ingesteld. Hierin werden benoemd ds. C. Baggerman te Yerseke, ds. H.M. Jansen te Leeuwarden en ds. H.J. van der Wilt te Silvolde vanuit de Confessionele Vereniging; ds. R.H. Boiten te Dieren, ds. H.J. Paas te Zuilichem en ds. A.W.W. de Ruiter te Genderen vanuit het Confessioneel Gereformeerd Beraad; ds. K.W. de Jong te Alphen aan den Rijn-Oudshoorn/Ridderveld (voorzitter) en ds. Tj. Wever te Rutten (secretaris) vanuit de Werkgroep Eredienst.

In de nu verschenen ‘Aanvullingen’ is een orde voor de bediening van de doop van kinderen opgenomen, alsmede een orde voor de zondagmorgendienst. Het ligt in de bedoeling dat in de komende jaren ook voor andere onderdelen van de eredienst materiaal ontwikkeld zal worden. 

Een handreiking van de Commissie Gereformeerde Liturgie

Met instemming wordt gememoreerd dat de eerste proeve ( doop en zondagmorgendienst ) met dankbaarheid aanvaard is en de wens wordt uitgesproken dat de nu aangepast liturgie in veel confessionele gemeenten gebruikt gaat worden. Er is een vervolgopdracht gekomen; avondmaal en belijdenis staan nu op de rol.

Egbert Knoeff, in zijn verslag van de gezamenlijke vergadering van de hoofdbesturen Confessionele Vereniging en Confessioneel Gereformeerd Beraad.

  

Dr. K.W. de Jong typeert het resultaat: Met een 'gereformeerd' gehalte

Dr. Klaas-Willem de Jong is vanaf zondag 7 juni 2009 predikant van de Protestantse gemeente Vleuten-De Meern-Leidscherijn-Oost. 'Mijn wijkgemeente is de Protestantse wijkgemeente Leidsche Rijn-Oost. Alle kerkdiensten worden gehouden in Herberg de Hoef', schrijft hij op zijn website www.kwdejong.info 

De Jong is voorzitter van de commissie gereformeerde liturgie. Als lid van de Werkgroep Eredienst is hijzelf sterk inhoudelijk betrokken bij de nu tot stand gekomen aanvulling.

In het blad Confessioneel  (22 okt.'09) vertelt hij over het werk van de commissie. Vaste liturgische formules aanpassen aan de Nieuwe Bijbelvertaling: winnen of verliezen we daarmee iets? Hanteren we de verootmoediging en genadeverkondiging als verschillende onderdelen in de liturgie, of 'doen we gewoon de Wet' voor de schuldbelijdenis en klinkt de genade vervolgens in de verkondiging door? Wat is eigenlijk de plaats van de Wet in onze dienst? Gebruiken we de Tien Woorden of een variant ervan ook als regel van de dankbaarheid? 

De Jong is enthousiast over de broedkamer. van de commissie. Ze zijn nog lang niet klaar. Hij verklapt: 'Over twee jaar hoopt de commissie meer materiaal aan te bieden, bijvoorbeeld voor de viering van het Heilig Avondmaal'.

De 'Aanvullingen' hebben niet het laatste woord. 'Ik hoop dat ze ook aanleiding zullen geven tot een goed gesprek over de eredienst. We zijn benieuwd naar uw reactie!'

 

Aanvullingen op het Dienstboek van de commissie gereformeerde liturgie

Download hier het gehele document.

Aanbiedingsbrief

Alphen aan den Rijn, 16 maart 2009  

Aan: de Werkgroep Eredienst, de besturen van, de Confessionele Vereniging, en het Gereformeerd Confessioneel Beraad. 
Betreft: aanvullingen op het Dienstboek. 

Geachte leden van werkgroep en besturen, 

Hierbij biedt de commissie gereformeerde liturgie het resultaat aan van haar werkzaamheden, zoals haar die na overleg met uw besturen door de Werkgroep Eredienst zijn opgedragen. 

De leden van de commissie hebben in het afgelopen jaar met veel plezier aan de opdracht gewerkt. Soms is er stevig gediscussieerd, bleken oude scheidslijnen nog steeds te bestaan. Dit was met name bij de orde voor de doop het geval. Uiteindelijk zijn de verschillen overwonnen. Alle leden van de commissie kunnen dan ook van harte instemmen met het resultaat. Zij hopen dat de voorstellen ook uw instemming kunnen wegdragen.

Ten aanzien van de publiciteit gaan wij ervan uit dat de regie daarvan in handen ligt van de Werkgroep Eredienst. Een concept persbericht zoals dat na de verhoopte goedkeuring door de Werkgroep op 27 mei verspreid kant worden, gaat hierbij. 

De werkzaamheden van de commissie waren bedoeld als proef. De commissie hoopt dat u zult besluiten verder te gaan, zoals ook in het oorspronkelijke plan was voorzien. De commissie denkt daarbij aan liturgisch materiaal voor de viering van het Heilig Avondmaal, voor de openbare geloofsbelijdenis (in combinatie met volwassenendoop), inzegening van een huwelijk, bevestiging van ambtsdragers, alsmede voor de inrichting van de tweede dienst.

De commissie wil bij u aanbevelen dat de commissie bij een vervolgopdracht dezelfde samenstelling heeft. De leden zijn goed op elkaar ingespeeld geraakt. De eerlijkheid gebiedt daarbij wel te melden dat voor enkele leden nog niet duidelijk is of zij in de gelegenheid zijn te blijven deelnemen.

De commissie verwacht dat voor een vervolgopdracht in voornoemde zin ongeveer twee jaar nodig zal zijn. Praktisch betekent dat, dat er gestreefd wordt de voorstellen in juni 2011 te presenteren. De commissie neemt aan dat daarbij dezelfde procedure gehanteerd kan worden als bij de nu voorliggende voorstellen. De besturen van de Confessionele Vereniging en het Confessioneel Gereformeerd Beraad adviseren. De eindverantwoordelijkheid voor het project ligt bij de Werkgroep Eredienst.  

De commissie is dankbaar voor en blij met het werk dat ze heeft mogen doen. Ze hoopt dat haar werk de eredienst zal verrijken.  

Met vriendelijke groet,  

K.W. de Jong,

voorzitter commissie gereformeerde liturgie. 

 

Bijlage hieronder: Opdracht en taak d.d. 31 december 2007 

Ondergetekenden, daartoe aangewezen door de hoofdbesturen van het Confessioneel Gereformeerd Beraad (CGB) en de Confessionele Vereniging (CV), en de Werkgroep Eredienst (WE), doen het volgende voorstel voor de instelling en werkwijze van een commissie gereformeerde liturgie. 

Verantwoordelijkheid

  1. De commissie werkt onder eindverantwoordelijkheid van de WE.

Samenstelling

  1. De commissie bestaat vooralsnog uit acht leden: zes worden aangewezen door de hoofdbesturen van CGB en CV (elk drie), en twee door de WE. Eventueel kan de WE het aantal leden uitbreiden tot drie. De leden van de commissie onderhouden geregeld contact met hun respectievelijke achterban.

Taak en kader

  1. De commissie heeft de volgende taak. De commissie ontwikkelt voor de PKN liturgisch materiaal waarin de verbondenheid met het gereformeerde confessionele erfgoed tot uiting komt. Zij kan hiervoor zowel bestaand materiaal gebruiken en bewerken, als nieuw materiaal ontwikkelen.
  2. Bij de taakstelling worden twee kanttekeningen gemaakt. a) Het woord gereformeerd is bewust met een kleine letter geschreven: het gaat niet om Gereformeerd als georiënteerd op de voormalige GKN, maar om gereformeerd in de brede zin van het woord. b) De commissie dient zich er bewust van te zijn dat veel gemeenten die het materiaal zullen gebruiken ook beïnvloed worden door de evangelische beweging.
  3. De commissie zoekt haar aanknopingspunt in de beide delen van het Dienstboek. Vandaar uit wordt gekeken wat wijziging, aanvulling of vernieuwing behoeft met het oog op de taakstelling. Op deze wijze wordt onderstreept dat de commissie werkzaam is voor heel de kerk, en wordt voorkomen dat een zelfstandige liturgische lijn ontstaat.
Fasering
  1. Het werk van de commissie kan worden ingedeeld in twee fasen. De eerste fase draagt het karakter van een proef. De commissie ontwikkelt een of meer orden voor de zondagmorgendienst én een orde voor de bediening van de (kinder)doop. De commissie streeft er naar dat deze voorstellen op 1 juli 2009 ter beschikking van de kerk staan. Dit zal in ieder geval gebeuren via de website www.dienstboek.nl. De mogelijkheid van een eenvoudige papieren uitgave zal nader onderzocht moeten worden.
  2. Over de tweede fase dient te zijner tijd bij de afronding van de eerste fase definitieve besluitvorming plaats te vinden. Op dit moment wordt gedacht aan de ontwikkeling van een soort van katern, waarin materiaal is opgenomen voor verschillende orden van dienst (morgen/avond), doop, avondmaal, huwelijk, bevestiging van ambtsdragers en mogelijk ook ziekenzalving. Naast het oude/bewerkte/nieuwe materiaal zelf zullen ook verwijzingen naar bestaande bronnen, met name het Dienstboek, worden opgenomen. In de tweede fase wordt ernaar gestreefd een proeve te produceren voor 1 januari 2012.
  3. De commissie organiseert haar eigen werkzaamheden. Zij kan voor bepaalde specifieke werkzaamheden deskundige derden raadplegen, tijdelijke subgroepen instellen, enzovoort.

Kosten

  1. Als eindverantwoordelijke faciliteert de WE de werkzaamheden van de commissie voor wat betreft reis- en vergaderkosten.

Namens het CGB:

ds. R.H. Boiten, Dieren;

ds. A.W.W. de Ruiter, Genderen

[later toegevoegd: H.J. Paas te Zuilichem]. 

Namens de CV:

ds. C. Baggerman, Geesteren;

ds. H.M. Jansen, Leeuwarden

[later toegevoegd: H.J. van der Wilt, Silvolde]. 

Namens de WE:

ds. Tj. Wever, Rutten;

ds. K.W. de Jong, Alphen aan den Rijn.  

Alphen aan den Rijn, 31 december 2007

 

Doop van kinderen – Orde III

(Commissie Gereformeerde Liturgie, zomer 2009)

Presentatie

De voorganger leidt de doopbediening kort met eigen woorden in. Hij noemt daarbij de namen van de doopouders en de dopeling(en).

Onderwijzing

Jezus Christus heeft gesproken: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

In de heilige doop verbindt God zijn Naam met onze naam. Wij allen delen in zonde, schuld en oordeel en wij kunnen alleen in Gods rijk komen als wij opnieuw geboren worden uit water en Geest.

Als wij gedoopt worden in de naam van de Vader, geeft God ons het teken en zegel van het verbond van zijn genade. Wij mogen zijn kinderen zijn en erfgenamen van zijn belofte. Zo wil Hij altijd voor ons zorgen.

Als wij gedoopt worden in de naam van de Zoon, verzekert Hij ons van de afwassing van al onze zonden door zijn bloed. Wij zijn met Christus gestorven en begraven. Zoals Hij uit de dood is opgewekt, zo zullen wij leven met Hem.

Als wij gedoopt worden in de naam van de heilige Geest, belooft de heilige Geest dat Hij bij ons wil wonen en dat Hij dagelijks ons leven wil vernieuwen.

In het verbond worden wij van onze kant opgeroepen om God te gehoorzamen, te vertrouwen en lief te hebben, voor altijd. We hoeven aan Gods genade niet te twijfelen want zijn verbond is een eeuwig verbond en zijn goedheid duurt in eeuwigheid.

In deze geweldige belofte mogen ook onze kinderen delen, al begrijpen zij nu nog niet wat er met hen gebeurt. Ook de kinderen horen immers bij het verbond. Zo sprak de HERE God al tot Abraham: ‘Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen’.

Nu bent u als ouders geroepen om uw kinderen vertrouwd te maken met het geloof en hen bij de Heer te brengen.

Jezus sprak zelf: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.

Doopgebed
Barmhartige God en Vader, Gij hebt door de verwoestende wateren van de zondvloed heen Noach en de zijnen gered.
Gij hebt door de wateren van de Rode Zee heen uw volk Israël verlost.
Gij geeft ons en onze kinderen als erfgenamen van Uw verbond deel aan uw Rijk, door het water van de doop heen.
Wij bidden U, pleitend op uw grondeloze barmhartigheid,
wil deze kinderen, (N.N.),
door de Heilige Geest in uw Zoon Jezus Christus inlijven, opdat zij met Hem in zijn dood begraven worden en met Hem mogen opstaan tot een nieuw leven; geef hen waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde,
opdat zij U vertrouwen, hun kruis opgewekt dragen, eens op de dag van het oordeel zich getroost het eigendom van Christus mogen weten en in uw heerlijkheid zullen worden opgenomen.
U zij de lof, tot in eeuwigheid.
Amen.
Belijdenis en geloften

De Apostolische Geloofsbelijdenis wordt voorgelezen, samen gezegd of gezongen:

Ik geloof in God de Vader, de Almachtige,

Schepper des hemels en der aarde.

En in Jezus Christus,

zijn eniggeboren Zoon, onze Heer,

die ontvangen is van de heilige Geest,

geboren uit de maagd Maria,

die geleden heeft onder Pontius Pilatus,

is gekruisigd, gestorven en begraven,

nedergedaald ter helle,

ten derde dage wederom opgestaan van de doden,

opgevaren ten hemel,
zittende ter rechterhand Gods,
des almachtigen Vaders;

vanwaar Hij komen zal om te oordelen

de levenden en de doden.
Ik geloof in de heilige Geest.

Ik geloof een heilige, algemene, christelijke Kerk,

de gemeenschap der heiligen;
vergeving der zonden;
wederopstanding des vleses;
en een eeuwig leven. Amen.
Vragen voor de doopouders:

Nu u in dit geloof uw kinderen laat dopen, vraag ik u:

Gelooft u dat het evangelie van Gods genade in Jezus Christus, zoals dat in Gods Woord bekend is gemaakt en door de kerk in haar belijdenis is samengevat, het enige fundament van onze redding is?

Belijdt u dat deze kinderen, hoewel zij met ons delen in zonde, schuld en oordeel, in Christus geheiligd zijn, deel hebben aan Gods verbond en dat zij daarom behoren gedoopt te zijn?

Belooft u, ieder met de gaven die God u heeft gegeven, deze kinderen voor te gaan op de weg van de Heer opdat zij hun doop leren verstaan en zich verbonden zullen weten aan de gemeente van Christus?

N.N. (namen doopouders), wat is daarop uw antwoord?

Ja.
Doop

N, ik doop je

in de naam van de Vader
en de Zoon
en de heilige Geest.
Verwelkoming
Vraag voor de gemeente:
Gemeente,
wilt u deze kinderen, (N.N.),
die gedoopt zijn,
dragen in uw gebeden,
opnemen in uw midden
en naar uw vermogen
helpen groeien in geloof

en voorgaan in het volgen van Jezus Christus?

Ja.
Loflied
Loflied
Dankgebed (facultatief):
Wij danken U, hemelse Vader,
dat U ons en onze kinderen
van al onze zonden reinigt,

door het bloed van uw Zoon, Jezus Christus.

Wij danken U,

dat U ons als uw kinderen aanneemt

door uw heilige Geest.
Wij danken U,
dat U dit met de heilige Doop
aan ons bevestigt.

Maak door de werking van uw Woord en Geest

de ouders trouw aan U
in het opvoeden van hun kinderen.
Geef ons als gemeente
samen met de ouders
het verlangen en de daadkracht
om deze kinderen voor te gaan
in het volgen van Jezus Christus.

Wij bidden U dat onze kinderen in hun leven

de goede strijd van het geloof zullen strijden

om tot in eeuwigheid
U met heel uw kerk
te loven en te prijzen.
Amen.

Dit gebed kan, al naar gelang de plaats van de doopbediening in de dienst, overgaan in een gebed om de opening van de Schrift, of verbonden worden met dankgebed en voorbeden.


Toelichting

Deze orde voor de bediening van doop aan kleine kinderen sluit aan bij de orde zoals die is vastgelegd in Dienstboek (DB) II, p. 61, meer in het bijzonder p. 104-110. In het Dienstboek wordt onderscheid gemaakt tussen twee orden, I en II, waarin met name de plaats en de inhoud van de vragen verschillen. Deze orde verschilt in meer opzichten substantieel van deze beide en heeft daarom de aanduiding III gekregen. Zij bevat achtereenvolgens de onderdelen presentatie, onderwijzing, doopgebed, belijdenis, geloften, doop, verwelkoming en loflied.

Voor overwegingen ten aanzien van de plaats van de doopbediening in de kerkdienst kan men terecht in DB II, p. 59-60.

Voor een toelichting op de onderdelen van de orde zij in de eerste plaats verwezen naar DB II, p. 63-70. Hieronder zijn slechts de wezenlijke afwijkingen en aanvullingen opgenomen.

In de verschillende teksten is er vanuit gegaan dat er meer kinderen gedoopt worden. Als er één dopeling is, past de voorganger de bewoordingen uiteraard aan. Dat geldt ook voor situaties waarin er slechts één doopouder is.

Waar citaten uit de Bijbel zijn overgenomen, is gebruik gemaakt van de Nieuwe Bijbel Vertaling.

Behoudens het loflied aan het slot, zijn in de orde geen liederen opgenomen. De voorganger kan er echter voor kiezen op bepaalde plaatsen een passend lied in te voegen. Zie DB II, p. 172.

Presentatie

Anders dan in de Orden I en II begint Orde III met de eigenlijke presentatie. De voorganger leidt de doopbediening kort met eigen woorden in. Hij noemt daarbij de namen van de doopouders en de dopeling(en). Deze woorden gaan in Orde III aan de onderwijzing vooraf, omdat daarin de doopouders meer dan eens direct worden aangesproken. Dat vooronderstelt dat zij eerder in de dienst genoemd zijn. Voor concrete bewoordingen, zie DB II, p. 104-105.

Onderwijzing

De onderwijzing is een grondige bewerking van dooporde II uit het Dienstboek voor de Nederlandse Hervormde Kerk in ontwerp (1955), p. 50-52. Tevens zijn elementen terug te vinden uit dooporde II in het Gereformeerde Kerkboek (1969).

Naast de hier gepresenteerde onderwijzing past de onderwijzing uit DB II, p. 163-164 (De belofte van het verbond) goed in het taalveld van de orde. Dat geldt ook voor de onderwijzing op p. 164 (Gedoopt in de naam van de drie-enige God), alsmede voor de hertaling van het klassieke doopformulier, te vinden in DB II, p. 111-112. Daarnaast zou desgewenst gevarieerd kunnen worden met de teksten die te vinden zijn in DB II, p. 104 (Algemeen), en 165-166 (Gezegend in de Naam van de Heer), al dan niet met gebruikmaking van de daar voorgestelde responsies.

Doopgebed

Als basis voor het doopgebed is gebruik gemaakt van het doopgebed zoals dat te vinden is in het Dienstboek (1955), p. 66. Dit gebed vertoont duidelijk trekken van het klassieke zondvloedgebed. Er is bewust voor gekozen het kort te houden. Desgewenst kunnen bij ‘N.N.’ de namen van de dopelingen worden ingevoegd.

Wie op deze plaats gebruik wil maken van de uitgebreidere klassieke versie van het zondvloedgebed, vindt dat in hertaalde vorm in DB II, p. 112-113, alsmede in een bewerkte vorm in DB II, p. 166-167 (Een heilzame zondvloed).

Andere varianten op het doopgebed zijn te vinden in DB II, p. 167-168 (Een overvloed van heil), p. 169 (Uit het water van nood en dood), p. 170 (De duif van de Jordaan).

Belijdenis en geloften

Het Apostolicum is een wezenlijk onderdeel van de orde. De volgorde van de vragen sluit op het Apostolicum aan. In de eerste vraag wordt ingegaan op het geloof van de ouders. In de tweede komt de doop van het kind aan de orde, terwijl in de derde gevraagd wordt naar de opvoeding. Gepoogd is de kern van de vragen in het klassiek gereformeerde doopformulier opnieuw onder woorden te brengen. Eventueel zouden ook de klassieke vragen gesteld kunnen worden, bij voorkeur in een volgorde die aansluit bij het gebruik van het Apostolicum (zie voor de vragen DB II, p. 113).

Het Dienstboek (1955), p. 53, 3e kolom, biedt nog een andere mogelijkheid. De voorganger leest de Apostolische Geloofsbelijdenis en vraagt vervolgens: Geliefden in Jezus Christus, ik vraag u, of u uw kind in dit geloof wilt laten dopen, en zo wilt opvoeden dat het zijn doop leert verstaan?

Doop

Voor de doopformule, zie DB II, p. 110. Voor andere handelingen, zoals handoplegging of het aanbieden van een doopkaars, zie eveneens daar.

Verwelkoming

De tekst bij de verwelkoming is opgenomen als vraag, waarop de gemeente antwoordt. Wie er de voorkeur aan geeft het bij een oproep aan de gemeente te houden, kan de tekst eenvoudig aanpassen, door van ‘wilt’ ‘wil’ te maken.

Desgewenst kunnen bij de vraag aan de gemeente bij ‘N.N.’ de namen van de dopelingen worden genoemd.

Loflied

De doop wordt besloten met een loflied. Voor suggesties, zie DB II, p. 172-175.

Het dankgebed is facultatief. De tekst is geïnspireerd door het dankgebed in het klassiek gereformeerde doopformulier.

 

Orde voor de zondagmorgendienst – Orde II

(Commissie Gereformeerde Liturgie, zomer 2009)

De tekst links is die van de klassieke liturgische formules. De ingesprongen tekst volgt de Nieuwe Bijbel Vertaling.

INTREDE

Welkom en mededelingen

Psalm

Stil gebed

Bemoediging

Onze hulp is in de naam van de HEER            

die hemel en aarde gemaakt heeft,                  
die trouw houdt tot in eeuwigheid                    
en niet laat varen de werken van zijn handen.  

            Onze hulp is de naam van de HEER

            die hemel en aarde gemaakt heeft,

die trouw is tot in eeuwigheid

en het werk van zijn handen niet loslaat.

Groet
Genade zij u en vrede                                     
van God, onze Vader,                                    
en van Jezus Christus, de Heer,                                  
en van de Heilige Geest.                                 
Amen.                                                            
           

            Genade zij u en vrede

van God, onze Vader,
en van de Heer Jezus Christus
en van de Heilige Geest.
Amen.
of:
Genade, barmhartigheid en vrede                    
zij u van God, de Vader,                                
en van Jezus Christus, onze Heer.                   
Amen. 
                                                          

Genade, barmhartigheid en vrede zullen bij u zijn

van God, de Vader en van Jezus Christus, onze Heer.

Amen.
of:
Genade zij u en vrede
van Hem, die is en die was en die komt,
en van de zeven geesten die voor zijn troon zijn,
en van Jezus Christus, de getrouwe getuige,
de eerstgeboren der doden
en de overste van de koningen der aarde.
Amen.

            Genade zij u en vrede

            van hem die is en die was en die komt,

            en van de zeven geesten voor zijn troon,

            en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige,

            de eerstgeborene van de doden,

            de heerser over de vorsten van de aarde.

            Amen.

Lied of Klein Gloria

Verootmoediging
(Lied)
(Genadeverkondiging
Schriftgedeelte
of:

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen,

onze zonden vergeven

en ons geleiden tot het eeuwige leven.)

(Lied)

Lezing van de Wet

Lied
DE HEILIGE SCHRIFT

Gebed om verlichting met de Heilige Geest

Schriftlezing(en) al dan niet afgewisseld door liederen

Prediking

Lied

GEBEDEN EN GAVEN
Dankzegging
Voorbede
(Stil gebed)
(Onze Vader:
Onze Vader, die in de hemelen zijt,
uw Naam worde geheiligd
uw Koninkrijk kome;                          
uw wil geschiede,                    
gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.                     
Geef ons heden ons dagelijks brood;              
en vergeef ons onze schulden,             
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk
en de kracht
en de heerlijkheid
in eeuwigheid. Amen.
Onze Vader in de hemel,

            laat uw naam geheiligd worden,

            laat uw koninkrijk komen

            en uw wil gedaan worden

            op aarde zoals in de hemel.

            Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.

            Vergeef ons onze schulden

zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.

            En breng ons niet in beproeving,

            maar red ons uit de greep van het kwaad.

            Want aan U behoort het koningschap,

            de macht en de majesteit

            tot in eeuwigheid. Amen.)

Inzameling van de gaven

ZENDING EN ZEGEN
Slotlied
Zegen

Gaat heen in vrede en ontvangt de zegen van de Heer

De HEER zegene u en Hij behoede u.             

De HEER doe zijn aangezicht over u lichten                

en zij u genadig.                                                         
De HEER verheffe zijn aangezicht over u                    
en geve u vrede.                                                         
Amen.

Moge de HEER u zegenen en u beschermen,

moge de HEER het licht van zijn gelaat

over u doen schijnen en u genadig zijn,

moge de HEER u zijn gelaat toewenden

en u vrede geven.
Amen.
of:
De genade van onze Heer Jezus Christus                    
en de liefde van God                                                  
en de gemeenschap van de Heilige Geest                    
zij met u allen.                                                            
Amen. 

            De genade van de Heer Jezus Christus

            de liefde van God,

            en de eenheid met de heilige Geest

            zij met u allen.

            Amen.
of:
Zegene u de almachtige en barmhartige God,
Vader, Zoon en Heilige Geest.
Amen.
of:
De vrede van God                                                     
die alle verstand te boven gaat,                                   
zal uw harten en gedachten bewaren                           
in Christus Jezus, onze Heer.                                      
Amen. 

De vrede van God

die alle verstand te boven gaat,
zal uw hart en gedachten
in Christus Jezus bewaren.
Amen.


TOELICHTING

De orde van de dienst op de zondagmorgen is gebaseerd op Orde II, Intrede B, zoals die is vastgelegd in Dienstboek (DB) I, p. 188 e.v.. De vaste elementen worden gevolgd: intrede, de Heilige Schrift, gebeden en gaven, zending en zegen.

Intrede

De gemeente nadert voor het aangezicht van de Heer. Bemoediging en apostolische groet worden door de voorganger uitgesproken. Voor de groet zijn enkele varianten aangegeven.

Dan wordt het spoor gevolgd van Verootmoediging (zie ook DB I, p. 771, Gebeden nrs. 22-38) en Lezing van de Wet.

De verootmoediging wordt gevolgd door een aparte genadeverkondiging, maar dit is niet noodzakelijk: de verkondiging van Gods genade heeft een duidelijke plaats in de prediking.

Als gekozen wordt voor een genadeverkondiging, dan zijn mogelijke Schriftgedeelten hierbij: Psalm 103: 8-13; Jesaja 1: 18; Jesaja 40: 1, 2; Jesaja 53: 4, 5; Jesaja 54: 7, 8; Micha 7: 18, 19; Johannes 3: 16; Johannes 3: 36; Handelingen 2: 38; Romeinen 8: 34; 2 Korintiërs 5: 17, 18; 2 Korintiërs 5: 21; 1 Timoteüs 1: 15; 1 Johannes 4: 9.

In plaats van de voorgestelde tekst of deze Schriftgedeelten kan de voorkeur ook uitgaan naar deze declaratieve vorm: ‘Als dienaren van Jezus Christus verkondigen wij aan een ieder, die ziende op het kruis schuld beleden heeft voor God, de vergeving der zonden’ (Dienstboek voor de Nederlandse Hervormde Kerk in ontwerp (1955), p. 28).

De Lezing van de Wet staat in het kader van de dankbaarheid voor Gods genadige toewending. Mogelijke Schriftgedeelten hierbij zijn: Exodus 20: 1-17; Leviticus 19: 2-4, 11-18; Deuteronomium 5: 6-21; Deuteronomium 6: 4-7; Deuteronomium 30: 11-20; Matteüs 22: 37-40; Marcus 12: 29-31; Johannes 13: 34, 35; Romeinen 6: 11-14; Romeinen 12: 9-21; Romeinen 13: 8-10; Galaten 5: 13-22; Kolossenzen 3: 12-15; 1 Petrus 4: 7-11. Zie ook DB I, p. 189-190 en p. 840-841.

De Heilige Schrift

In het gebed om de Heilige Geest wordt God gebeden om een open hart en om de verlichting van ons verstand door de Heilige Geest, opdat ieder Gods Woord mag horen en doen. Zie ook DB I, p. 871-872.

De Schriftlezingen worden al dan niet afgewisseld door liederen.

Dan volgt de prediking.

Na de prediking wordt een lied gezongen. In gemeenten waar geen tweede dienst wordt gehouden, kan hier de Geloofsbelijdenis een plaats krijgen.

Gebeden en gaven

De gebeden beginnen met een dankzegging. Daarna volgt de voorbede. Er kan gelegenheid worden gegeven voor persoonlijk stil gebed en de gebeden kunnen worden besloten met het (gezamenlijk) bidden van het Onze Vader.

Hierna volgt de inzameling van de gaven.

Zie voor een verdere toelichting DB I, p. 876-882.

Zending en zegen

Voorafgaand aan de zegen wordt het slotlied gezongen.

Voor de zegen worden verschillende teksten aangegeven, zie ook DB I, p. 196-197. Het ‘Amen’ na de zegen kan eventueel door de gemeente gezongen worden. Een melodie is te vinden in DB I, p. 196.

Â