| Orthodoxie in een moderne wereld |
|
Dr. A.J. (Arjan) Plaisier, secretaris-generaal van de Protestantse Kerk, was de spreker op de middag van de confessionele voorjaarsvergadering 2009 in Nijkerk. Op indringende wijze schetste Plaisier het hedendaagse levensgevoel. Een knappe toespraak, waarin hij de betekenis van de orthodoxie uiteen zette. Plaisiers gedachten geven voedsel voor mensen die zoeken naar de zin van het bestaan en uitkomen bij God. ORTHODOXIE EN DE (POST)MODERNE SAMENLEVING1. Moderne tijd
Sven belandt in Stockholm, waar hij een dochter van een rijke man en architect, een zekere Carin Thiel zwanger maakt. Om een schandaal te vermijden trouwt hij met haar (tegen de zin van Carin zelf) en krijgt van zijn schoonvader een toelage. Het is vreselijke episode in zijn leven en hij is eigenlijk alleen maar bang dat in deze wereld van rijken en luxe er iemand dwars door hem heenkijkt en ziet dat hij niets is. Een ui. Als zijn vrouw Carin bevalt gaat er van alles mis. Het kind moet in stukken worden gedeeld om het leven van de vrouw te sparen. Als hij haar twee dagen later ontmoet ontspint zich de volgende dialoog: ‘Waar denk je aan’, had ze gevraagd. ‘Aan niets’, had hij gezegd, zonder zich om te draaien. ‘Jawel, je weet waar je aan denkt. En ik weet het. Aan die vervloeking.’ Stilte.‘Dat is puur bijgeloof’, had hij gezegd. ‘Waanzin. Die moeten we ver van ons houden. Bijgeloof.’ ‘Dat kan ik niet’, had ze gezegd. ‘Bijgeloof. We zijn toch moderne mensen. We leven in een moderne tijd.’‘Doen we dat? Had ze toen gefluisterd. Doen we dat?’
Wat is dat moderne bestaan? Dat is er één waarin mensen zich niet bekommeren om een vervloeking. Daar ben je tegen gevrijwaard. Want een vervloeking suggereert dat er machten zijn, geestelijke machten, positief of negatief, die zomaar kunnen ingrijpen in je bestaan. Daarmee wordt het roer je uit handen geslagen. Moderne mensen zijn mensen die hun leven zelf ter hand nemen. Daar kan een liaison deel van uitmaken. Misschien is dat niet helemaal in de haak, maar zolang twee mensen daar elkaar een plezier mee doen, zonder anderen te schaden, is daar misschien niet zoveel mis mee. Eventueel kan daar ook een abortus bij horen. Het kind is niet gewenst, het komt niet uit dat het komt, tenminste, dat van de man, de vrouw denkt daar anders over. De man denkt functioneel en weet dat zo’n ingreep te regelen valt voor ‘maar tweehonderd kronen’. Als later zijn vrouw moet bevallen in een ziekenhuis, zal dat wel goed gaan, want ze hebben daar ‘de beste medische apparatuur’. Maar Margot wil geen abortus en als ze er toe wordt gedwongen, en als Sven geen medeleven toon, maar op dezelfde dag een prostituee bezoekt, komt er uit de diepte van haar ziel een vervloeking. En ondanks de beste medische apparatuur moet het kind in stukken worden gedeeld. Door het pantser van het moderne leven breekt een vervloeking en breekt de dood. We leven in een moderne tijd. ‘Doen we dat?' had ze toen gefluisterd, 'doen we dat?’ 2. De afgegrensde wereld van de moderniteit
De vraag is dan wel waar de moraal ten diepste in verankerd is. Ik selecteerde deze passage om de problematiek van het modernisme, en daarmee ook van het postmodernisme, voorzover dat de voortzetting is van de moderniteit met andere middelen, wat nader te bezien. Wat is moderniteit? Wat is een modern mens? Modern wil zeggen dat je niet onderworpen bent aan een vreemde autoriteit, aan invloeden van buiten deze wereld, waar je een speelbal van bent. Modern wil in een bepaald opzicht zelfs zeggen: leven in een gesloten wereld, een immanente wereld, een wereld van ‘hier beneden’. Er is een aantal vaders van de moderniteit. Zo’n vader is Descartes, die zich probeerde zekerheid te verschaffen, door alle invloeden uit te bannen op zijn denkvermogen en een nieuw begin te vinden in het ‘ik denk’. Door je los te maken van de zinsbegoocheling van je zintuigen, maar ook van de traditie, kom je tot een absoluut begin in het ‘ik denk, dus ik ben’. Zo’n vader is Kant, die mensen aanmoedigde zelf te denken en zich los te maken van bindingen die men zelf was aangegaan of had toegelaten. Durf te denken vanuit je eigen inzicht en je eigen kracht. Modern wil zeggen dat het leven maar niet zo op zijn kop gezet kan worden door een god of een demon. Het is een leven, waarin je je losmaakt uit verbanden van traditie, hogere machten. Het is een leven waarin de mens acteur is, die vertrekt vanuit zijn afgeschermde ‘ik’ en vandaar uit zich een wereld schept. Die ‘ik’ kan ook een collectief zijn. De maatschappij is dan een menselijke constructie, waarin je besluit om tot wederzijds voordeel een contract met elkaar aan te gaan, en daartoe ook een overheid in het leven te roepen, die ervoor is dit algemene belang te dienen. Het project van de moderniteit is fascinerend geweest, maar heeft wel in toenemende mate geresulteerd in een gesloten horizon. Ik zal de ontwikkeling van de moderniteit niet weergeven. Het is kort gezegd het verhaal van de mens die een beschaving heeft voortgebracht, die je wel uniek kan noemen, als je naar de resultaten kijkt. Door de toenemende technische vaardigheden bleek deze wereld als aangenaam verblijf in te richten. De openheid van deze wereld naar God was daarmee niet principieel van de baan, maar voor velen verdween de hemel uit het zicht. 3. Het probleem van de moderniteitHet grote probleem dat zich daarmee echter voordeed, was die van de zin van alles. Dat komt van twee kanten op. In de eerste plaats: de mens is wel een soort halfgod in zijn denken, hij is in staat de wereld zo ongeveer uit zijn voegen te lichten, maar datzelfde denken sluit de mens tegelijk op in een gesloten wereld. Hij is onderdeel van de keten van het leven, waar geen hogere zin in zit, die hooguit wordt voortgestuwd door een op zich blinde evolutie. De mens zit in een wereld, waar -om met Achterberg te spreken- geen klinknagel aan ontbreekt. In een ijzeren kooi. Er zit geen deur in deze kooi. Misschien is er zelfs wel niet zoiets als een ‘geest’ of ‘ziel’ en is er geen echte vrijheid, want alles is gedetermineerd. Het kan zijn dat dit niet als een probleem wordt gezien. Waar het hier beneden wel is, en een materieel prettig leven geleefd kan worden, vallen veel vragen weg. Je kan ook zeggen: al die vragen naar hogere zin, naar God, naar een hogere wereld, leiden maar af. Laten we onze energie er op richten het hier voor zoveel mogelijk mensen menselijk te maken. Dat is de concrete opdracht. Menselijk wil zeggen: zoveel mogelijk gevrijwaard van ziekte, ellende en narigheid, zoveel mogelijk vrij, zoveel mogelijk in staat zelf keuzes te maken om jezelf te ontplooien. Wat wil je meer? Maar dan ontstaat de ademnood aan de andere kant, Is deze wereld niet plat? Is dit alles? Kan de menselijke dorst naar de eeuwigheid hierin bevrediging vinden? Is een wereld die afgekoppeld is van eeuwigheid, van waarheid, van schoonheid, van God, een wereld die wel echt menselijk is? Eventueel kán religie wel weer een plaats krijgen, maar dan is het wel míjn project, het is míjn bricolage, en de vraag blijft hoe ver mij dat uiteindelijk brengt. Is het niet een ornament? Een beetje Boeddha, een beetje yoga, maar het is wel míjn spiritualiteit, het is niet de echte ontmoeting met God, die tot mij spreekt, die aan mij handelt, die mijn bestaan vernieuwd, die mij eeuwig leven schenkt. Er zijn denkers en dichters geweest die tegen de moderne, burgerlijke wereld hebben geprotesteerd. Eén van hen is Baudelaire. Ik citeer een passage over hem van de Engelse dichter T.S. Eliot. ‘In het midden van de negentiende eeuw (..), de tijd van bewegingen, programma’s, podia, wetenschappelijke vooruitgang, menslievendheid en revoluties die nergens verbetering in brachten, zag Baudelaire in dat wat er werkelijk toe doet, zonde en verlossing is. De werkelijkheid van het kwaad betekent voor hem zoiets als een nieuw leven. ‘En voor hem is de mogelijkheid om verdoemd te worden zo’n geweldige verlichting in de wereld van kieshervormingen, plebiscieten, seksuele hervorming en modehervorming, dat de verdoeming zelf een onmiddellijke vorm van verlossing betekent: van verlossing van de verveling van het moderne leven, omdat zij eindelijk een zin geeft aan het leven’. (Eliot, 328) Een ander denker, die geprotesteerd heeft tegen de burgerlijke wereld van de moderniteit is Nietzsche. Van hem is het woord afkomstig: ‘Doch alle Lust will Ewigkeit, will tiefe, tiefe Ewigkeit’. Nietzsche heeft met vrees, of beter, met walging, de komst van de ‘laatste mens’ voorzien, die zich hult in een beetje comfort, maar niets meer weet van de eeuwigheid. Hij heeft de mensen willen oproepen tot een leven, voorbij aan gemak en comfort, een leven van de grote mens die zijn doelen hoger stelt. 4. Orthodoxie
Ik meen dat deze nu juist in het christendom ligt, en wel het christendom in haar orthodoxe gestalte. Daarmee komen we in een andere dampkring, waarin adem gehaald kan worden. Voordat ik duidelijk wil maken waar deze orthodoxie uit bestaat, stel ik op voorhand de vraag of dit voor een modern mens nog wel kán? Kunnen we ‘terug’ naar een ‘orthodoxe’ geloofsvoorstelling? Verbiedt de wetenschappelijke ontwikkeling dit niet? Is het niet zo, dat de theologie juist vanwege de druk van de moderniteit, veel van de orthodoxe voorstellingen van het christelijk geloof heeft moeten loslaten? En kunnen we nu zomaar zeggen dat we daar lak aan hebben? Ik geloof niet dat ‘orthodoxie’ niet meer kan. Integendeel, ik geloof er meer dan ooit in. Maar dan moeten we het wel op de goede manier definiëren. Orthodoxie roept verschillende associaties op. Voor sommigen staat het gelijk aan bekrompenheid van denken, intolerantie en fanatisme, allemaal zaken waar een modern mens zich voor dient te hoeden – en terecht natuurlijk. Vanuit het binnenperspectief is voor veel ‘orthodoxen’ orthodox hetzelfde als een onverkort vasthouden aan bijvoorbeeld de gereformeerde belijdenisgeschriften, weer anderen vullen -in gedachten- in plaats van orthodox ‘bijbelgetrouw’ in, en bepalen de mate van orthodoxie aan de mate van deze bijbelgetrouwheid. Orthodoxie is een sterke term, die dus nogal uiteenlopende reacties oproept. Ik wil proberen in het kort de hoofdmomenten te noemen van orthodoxie. Het zal opvallen, dat ik daarmee vooral die elementen noem, die behoren tot het credo van een algemeen en ontwijfelbaar christelijk geloof. 5. God de Schepper
Stel je voor dat het allemaal één pot nat was. Dat God de kosmos is. Dan zit alles er in en kan niemand er meer uit. Maar we willen er uit. Niet uit de schepping, maar wel uit de hel van de schepping. De wereld is niet god, maar ís er wel. Het is geen luchtspiegeling. Het is geen vormloze massa, waar dan zo’n eenzame schepper, mens, een late loot aan de boom van de evolutie, maar mee aan de haal moet gaan, in zijn eenzaam project, wel redelijk, maar eigenlijk ook blind. Nee, er is een tuin, er is een wereld, die gereed is gemaakt, die structuur heeft, die schoonheid heeft, en de mens wordt uitgenodigd, geïnviteerd, om daar als eervolle gast, in te werken. Er is een Schepper en een schepsel. Er klieft een zwaard door de lucht, die scheiding maakt tussen het schepsel en de Schepper. Dat is goed nieuws, want twee is beter dan één. De mens en zijn Tegenspeler. De mens en zijn God. En in de schepping klieft er een zwaard door de lucht die scheiding maakt tussen de mens en de medemens. Nu zijn er genoeg spelers. Er is mens en medemens. De mens kan nu de ander beminnen. De mens kan God beminnen. Hij is niet al God, Hij kan wel uit zijn eigen beperkte baan getrokken worden door God te beminnen. Het is bevrijdend. God is de Schepper. Hij is de Heer, die speelt met de sterren en die speelt met de mens. Maar de mens is schepsel. Hij is een mens met een wil. Hij heeft wat te willen. Dat kan omdat er een andere Wil was. Een wil schept een wil. De wil is niet wat er boven is komen drijven op het bleke moeras van een blind evolutionisme. De mens heeft een wil. Hij wordt uitgedreven uit de baarmoeder van het kosmische ei. Hij staat daar. En hij wordt schuldig. Wat een bevrijding om dat te horen. Hij is geen slachtoffer, geen verzieking, geen edele wilde, geen blonde Bestie, hij is schuldig en hoort roepen: Adam, waar ben je? Wat een woord, zondaar. Geen patiënt, maar zondaar. Orthodoxie doet het niet met minder. Niet God die een beetje vaag als Iets oplost. Niet God die bestaat als ander woord voor een menselijke emotie. Nee, God die roept, Adam, waar ben je? Dan zit er pas muziek in. Echte ervaring, echte emotie, ontstaat pas als er iemand van buiten mijn beperkte leef- en denkwereld tegen me zegt: je moet wakker worden. Aan een gedroomde Prins heb ik niets, als ik slaap, wel aan een echte, die mij wakker kust. Daar staat de mens. Hij is schuldig. Maar hij leeft in een wereld van wonderen. Hij heeft het wonder wel nodig, want hij heeft het verkeerde woord gesproken, waardoor een fatale werking op gang is gekomen. Hij kan wel het verkeerde woord zeggen, maar niet het goede woord raden. Gelukkig zijn wonderen mogelijk. Het is mooi om te racen in een gesloten circuit, maar is het prettig om altijd rondjes te rijden? Het is mooi om over zich voorwaarts rollend spoor te reizen, maar wat betekent vooruitgang in een wereld zonder echte doelen? 6. God de Zoon
Ik geloof dus ook in de menswording. God kan mens worden. Hij wordt mens. Hij komt in deze werkelijkheid. Incarnatie, wil zeggen: God komt ín de menselijke werkelijkheid, in het menselijke vlees. Orthodoxie is op dit punt vasthoudend. Orthodoxie wil niet een ontsnapping bieden aan deze wereld en de mens verwijzen naar een schimmenrijk, een ideeënrijk, een rijk van hoge morele waarden, een ijle hemel. Het is het geloof dat God deze wereld omarmt en tot de zijne maakt. Dat God afdaalt in deze wereld, om deze wereld te verlossen. Er is geen verlossing ván de wereld, maar een verlossing van de wéreld. God heeft een lijfelijke wereld geschapen, en komt in de lijfelijke wereld. God wordt mens, God komt binnen in deze wereld, om deze te verlossen, en daarmee te beamen. Deze wereld is niet een mislukt project, maar wel een gevaarlijk project. Menselijk leven hangt boven de afgrond. Het kwaad zit diep in de wereld, en daarom is verlossing nodig. Orthodoxie zegt het niet met een paar halfzachte woorden, hult zich niet in het kleed van vaag idealisme, scheert niet met een paar vroomheden over de afgrond van de hel. Deze wereld ligt in het boze, en God kruipt in de huid van deze wereld, om het boze door de macht van liefde en het offer van de Zoon aan het kruis te redden. Idealisme maakt zich hier kwaad over, want zo’n reddingsactie is beledigend voor de mens, maar idealisme schermt zich of af van het kwaad, en laat de hel dan maar de hel, of maakt van de wereld een hel extra, aangezien idealisme de wereld altijd weer verdeelt in de goeden en de kwaden – waarmee het geweld op de loer ligt. God komt in het vlees. Daarom is de wereld van het vlees goed. Daarom mogen we niet ontsnappen aan het lijf en de lijfelijkheid. Daarom moeten we protesteren tegen een wereldbeeld, waar het lijf uit gebannen is. Tegen een te vertechniseerde wereld. Tegen een virtuele wereld. Tegen een wereld die wordt beheerst door koude managers en koude therapeuten. We willen een echte, lijfelijke wereld, langzaam waar het langzaam moet gaan, met echte ontmoetingen, met bloed, zweet en tranen, maar ook met de lach en de ontroering, met onze lijven, die kapot gaan, maar die door God niet bestemd zijn voor de ultieme dood. Dat is een menselijke wereld, omdat het de wereld is waar de Zoon in staat. 7. God de heilige GeestMaar niet alleen verlossing. Er is ook een hoger doel nodig. Daarom is er de belijdenis van God de heilige Geest. Deze stuwt het leven op. We moeten gelijkvormig worden aan Christus. De heilige Geest is de eschatologische macht, die mensen transformeert en tot heerlijkheid brengt. Voor de middeleeuwers heette dit ‘God zien’. De Geest maakt ons daarvoor gereed. De Geest maakt dat de geschiedenis echt ergens naar toe gaat, en dat allen mee mogen. Niemand is mest op de akker van de geschiedenis, maar zaad, dat sterft om op te staan met een verheerlijkt lichaam. Wat een geluk dat we leven in de wereld, waar de Geest in werkt. Dat de wereld geen project is in de handen van een projectbureau, of van managers, of van ideologen, of van economen. Die mogen allemaal hun ding doen, maar als de Geest er niet is, is, het dood hout. De Geest is uitgestort op alle vlees, allen mogen meegaan in de optocht van God, en de Geest is die van de lange adem. Het gaat ergens naar toe, het ademt in ons, wat een wereld, dat je daar in mag wonen, zuchten, steunen, maar omdat het kind geboren gaat worden. Het is geen bezit voor trage of zelfgenoegzame zielen, daarom bidden we: ‘kom Schepper Geest’. 8. Drie-eenheidGod, Vader, Zoon en heilige Geest. Inderdaad, dat is God de drie-enige. Hier kan ik niet anders dan G.K. Chesterton citeren, die een boek schreef met de titel ‘Orthodoxie’: ‘Voor ons is God zelf gemeenschap. Het is inderdaad een bodemloos mysterie van de theologie, en zelfs wanneer ik theoloog genoeg was om mij er hier direct mee bezig te houden, zou het niet relevant zijn. Laat het voldoende zijn hier te stellen dat het drievoudig raadsel zo troostrijk is als wijn en open als een Engels haardvuur. Dat hetgeen het intellect verontrust, het hart uiteindelijk tot rust brengt: maar vanuit de woestijn, de droge zandgronden en de hitte van de zon komen de wrede kinderen van de eenzame God – de werkelijke unitariërs die, met het kromzwaard in de hand, de wereld tot een woestenij maken’. (187) De Drie-enige God is de God die anders kan. Die Koning kan zijn en Rebel, de Machtige en de Machteloze, de God boven ons, de God met ons, en de God in ons. De drie-enige God is de God die liefde is in zich, en daarom liefde kan zijn naar buiten. En zo trekt de orthodoxie de lijnen wijd en diep. Er is een echte wereld, een realiteit. Er is echte persoonlijkheid met een echte wil. Er is echte ontmoeting. Er is echt kwaad en echte verlossing. Er is een echte geschiedenis. Dit is de grote orthodoxie. Het is in de kern de belijdenis die de liefde mogelijk maakt, de liefde tot God, de liefde tot elkaar, de liefde die niet vergaat. Dit is tegelijk het getuigenis van de kerk der eeuwen. Het is de basis van de oecumene van de vorige eeuw. Het is de basis van de oecumene in Nederland. Het zal wat mij betreft ook de basis moeten zijn waarop christenen elkaar in deze eeuw in Nederland zullen herkennen. 9. Orthodoxie is iets strijdbaars, weerbarstigsOrthodoxie is niet iets voor de hand liggends. Het is iets dat steeds weer doorbreekt, door de tendens om de wereld af te sluiten. Er zijn steeds weer denkvormen, die de neiging hebben de wereld af te sluiten. In de Middeleeuwen is het gevecht al geleverd tegen het aristotelisme, en kwam de theologie voor de eerste keer in ademnood. De geest van de liefde, van de God van de liefde, is daar toen doorheen gebroken. Nu is het een gevecht tegen het gesloten wereldbeeld van de moderniteit. De theologie komt er niet af zonder kleerscheuren, en het antwoord zul je ook niet zomaar uit de hoge hoed toveren, maar ik vind wel dat de theologie in het spoor moet blijven van de katholiciteit. Natuurlijk moet de wetenschappelijke ontwikkeling serieus genomen worden, maar dat doe je niet door de kern op te geven. Zeker, die kern is in duisternis gehuld. We hebben God niet door. Het is stamelen voor het mysterie. God is het die gehuld is in duisternis, ‘één en al vuur en liefde en majesteit’. Maar we staan niet voor een zwijgend geheimenis. Al kennen we God maar ten dele, we zijn door Hem ten volle gekend. En vooral: al is elk zogenaamde dogma iets waar het verstand maar iets van begrijpt, toch gaat er van deze verborgenheden een licht uit, en in dat licht kunnen we wandelen, leven, en getroost sterven. Vanuit die centrale donkerheid flitst een lichtkring van een wereld, waarin we kunnen leven, zelfs door de dood heen, in de opgang naar het eeuwige licht. Het is wel een opgave om deze orthodoxie zo te denken en te beleven, dat het geen van buiten geleerd lesje wordt. De theologie moet er steeds weer denkend doorheen. Het mag geen rustig bezit worden. Het moet aangevochten blijven, en de krachten meten met alternatieven. Het moet in ieder geval niet verward worden met het om zich heen grijpende biblicisme. De Bijbel is een menselijk boek, waardoor God tot ons spreekt. De discussie, die recentelijk gewoed heeft tussen evolutie en creationisme, heeft mijns inziens de zaken niet verhelderd, maar vertroebeld. Ik ben van mening dat de kerk in de kern alleen overleeft in orthodoxe gestalte. Ik ben er tegelijkertijd voor dat deze orthodoxie niet als een sjibbolet gaat werken, en dat er in de kerk een mate van ruimdenkendheid over blijft, die ons ervoor bewaart meteen met de brandwagen uit te rukken, als we menen dat er ergens een vrijzinnig vuurtje brandt. Er zal nooit een ‘zuiver’ orthodoxe kerk zijn, en misschien is dat maar goed ook. Juist dan kan de kracht van de orthodoxie al snel inboeten. Die kracht toont zich juist ten overstaan van alternatieven, die, hoe plausibel en voor de hand liggend ook, altijd de neiging hebben de kring te sluiten en de hoogte, wijdte en diepte van God en de werkelijkheid te laten inkrimpen. En: orthodoxie is niet iets om in een laatje te leggen, maar is juist iets dat we nodig hebben om het positieve van de moderniteit te waarborgen. 10. De waarde van de moderniteitHet is mij er verre van te beweren dat de moderniteit een grote mislukking is. Er zijn ontwikkelingen in onze cultuur, waar niemand zomaar achter terug zou willen. De moderne tijd, die wat mij betreft min of meer schoksgewijze in de postmoderne is overgestroomd, is evenzeer een dampkring, waarin wij ademen, en die we niet zomaar in een christelijk antagonisme van ons af kunnen of moeten schudden. We kunnen niet terug in de tijd, als we dat al zouden willen. We moeten ook niet doen net alsof de vroegere tijden, de premoderne, of misschien vroegmoderne tijden beter waren. Dat is een illusie. En bovendien zeggen we daarmee dat de hele moderniteit buiten God om is gegaan. Dat is onjuist. We hebben gevoeligheden en intuïties opgedaan, die niet ingeleverd hoeven te worden. Ik zie het als de uitdaging om ín de moderniteit de betekenis van de orthodoxie te denken en te beleven. Ik denk daarbij aan de waarde van het aardse bestaan, aan de lichamelijkheid en de daarmee verbonden seksualiteit, aan de rede en de macht van de rede, aan de waarde van zelfontplooiing, aan de esthetische ervaring en de politieke gemeenschap van de democratie en de daaraan verbonden rechtstaat. Daar zijn andere waarden aan te koppelen, zoals kritische zin, historisch bewustzijn, het vermogen om te leven met verschillen, de emancipatie van vrouwen, kleurlingen, homo’s. Een orthodoxie die relevant is, zal zich hier niet tegen af moeten zetten. 11. Orthodoxie als verdediging van de waarden van de moderniteitHet zou wel eens kunnen zijn, dat deze waarden van de moderniteit niet op zichzelf bestaan. Dat ze op den duur niet kunnen bestaan zonder een inbedding in een dieper verband. Juist de door mij geschetste orthodoxie is hiervoor een aangewezen kandidaat. Want het valt niet te ontkennen, dat juist de kroonjuwelen van de moderne tijd in de crisis zijn. Het lichaam, ik heb er al iets over gezegd, dreigt eerder van de mens afgepakt te worden dan dat het mijn lijf is. Of de waarden krijgen een absolute betekenis, waardoor ze juist aan betekenis inboeten. Seksualiteit wordt alles, en het genot wordt uit het lichaam geperst, maar juist zo boet ze aan waarde in. Democratie wordt ‘de meerderheid beslist’, terwijl het wezen ervan is, dat iedereen mee mag spreken. De rede is op een voetstuk geplaatst, maar wie gelooft er nog in de redelijkheid van het bestaan? Een ware, orthodoxe, christelijke theologie, kan hier nodig zijn. Daarbij moet de kritische vraag gesteld worden in hoeverre bepaalde vormen van orthodoxie niet mede verantwoordelijk zijn voor het los groeien van de moderniteit en haar verworvenheden van het christelijk geloof. Orthodoxie kan steriel worden, en ze wordt het steeds wanneer ze God in feite loskoppelt van deze wereld, en opsluit in de hemel. Dan wordt de theologie en het geloof ‘irrelevant’. Maar Christus en de Geest zijn werkzaam ín deze wereld. Deze wereld deelt in het leven van God. God is wel het Tegenover van deze wereld, maar Hij is de Schepper, de Verlosser, de Voltooier. Steriel wordt de theologie, als ze zich in een bastion terugtrekt van eigen gelijk. Dan ligt de hele wereld in het boze, en de kinderen van het licht zien er niet vrolijk uit. God is de Schepper, Hij is de kunstenaar, Hij strooit met sterren, Hij heeft het gras groen geverfd. Hij heeft een mens in deze wereld gezet, die als een magische tuin is, en deze magie, deze sfeer van het wonder, geeft ruimte tot verbeelding. De mens weerspiegelt in zijn denken de verbeelding van God, en God geeft deze kleine schepper het voorrecht op Zijn verbeelding door te denken, en sprookjes, mythen, gedichten, verhalen te scheppen. De taal van de mens is de taal die is ontsproten aan de wonderlijke taal van God, de logos van God. God is de Verlosser, Hij is diep verbonden met de mens in zijn wonden en zonden. Daarom is niemand een hopeloos geval en daarom schijnt er in de gebrokenheid van het bestaan toch een wonderlijk licht. Daarom is de gevangenis niet alleen een kil oord van vergelding of een idealistisch project tot heropvoeding, maar de misdadiger raakt aan het vlees van de Verlosser. God is de Voltooier, en daarom zal de heerlijkheid van God de aarde bedekken. Heerlijkheid. Die is al te zien in de voren van deze wereld, want ‘louter ploeteren maakt dat de omgeploegde voor licht uitstraalt’. (Hopkins). Amersfoort/Nijkerk, 14 april 2009 Arjan Plaisier |
Eén van de hoofdpersonen in het boek van Per Enquist, De reis van de voorganger, is Sven Lidman. Hij is schrijver van poëzie, waar hij redelijk succes mee oogst. Hij is echter innerlijk onzeker, wil ‘branden’ maar weet zich innerlijk ook dood, een gegeven waar hij overigens ook mee koketteert. Een affaire met een getrouwde vrouw, Margot Brenner loopt zeer beschamend af. Hij dwingt haar tot een abortus - kosten slechts tweehonderd kronen - en laat haar daarna vallen. Margot spreekt een vervloeking uit over het eerste kind dat hij zal krijgen.
We leven in een moderne tijd. Wat is dat voor een tijd? Dat is een tijd waarin bijgeloof geen rol speelt. En mocht er al van geloof sprake zijn, dan wel gezuiverd van alle vormen van bijgeloof, een geloof dat past bij een modern bestaan.
Met deze woorden stelt Enquist een problematiek aan de orde die er niet om liegt. Ik heb deze passage niet gememoreerd om op een goedkope manier moderniteit gelijk te stellen met immoraliteit. Moderniteit kan ook moreel acceptabel zijn.
Nu kom ik langzaam bij orthodoxie. Het is langs een omweg. Misschien moet dat wel, wil je weer zien wat de waarde ervan is. Want juist tegen de ademnood van de moderne wereld geeft ‘orthodoxie’ een nieuw perspectief. Waar vinden wij een grotere wereld? Een wereld die het menselijk hart meer bevredigt? Een wereld die beter aansluit bij de diepste behoefte van de mens? Een wereld die echt ingaat op de menselijke conditie?
Ik begin met de schepping. God is de Schepper. Hij heeft een wereld uit zich losgesproken. De wereld is niet in een in zichzelf besloten systeem, de wereld is losgesproken uit God, door een Woord. God en de wereld is ook niet één pot nat. Als dat zo was, zat God in deze wereld, en dat biedt weinig troost. Dan moet je je ogen sluiten voor alle ellende, en als je dan verlicht bent, kun je misschien de goddelijke kern van deze wereld zien, maar dat is een onpersoonlijke kern, waar in ieder geval geen liefde van uitgaat.
Er is het wonder. Het kan dus anders lopen. Er daar is het wonder van de Zoon. God is mens geworden. God als alleen maar God, dat is een God die misschien tegen de ruit van deze wereld tikt, maar Hij kan er niet in. Dat is misschien een God die tegen de ruit van de ziel tikt, maar Hij kan er niet in. Hij wil er in.